“Mathieu blijft altijd zoeken: waar kan ik nog beter worden?”
© Kris Van Exel
31 Jan 2026 - De Standaard
Diebrecht De Smet
“Het parcours creëert vaak de voorspelbaarheid. Neem de Ronde van Lombardije. In de jaren 80 konden veel meer types die koers winnen”
Adrie van der Poel
Als Mathieu van der Poel zondag doet wat hij al anderhalve maand doet, dan kroont hij zich in het Nederlandse Hulst tot recordkampioen. Het crossfenomeen door de ogen van zijn vader Adrie: “Er wordt onderschat hoe lastig zo’n veldritwinter is.”
Nederlandse Hulst, net over de grens, maakt zich op voor een titelfeest op eigen bodem. Alles wijst erop dat zondag een record sneuvelt dat decennialang onaantastbaar leek. Met een achtste wereldtitel zou Mathieu van der Poel (31) Erik De Vlaeminck onttronen als veldritkeizer. Zelf beklemtoont hij dat op een WK “altijd van alles kan gebeuren”, maar sinds hij op 14 december in Namen terugkeerde in de cross, is het scenario altijd hetzelfde geweest: Van der Poel start, Van der Poel wint.
“En toch vond ik hem deze winter minder dominant dan vorig jaar”, zegt vader Adrie (66), zelf wereldkampioen veldrijden in 1996. “Toen reed hij de hele tijd op een hoog niveau en verbeterde hij niet meer richting het WK. Nu won hij bij de start van zijn veldritseizoen wel, maar klaagde hij: ‘het gaat toch niet zo goed als ik zou willen’. Dan moest je hem er even aan herinneren dat hij er zelf om gevraagd had.”
De suprematie van vorig seizoen bleef aanvankelijk uit, omdat Van der Poel voor een andere opbouw koos, met het WK als uitgesproken piekmoment. “En in de laatste twee tot drie crossen zie je dat het stukken beter is”, zegt Adrie. “Het verschil tussen Namen en Hoogerheide was gigantisch.” De cijfers bevestigen dat: in Namen (14 december) bedroeg zijn voorsprong op nummer twee Thibau Nys 9 seconden, afgelopen zondag in Hoogerheide reed hij 1 minuut en 20 seconden weg van eerste achtervolger Tibor Del Grosso.
Een winter zonder cross
Voor Van der Poel was het zijn twaalfde zege in evenveel crossen dit seizoen. In veldritland is hij al meer dan twee jaar ongeslagen – zijn laatste nederlaag dateert van 22 januari 2024, toen hij in Benidorm tegen een paaltje knalde. Zelf geeft hij aan fysiek nog altijd te verbeteren – “ik kan meer training aan” - en ook mentaal sterker te zijn geworden. “Dat zag je vorige zaterdag in Maasmechelen (waar hij twee keer lek reed, red.)”, beaamt Adrie. “Vroeger zou hij gepanikeerd hebben en meteen het gat hebben willen dichtrijden, of zou hij het kopje hebben laten hangen. Dat overkomt hem niet meer.”
Dat zijn zoon ook fysiek blijft vooruitgaan, heeft hij volgens vader Van der Poel onder meer te danken aan het feit dat hij relatief laat met een vaste trainer begon te werken – lang wilde hij niet weten van een te strak schema en bereikte hij op gevoel wat hij wilde bereiken. “Er was nog groeimarge, ook omdat zijn wedstrijdprogramma nooit overladen was.” En dus is er zelfs op zijn 31ste ruimte voor verbetering. “Niet meer met procenten, maar met kleine beetjes. En die blijven belangrijk. Daarom zit Mathieu ook te zoeken: waar kan ik nog beter worden? Misschien iets aanpassen op het gebied van training? Hij gaat nu eenmaal graag de strijd aan met de allerbesten.”
Begin december liet Van der Poel doorschemeren dat een winter zonder cross door z’n hoofd speelt. Het zou hem toelaten in alle rust in de Spaanse zon te overwinteren en zich daar volledig op de wegvoorbereiding te focussen. “Voor zijn hoofd zou het misschien niet slecht zijn om eens een seizoen niet te crossen”, meent Adrie. “Het wordt echt onderschat hoe lastig zo’n veldritwinter is, vooral de wedstrijddagen. Zo’n dag begint om 7 uur ‘s ochtends en is pas rond 20 uur ‘s avonds gedaan. Ontbijten, een rondje rijden, douchen, de auto in, naar de cross rijden, eten, parcoursverkenning, omkleden, de wedstrijd zelf, podium ce Hetremonie, dopingcontrole, naar huis toe, eten, masseren... En dan heb je nog alle akkefietjes die erbij komen (doelend op de interviews voor- en achteraf, red.).”
