‘Wij zijn de Blauwe Haaien, wij gaan naar Amerika en eten iedereen op’


FOTO’S HEDAYATULLAH AMID - Spanning en ontlading bij FC Maense in Rotterdam 
tijdens de WK-kwalificatiewedstrijd Kaapverdië tegen Eswatini, dat tot 2018 Swaziland heette.

De Kaapverdisch-Rotterdamse club FC Maense viert een historische kwalificatie voor het WK. „Dit gaat verder dan voetbal.”

De voorzitter omschrijft de Kaapverdiërs in Rotterdam als hardwerkend, warm en hecht

15 Oct 2025 - NRC
Roland van Erven

In de kantine van voetbalclub FC Maense kan zelfs loeiharde Kaapverdische afrohouse de zenuwen onder de honderden Kaapverdische Rotterdammers niet temmen. Gespannen kijken zij – jong, oud, mannen, vrouwen, velen gehuld in blauw of met de Kaapverdische vlag om hun schouders – naar het grote scherm, waar de wedstrijd tussen Kaapverdië en Eswatini op het punt staat te beginnen. „Vandaag kan een historische dag worden,” zegt voorzitter Paolo Mendonca. „Maar het móét ook echt vandaag gebeuren.” 

Als Cabo wint, dan plaatst het zich voor het eerst in de geschiedenis voor het WK voetbal, volgend jaar in de VS, Mexico en Canada. Doet het dat niet, dan is het afhankelijk van het resultaat van poulegenoot Kameroen tegen Angola. Kwalificatie zou een klein wonder zijn; op de eilandengroep voor de WestAfrikaanse kust wonen maar 600.000 mensen. Na IJsland zou het qua inwonersaantal dan ook het kleinste land ooit zijn op en WK.

Nog zenuwachtiger dan de rest is Maciano dos Reis (27). Hij is het neefje van de broers Deroy en Laros Duarte, die net als vier andere Kaapverdische Rotterdammers voor het nationale elftal spelen. „Vroeger voetbalden we samen op een pleintje hier in Delfshaven, nu gaan ze gewoon naar het WK. Ze beginnen jammer genoeg op de bank, maar als ze straks invallen en we winnen, gaan er wel tranen vloeien.”

Stad van 20.000 Kaapverdiërs

Dat zes Rotterdamse Kaapverdiërs voor Tubarões Azuis (Blauwe Haaien) uitkomen, is geen toeval. Nederland kent na Portugal de grootste Kaapverdische gemeenschap van Europa, en daarvan woont het overgrote deel – zo’n 20.000 mensen – in Rotterdam. Een aanzienlijk deel daarvan woont in de wijk Delfshaven, waar ook het door Kaapverdiërs opgerichte FC Maense ligt.

In de jaren zestig en zeventig vestigden de eerste Kaapverdiërs zich in Rotterdam. Zonder een cent op zak verzamelden ze zich op het Heemraadsplein, ook in Delfshaven, op zoek naar werk. De mannen vonden een baan in de haven, bij Shell of in de Van Nellefabriek, veel vrouwen kwamen in de zorg terecht. Op het naambordje van het Heemraadsplein prijken onder de Nederlandse naam al jaren de woorden Pracinha d’Quêbrod – creools voor ‘het plein voor arme zielen’.

De 52-jarige FC Maense-voorzitter Mendonca vertelt dat een deel van de Kaapverdische Rotterdammers nog steeds een sociaal-economische achterstand heeft. Tegelijk is de gemeenschap volgens hem „hardwerkend, warm en hecht”, met een sterke band met het thuisland. Dat bleek afgelopen zomer, toen de eilanden São Vicente en Santo Antão werden getroffen door een verwoestende storm – acht Kaapverdiërs kwamen om het leven. „We begonnen op de club meteen een kledinginzameling. Binnen een dag was de container vol. Dat zegt veel over onze cultuur.”

Hoewel er rivaliteit is tussen de verschillende eilanden – „zeker bij de oudere generatie, vergelijk het met Rotterdam en Amsterdam” – zorgen de goede prestaties van het nationale team volgens Mendonca voor verbondenheid. Als voormalig Portugese kolonie is Kaapverdië volgens hem bovendien altijd een voetballand geweest.

Maar tot voor kort wel een voetballand van marginale betekenis. De beste spelers met Kaapverdisch bloed kozen nooit voor Kaapverdië. Zo speelde de op Kaapverdië geboren Nani voor Portugal, en kozen voormalig topspelers Hendrik Larsson en Patrick Vieira voor respectievelijk Zweden en Frankrijk.

Het afgelopen decennium is de Kaapverdische voetbalbond actiever in de Kaapverdische diaspora gaan scouten. Daardoor bestaat de huidige selectie naast Kaapverdiërs uit spelers die zijn opgegroeid in Nederland, Frankrijk, Portugal, Ierland en Zwitserland. Nog steeds kiest niet iedereen voor Kaapverdië – er zou tevergeefs een poging zijn gedaan om Oranje-international Jorrel Hato over te halen – maar toch steeg het niveau. Voorlopig hoogtepunt: een plek in de kwartfinale van de Afrika Cup in 2024.

In de kantine van FC Maense zien de Kaapverdiërs een moeizaam verlopende eerste helft. Kaapverdië, met Rotterdammers Jamiro Monteiro en Dailon Livramento in de basis, creëert nauwelijks kansen, de ploeg lijkt zenuwen te voelen. Als de enige grote mogelijkheid voor Kaapverdië recht op de keeper gaat, vliegen de creoolse krachttermen door het clubhuis.

Ondanks de 0-0, heeft de 51-jarige Djau Varela bij rust alle vertrouwen in een goede afloop. „We domineren, maar het is nog niet genoeg. Maar komt goed, de tweede helft hebben we wind mee. En anders helpt onze neef Angola [ook een voormalig Portugese kolonie] ons wel tegen Kameroen.”

Oorverdovend

Varela krijgt gelijk. Hij staat nog buiten een biertje te drinken als er vanuit de kantine een oorverdovend kabaal klinkt. 1-0, de doelpuntenmaker is Rotterdammer Livramento. Het terrein naast het clubhuis verandert in een renje-rotbaan van uitzinnige Kaapverdiërs. En als Kaapverdië zes minuten later ook de 2-0 maakt, gelooft niemand bij FC Maense meer dat het nog mis gegaan. „Wij zijn de Blauwe Haaien, wij gaan naar Amerika, wij eten iedereen op!”, schreeuwt Varela.

Nog voor het laatste fluitsignaal heeft geklonken, knalt het blauwrode vuurwerk de Rotterdamse lucht in. En als hét moment daar is, vliegen familie en vrienden elkaar geëmotioneerd in de armen. „Dit gaat verder dan voetbal”, zegt de 41-jarige Maria Monteiro. „Onze voorouders kwamen naar Nederland om ons een beter leven te geven. Dat een nieuwe generatie dit teruggeeft, voelt heel speciaal.”

Commenti

Post popolari in questo blog

I 100 cattivi del calcio

Dalla periferia del continente al Grand Continent

Chi sono Augusto e Giorgio Perfetti, i fratelli nella Top 10 dei più ricchi d’Italia?