Sparta-doelman Joël Drommel wil ‘meedogenloos’ zijn
Joël Drommel: „Ik heb aan het begin van dit seizoen in mijn telefoon opgeschreven hoeveel clean sheets ik wilde. Ik ben goed op weg.”
Ooit stond Joël Drommel te boek als een groot keeperstalent, maar bij PSV lukte het maar niet in een basisplaats af te dwingen. Bij Sparta is hij dit seizoen opgebloeid tot een van de best presterende keepers in de Eredivisie. „Ik geloof niet dat ik beter
Vroeger was ik een rustige jongen.
Nu durf ik de jongens hier aan te sturen
5 Feb 2026 - NRC
Door Joost Pijpker
Fotografie Andreas Terlaak
ROTTERDAM - Als er al zoiets is als een ‘toverdrank’, dan is het de pasta pesto met kip van zijn vriendin. Sparta-doelman Joël Drommel grinnikt als hij erover begint. Sinds dit seizoen heeft hij het gerecht toegevoegd aan zijn vaste wedstrijdvoorbereiding, hij eet het de avond voor elk duel. Het is voedzaam, hij vindt het lekker, en gezien zijn prestaties ziet hij voorlopig weinig reden er verandering in te brengen.
Drommel (29) zit in de serre van Nieuw Terbregge, het trainingscomplex van Sparta in Rotterdam-Noord. Hij heeft net geluncht met zijn teamgenoten, daarvoor getraind. Hij draagt nog zijn felgele keeperstenue, de vlekken van het duiken op de mouw en heup. Voor de foto heeft hij een nieuw setje hagelwitte handschoenen meegenomen. Want „het moet er wel een beetje mooi uitzien.”
Hij is een man van gewoontes. „Rituelen”, zoals hij ze zelf noemt. Op de ochtend voor een wedstrijd spelen met zijn zoontje van anderhalf. „Even wandelen, ergens koffie halen.” In het stadion een lange warming-up met de reserves, gevolgd door de ademhalingsoefeningen die hij meekrijgt van een privétrainer. Ze helpen hem rustig te worden, zijn aandacht op de wedstrijd te richten.
En dan, vlak voor hij zijn plek onder de lat opzoekt, herhaalt hij in zijn hoofd de woorden die elke doelman op zulke momenten waarschijnlijk tegen zichzelf zegt. Dat hij „ready” is. Dat hij de „baas van de zestien” gaat zijn, het strafschopgebied. „Dat is wat je als keeper wilt: meedogenloos zijn. Dat ze gewoon bang van je worden.”
Na bijna zeven maanden op huurbasis bij Sparta hebben tegenstanders daar alle reden toe. De doelman die bij PSV de laatste seizoenen wisselspeler was, is er opgebloeid tot een van de beste keepers in de Eredivisie. Welke statistiek je er ook bij pakt, Drommel scoort hoog: 95 reddingen in 21 wedstrijden bijvoorbeeld. Alleen de doelman van FC Volendam, Kayne van Oevelen, hield meer ballen tegen.
Nu is dat ergens nog logisch. Na Volendam is Sparta ook de ploeg die dit seizoen de meeste kansen weggeeft – 128, volgens databureau Opta. Veel opvallender is daarom dat Drommel met ruime voorsprong ook de doelman is met de meeste wedstrijden zonder tegendoelpunten (clean sheets): negen keer, waarvan viermaal in de laatste vijf duels. Ook heeft hij het hoogste reddingspercentage van alle keepers in de Eredivisie.
Het maakt Drommel van grote waarde voor Sparta, een club die zijn wedstrijden de laatste maanden vaak met minimaal verschil wint. Op bezoek bij FC Utrecht scoorden de Rotterdammers twee weken geleden vroeg de 1-0, waarna Drommel die voorsprong bij zes doelpogingen moest verdedigen. Een paar weken eerder tegen NAC – ook 1-0 – kwam hij tot acht reddingen. Tegen FC Groningen voorkwam Drommel afgelopen zaterdag een openingstreffer, waarna Sparta met 2-0 won. Vijfde staat de club sindsdien, ongewoon hoog voor Sparta.