Winnen, de enige drijfveer
Het zijn heel intensieve dagen, ook omdat zowat iedereen een stukje Van der Poel wil. Conditioneel is het evenmin eenvoudig: terwijl de collega’s die de modder links laten liggen zich puur op het duurwerk kunnen concentreren, moet hij ook meer crossgerichte trainingen inbouwen. En dat met het wegseizoen voor de deur: over exact vier weken staat de Omloop het Nieuwsblad op de agenda, de mogelijke opener van zijn voorjaarscampagne.
Maar eerst Hulst. Van der Poel kan er zijn achtste wereldtitel in de cross pakken en enige recordhouder worden, na een winter waarin hij al Sven Nys voorbijstak in aantal Wereldbekerzeges – hij telt er nu 51. Een eventuele beslissing over een (tijdelijk) afscheid van de cross zal er dit weekend nog niet komen, gaf hij zelf al aan.
“Zolang je het graag doet, is er geen probleem. En Mathieu doet het nog altijd graag”, zegt Adrie. “Hij zegt zelf: als ik zondag geen wereldkampioen word, ga ik sowieso door. Natuurlijk denkt hij weleens: ik doe al zoveel jaar hetzelfde, misschien moet ik iets anders proberen. Dat is de achterliggende gedachte. Er wordt soms gezegd dat deze generatie bezig is met afvinken, maar ik weet niet of dat klopt. Deze jongens staan gewoon aan de start om te winnen. Da’s ook bij Mathieu zo: zo goed mogelijk presteren en wedstrijden winnen zijn zijn enige drijfveren.”
Tegelijk, geeft Adrie toe, doet zijn zoon “graag dingen die een ander niet doet”. Zoals de kansloze missie met ploegmaat Jonas Rickaert in de Tour van vorige zomer, waar ze er van bij de start vandoor gingen en Van der Poel pas strandde op 700 meter van de streep. “Ja, we vonden het ook niet slim. Maar als je zoiets kunt, is het natuurlijk uniek. Het gevoel zat ook goed: hij had de gele trui gedragen, al een rit gewonnen, Jasper (Philipsen, red.) had ook een etappe gewonnen… Dan is het wel leuk om zoiets te doen. En Mathieu is iemand die heel goed weet wat hij kan en niet kan.”
Fiatjes vs. Ferrari’s
Het was een van de mooiste etappes in een Tour die Tadej Pogacar al snel in een beslissende plooi legde. Ook in de najaarsklassiekers viel amper aan de Sloveense wurggreep te ontsnappen, al wijst Adrie Van der Poel daarvoor ook naar de organisatoren. “Het parcours creëert vaak de voorspelbaarheid. Neem de Ronde van Lombardije. In de jaren 80 konden veel meer types die koers winnen. Het was zwaar, maar klassieke renners deden mee. Vandaag is die wedstrijd zo lastig gemaakt dat je vooraf weet dat er zonder gekke dingen maar vier kanshebbers zijn. Dat is jammer. De kunst is om koersen zo te ontwerpen dat je tien potentiële winnaars hebt.”
Het huidige peloton is niet met dat van de jaren 80 en 90 te vergelijken, weet de ex-winnaar van de Ronde Van Vlaanderen, de Amstel Gold Race en Luik-BastenakenLuik. “De begeleiding begint nu al bij de jeugd. Dat is niet goed of slecht, het is gewoon de realiteit. Als je erbij wil horen, móét je mee. De beste junioren worden meteen prof en rijden op hun 18de of 19de al uitslagen waarvan ik denk: wow, dat zou ik nooit gekund hebben. De vraag is alleen hoelang carrières zullen duren. Of ik het vandaag nog graag zou doen? Als je me van de ene dag op de andere in het peloton zou zetten en ze plots zouden zeggen: je mag dit niet meer en je mag dat niet meer, dan zou ik twijfelen. Maar als je erin groeit, valt het wel mee, denk ik.”
Adrie van der Poel is ervan overtuigd dat de huidige generatie toppers ook in zijn tijd erbovenuit zou hebben gestoken. “Je hebt nu eenmaal Fiatjes en Ferrari’s. En dat er vroeger meer op gevoel werd gekoerst? Dat betwijfel ik. Als je jongens als Tadej (Pogacar, red.), Wout (van Aert, red.) of Mads (Pedersen, red.) ziet rijden, is dat niet op basis van de cijfertjes. Wel vanuit het idee: kom, we zullen er eens aan beginnen. Het wielrennen is meer gespecialiseerd geworden, dat wel. Een handvol renners dat op alle terreinen meedoet, rijdt er niet meer rond. Pogacar is de uitzondering.”
Vrijheid
Mathieu van der Poel was vorig voorjaar de enige die het de Sloveen lastig kon maken. Ook op de weg fietste hij ondertussen een erelijst bij elkaar waarvoor 99,9 procent van de profs een been zouden geven. En dat allemaal sinds 2014 bij het team van Christoph en Philip Roodhooft. “Zij hebben elkaar groot gemaakt”, zegt Adrie. “Hij heeft alles aan de ploeg te danken, en zij alles aan hem. Mathieu moet een bepaalde vrijheid genieten om te presteren, en die vindt hij daar.”
Had vader Van der Poel zien aankomen dat de carrière van zijn zoon zo’n hoge vlucht zou nemen? “Laten we eerlijk zijn, met zijn kwaliteiten hadden we wel verwacht dat hij ooit een klassieker zou winnen. Maar de reeks die hij nu heeft neergezet, is supergeweldig. Net als de manier waarop. Ooit komt er een moment dat het niet meer lukt, maar hij kan nu al met gepaste trots terugkijken op een zeer geslaagde carrière.”
***
Thibau Nys: “Favoriet zijn, ik mis het wel”
Hoe is het met Thibau Nys (23) aan de vooravond van het WK veldrijden? Vorige week had hij het even gehad met de cross. Zijn devies voor zondag: “Proberen Mathieu te volgen.”
Acht Belgische profs staan zondag in Hulst voor de onmogelijke opdracht om Mathieu van der Poel van een achtste wereldtitel te houden. En dat beseffen ze. Ook Thibau Nys, die vorige week na zijn vierde plaats in Hoogerheide nog toegaf dat hij eventjes klaar was met de cross. Die bladzijde is omgeslagen, stelt de Belgisch kampioen. “Het leek wel alsof ik in een zware depressie was gesukkeld. Maar het was meer als een gezelschapsspel dat je vier keer op rij verliest. Daags nadien was het alweer in orde.”
De frustratie had een reden. Nys grossierde in kleine foutjes die hem twee keer een podiumplaats kostten. Dat mag hem zondag niet overkomen, beseft hij. “Maar hoe meer ik dat in mijn hoofd steek, hoe erger dat wordt”, grijnst hij. “Ik wil gewoon een hele goede start nemen en proberen Mathieu te volgen. Ik ken mijn lichaam intussen goed genoeg om te weten wanneer ik gas moet terugnemen. Maar ik wil ook niet met het gevoel achterblijven dat ik het niet geprobeerd heb.”
De wedstrijdtactiek wordt zaterdagavond besproken. Nys is formeel: “Ik claim niets. We moeten gewoon zien dat we elkaar niet in de weg rijden. We hebben de voorbije jaren genoeg bewezen dat we met elkaar kunnen rijden”, aldus Nys. “Maar op een gegeven moment in de wedstrijd zullen we ook tegen elkaar rijden.”
Door de uitgesproken favorietenrol van Van der Poel vertrekt Nys met een andere mindset. “Ik kan niet ontkennen dat het spannender is wanneer je als favoriet naar een kampioenschap trekt. De stress is een beetje weg en dat vind ik jammer, die kampioenschapstress is best wel leuk. Favoriet zijn, ik mis het wel.”
Eerste medaille
Nys is niet de enige die met ambitie start. Michael Vanthourenhout lijkt op tijd weer fit. “Na ziekte kan je nooit zeggen dat je 100 procent bent, want je bent er toch uit geweest”, zei hij. “Maar ik heb getraind zoals ik wilde. Ik zit in de best mogelijke vorm, ik heb er vertrouwen in.”
Joran Wyseure kwam dan weer stevig ten val in Maasmechelen. “Ik heb er niet veel last van gehad. Er resten nog twee dagen, normaal komt het in orde.”
Vrijdag pakte Nederland overigens de eerste gouden medaille in Hulst, in de mixed team relay. Oranje haalde het met gemak van Italië. België, met onder meer Niels Vandeputte en Fleur Moors, pakte brons. (gvdl, vtvn)
***
«Mathieu continua sempre a cercare:
dove posso migliorare ancora?»
Se domenica Mathieu van der Poel farà quello che sta facendo da un mese e mezzo, si incoronerà campione record a Hulst, nei Paesi Bassi. Il fenomeno del ciclocross attraverso gli occhi di suo padre Adrie: “Si sottovaluta quanto sia difficile un inverno di ciclocross”.
“Il percorso spesso determina la prevedibilità.
Prendiamo ad esempio il Giro di Lombardia.
Negli anni '80, molti più tipi di corridori
potevano vincere quella gara”.
- Adrie van der Poel
31 gennaio 2026 - De Standaard
Diebrecht De Smet
Hulst, nei Paesi Bassi, appena oltre il confine, si prepara a festeggiare il titolo in casa propria. Tutto lascia presagire che domenica verrà battuto un record che per decenni è sembrato imbattibile. Con un ottavo titolo mondiale, Mathieu van der Poel (31) detronizzerebbe Erik De Vlaeminck come imperatore del ciclocross. Lui stesso sottolinea che in un campionato mondiale “può sempre succedere di tutto”, ma da quando è tornato al ciclocross il 14 dicembre a Namur, lo scenario è sempre stato lo stesso: Van der Poel parte, Van der Poel vince.
“Eppure quest'inverno l'ho trovato meno dominante rispetto all'anno scorso”, dice suo padre Adrie (66), campione del mondo di ciclocross nel 1996. “Allora ha corso sempre ad alto livello e non ha più migliorato in vista dei mondiali. Ora ha vinto all'inizio della sua stagione di ciclocross, ma si è lamentato: ‘Non sta andando così bene come vorrei’. Allora bisognava ricordargli che era stato lui stesso a volerlo”.
La supremazia della scorsa stagione inizialmente non si è ripetuta, perché Van der Poel ha scelto un altro tipo di preparazione, con i Campionati del Mondo come momento clou. “E nelle ultime due o tre gare di ciclocross si vede che è migliorato molto”, dice Adrie. “La differenza tra Namur e Hoogerheide è stata enorme”. I numeri lo confermano: a Namur (14 dicembre) il suo vantaggio sul secondo classificato Thibau Nys era di 9 secondi, mentre domenica scorsa a Hoogerheide ha distanziato di 1 minuto e 20 secondi il primo inseguitore Tibor Del Grosso.
Un inverno senza ciclocross
Per van der Poel è stata la dodicesima vittoria in altrettante gare di ciclocross in questa stagione. Nel mondo del ciclocross è imbattuto da oltre due anni: la sua ultima sconfitta risale al 22 gennaio 2024, quando a Benidorm ha sbattuto contro un paletto. Lui stesso afferma di essere ancora in fase di miglioramento dal punto di vista fisico – “posso allenarmi di più” – e di essere diventato anche più forte mentalmente. “Lo si è visto sabato scorso a Maasmechelen (dove ha forato due volte, ndr)”, conferma Adrie. “In passato sarebbe andato nel panico e avrebbe cercato di recuperare immediatamente il distacco, oppure avrebbe abbassato la testa. Ora non gli succede più”.
Secondo suo padre Van der Poel, il fatto che suo figlio continui a migliorare fisicamente è dovuto, tra l'altro, al fatto che ha iniziato a lavorare con un allenatore fisso relativamente tardi: per molto tempo non ha voluto seguire un programma troppo rigido e ha raggiunto i suoi obiettivi basandosi sul proprio istinto. “C'era ancora margine di crescita, anche perché il suo programma di gare non era mai sovraccarico”. E così, anche a 31 anni, c'è ancora spazio per migliorare. “Non più in termini percentuali, ma con piccoli passi. E questi continuano ad essere importanti. Ecco perché Mathieu è alla ricerca: dove posso migliorare ancora? Forse modificando qualcosa nell'allenamento? Gli piace competere con i migliori”.
All'inizio di dicembre, Van der Poel ha lasciato intendere che sta pensando a un inverno senza ciclocross. Questo gli permetterebbe di trascorrere l'inverno in tutta tranquillità sotto il sole spagnolo e di concentrarsi completamente sulla preparazione su strada. “Per la sua testa forse non sarebbe male saltare una stagione di ciclocross”, ritiene Adrie. "Si sottovaluta davvero quanto sia difficile un inverno di ciclocross, soprattutto i giorni di gara. Una giornata del genere inizia alle 7 del mattino e finisce solo verso le 20 di sera. Colazione, giro in bicicletta, doccia, in macchina, trasferimento alla gara, cena, ricognizione del percorso, cambio d'abito, gara, cerimonia di premiazione, controllo antidoping, ritorno a casa, cena, massaggio... E poi ci sono tutte le altre piccole cose che si aggiungono (riferendosi alle interviste prima e dopo la gara, ndr)".
Vincere, l'unica motivazione
Sono giorni molto intensi, anche perché quasi tutti vogliono un pezzo di van der Poel. Anche dal punto di vista fisico non è facile: mentre i colleghi che evitano il fango possono concentrarsi esclusivamente sulla resistenza, lui deve inserire anche allenamenti più specifici per il ciclocross. E questo con la stagione su strada alle porte: tra quattro settimane è in programma l'Omloop het Nieuwsblad, la possibile apertura della sua campagna primaverile.
Ma prima c'è Hulst. Van der Poel può conquistare il suo ottavo titolo mondiale nel cross e diventare l'unico detentore del record, dopo un inverno in cui ha già superato Sven Nys nel numero di vittorie in Coppa del Mondo, arrivando a quota 51. Come lui stesso ha dichiarato, questo fine settimana non ci sarà ancora una decisione definitiva su un (temporaneo) addio al cross.
“Finché ti piace farlo, non c'è alcun problema. E a Mathieu piace ancora farlo”, dice Adrie. "Lui stesso dice: se domenica non divento campione del mondo, continuerò comunque. Certo, a volte pensa: faccio la stessa cosa da tanti anni, forse dovrei provare qualcosa di diverso. Questo è il pensiero che c'è dietro. A volte si dice che questa generazione sta solo cercando di spuntare delle voci dalla lista, ma non so se sia vero. Questi ragazzi sono semplicemente alla partenza per vincere. È così anche per Mathieu: dare il meglio di sé e vincere le gare sono le sue uniche motivazioni".
Allo stesso tempo, ammette Adrie, suo figlio “ama fare cose che gli altri non fanno”. Come la missione senza speranza con il compagno di squadra Jonas Rickaert nel Tour della scorsa estate, dove sono partiti in volata fin dall'inizio e Van der Poel è stato ripreso a soli 700 metri dal traguardo. “Sì, anche noi abbiamo pensato che non fosse una mossa intelligente. Ma se sei in grado di fare una cosa del genere, è ovviamente unico. Anche l'atmosfera era buona: aveva indossato la maglia gialla, aveva già vinto una tappa, Jasper (Philipsen, ndr) aveva vinto un'altra tappa... Allora è divertente fare una cosa del genere. E Mathieu è una persona che sa molto bene cosa può e non può fare”.
Fiat vs Ferrari
È stata una delle tappe più belle di un Tour che Tadej Pogačar ha rapidamente deciso. Anche nelle classiche autunnali è stato difficile sfuggire alla morsa slovena, anche se Adrie van der Poel punta il dito contro gli organizzatori. "Il percorso spesso crea prevedibilità. Prendiamo il Giro di Lombardia. Negli anni '80 molti più tipi di corridori potevano vincere quella gara. Era dura, ma partecipavano corridori da classiche. Oggi quella gara è stata resa così difficile che si sa in anticipo che, a meno di imprevisti, ci sono solo quattro contendenti. È un peccato. L'arte sta nel progettare le gare in modo da avere dieci potenziali vincitori".
Il gruppo attuale non è paragonabile a quello degli anni '80 e '90, afferma l'ex vincitore del Giro delle Fiandre, dell'Amstel Gold Race e della Liegi-Bastogne-Liegi. "L'accompagnamento inizia già dai giovani. Non è né un bene né un male, è semplicemente la realtà. Se vuoi far parte del gruppo, devi stare al passo. I migliori junior diventano subito professionisti e a 18 o 19 anni ottengono risultati che mi fanno pensare: wow, io non ci sarei mai riuscito. L'unica domanda è quanto dureranno le loro carriere. Se mi piacerebbe farlo ancora oggi? Se da un giorno all'altro mi mettessero nel gruppo e improvvisamente mi dicessero: non puoi più fare questo e non puoi più fare quello, ci penserei due volte. Ma se ci cresci dentro, non è poi così male, credo".
Adrie van der Poel è convinto che l'attuale generazione di campioni avrebbe spiccato anche ai suoi tempi. "Ci sono le Fiat e le Ferrari. E che in passato si corresse più basandosi sull'istinto? Ne dubito. Quando vedi correre ragazzi come Tadej (Pogacar, ndr), Wout (van Aert, ndr) o Mads (Pedersen, ndr), non è sulla base dei numeri. È piuttosto partendo dall'idea: dai, cominciamo. Il ciclismo è diventato più specializzato, questo è vero. Non ci sono più quei pochi corridori che gareggiano su tutti i terreni. Pogacar è l'eccezione".
Libertà
La scorsa primavera Mathieu van der Poel è stato l'unico in grado di dare filo da torcere allo sloveno. Anche su strada ha collezionato una serie di successi che il 99,9% dei professionisti darebbe un braccio per avere. E tutto questo dal 2014 con la squadra di Christoph e Philip Roodhooft. “Si sono fatti grandi a vicenda”, dice Adrie. “Lui deve tutto alla squadra e la squadra deve tutto a lui. Mathieu ha bisogno di una certa libertà per dare il meglio di sé, e lì la trova”.
Il padre di Van der Poel avrebbe mai immaginato che la carriera di suo figlio avrebbe avuto un tale successo? “Siamo onesti, con le sue qualità ci aspettavamo che un giorno avrebbe vinto una classica. Ma la serie di successi che ha ottenuto è straordinaria. Così come il modo in cui ci è riuscito. Un giorno arriverà il momento in cui non ce la farà più, ma già ora può guardare con orgoglio a una carriera di grande successo”.
***
Thibau Nys: “Essere il favorito, mi manca”
Come sta Thibau Nys (23) alla vigilia dei Campionati del Mondo di ciclocross? La settimana scorsa ne aveva abbastanza del cross. Il suo motto per domenica: “Cercare di seguire Mathieu”.
Domenica a Hulst otto professionisti belgi avranno il compito impossibile di impedire a Mathieu van der Poel di conquistare l'ottavo titolo mondiale. E ne sono consapevoli. Anche Thibau Nys, che la settimana scorsa, dopo il quarto posto a Hoogerheide, aveva ammesso di aver chiuso con il ciclocross. Ma ora quella pagina è stata voltata, afferma il campione belga. “Era come se fossi caduto in una grave depressione. Ma era più come un gioco di società che perdi quattro volte in fila. Il giorno dopo era già tutto a posto”.
La frustrazione aveva una ragione. Nys ha commesso una serie di piccoli errori che gli sono costati due volte il podio. Si rende conto che domenica non deve succedere di nuovo. “Ma più ci penso, più la situazione peggiora”, sorride. "Voglio solo partire bene e cercare di seguire Mathieu. Ormai conosco abbastanza bene il mio corpo da sapere quando devo rallentare. Ma nemmeno voglio avere la sensazione di non averci provato".
La tattica di gara verrà discussa sabato sera. Nys è formale: “Non pretendo nulla. Dobbiamo solo fare attenzione a non ostacolarci a vicenda. Negli ultimi anni abbiamo dimostrato ampiamente di poter correre insieme”, afferma Nys. “Ma a un certo punto della gara ci troveremo anche a competere l'uno contro l'altro”.
A causa del ruolo di favorito di van der Poel, Nys parte con una mentalità diversa. “Non posso negare che sia più emozionante partecipare a un campionato come favorito. Lo stress è un po' diminuito e mi dispiace, perché lo stress del campionato è piuttosto divertente. Essere il favorito, mi manca”.
Prima medaglia
Nys non è l'unico ad avere grandi ambizioni. Michael Vanthourenhout sembra essere tornato in forma giusto in tempo. “Dopo una malattia non puoi mai dire di essere al 100%, perché sei stato fuori gioco”, ha detto. “Ma mi sono allenato come volevo. Sono nella forma migliore possibile, sono fiducioso”.
Joran Wyseure ha invece subito una brutta caduta a Maasmechelen. “Non mi ha dato molto fastidio. Mancano ancora due giorni, normalmente andrà tutto bene”.
Venerdì l'Olanda ha conquistato la prima medaglia d'oro a Hulst, nella staffetta mista a squadre. L'Oranje ha battuto facilmente l'Italia. Il Belgio, con Niels Vandeputte e Fleur Moors, ha conquistato il bronzo. (gvdl, vtvn)
Commenti
Posta un commento