Tegenslagen
Dat Joël Drommel doelman werd, was uit nood. Tot zijn veertiende speelde de Noord-Hollander op het middenveld, dusdanig goed dat hij werd toegelaten tot de jeugdopleiding van Almere City FC. Maar als een van de twee keepers van zijn elftal vertrekt, besluit hij zich te laten omscholen. Hij blijft aanvankelijk ook veldspeler, maar doet op maandagen de keeperstraining erbij.
Het talent zit in de familie. Vader Piet-Jan Drommel was ook doelman, in de jaren tachtig kortstondig prof bij Telstar. Hij regelt een privé-keeperstrainer voor zijn zoon, schrijft hem op zijn zeventiende in voor een talentenjacht van sportmerk Nike. Zo komt hij in beeld bij FC Twente, waar hij met amper vier jaar ervaring als doelman debuteert in het eerste elftal, in een wedstrijd tegen Ajax (2-2). Drommel is dan achttien jaar oud.
Best een ongewone keuze, zo laat al in een jeugdopleiding
„Ik had in de vroege jeugd ook wel eens gekeept. En ik had het minder naar mijn zin als veldspeler, dus ik dacht: laten we het gesprek voeren. Ik heb altijd gehad dat ik meerdere dingen leuk vond. Op doel of in het veld, het maakte me nooit zo veel uit.”
De meeste jongetjes dromen van doelpunten maken
„Dat had ik vroeger ook, hoor. En nu als keeper nog steeds. Ik wacht nog altijd op dat ene moment, dat je achterstaat en in de laatste minuut naar voren moet. En dan gelijkmaakt.”
Kun je dat aanstormende talent van toen eens beschrijven?
„Hij was een doelman die durfde uit te komen. Sterk in zijn reflexen, die goed kon meevoetballen. En die hier en daar ook wel eens een penalty pakte.”
Wat moest hij nog leren?
„Leiderschap, denk ik. Vroeger was ik een rustige jongen. Nu durf ik de jongens hier aan te sturen, het elftal neer te zetten. Dat is ook een kwestie van ervaring. Als je jong bent probeer je dat ook wel, maar word misschien je wat minder serieus genomen dan op je 29ste.”
Je ontwikkelde je razendsnel, maar belandde na een half seizoen ook op de bank. Te veel fouten, oordeelde de trainer
Hij is even stil. „Je bent nog zo jong, en dan maak je een fout en opeens heeft iedereen een mening over je. Als jonge jongen ben je dan gewoon nog onzeker. Natuurlijk denk je: ik heb daar schijt aan. Maar diep van binnen doet dat echt wel iets met je.”
Je vader zei ooit: er is niks erger dan vader van een keeper zijn. Eén fout en je zoon wordt afgebrand.
„Ja, ik denk wel dat dat zo is.”
Eenmaal terug in de basis, twee seizoenen later, degradeerde je met Twente.
„Dan hoor je even alleen maar negatieve dingen van de tribune. En dat is logisch, bij een grote club. Maar het volgende seizoen, in de Keuken Kampioen Divisie, kon ik ook weer belangrijk zijn. En dat wordt dan ook weer heel erg gewaardeerd. Dan zingen ze een lied over je, staan ze allemaal achter je. Dan sta je toch lekkerder in je goal dan wanneer je achter je alleen maar negativiteit hoort.”
Is het ook een voordeel, zo vroeg de diepste dalen meemaken?
„Natuurlijk heb je liever geen tegenslagen. Maar ze horen bij het leven. Je wordt er ook sterker van.”
Frustrerende avonden
De degradatie is ook het begin van een opleving. Met Drommel op doel promoveert Twente meteen weer, hij wordt uitgeroepen tot doelman van de eerste divisie. Vanaf dan is hij eerste keuze, en later ook aanvoerder. Hij wordt gezien als een groot talent, maakt medio 2021 de overstap naar PSV, voor de hoogste transfersom die tot dan toe in Nederland voor een doelman is betaald (naar verluidt 3,5 miljoen euro). Een paar maanden eerder is hij al opgeroepen als reserve voor Oranje.
Wat deed dat met je?
„Dat was uniek om mee te maken. Ik moest wel even een traantje laten.”
Je vader zei destijds op tv dat hij je wel bij de beste twintig keepers van de wereld zag komen.
„Dat had hij niet moeten zeggen. Je mag altijd trots over je zoon spreken, natuurlijk, maar dit was niet handig. Omdat mensen er ook weer wat van gaan vinden. En je hebt ook de andere kant van de medaille gezien. Het kan zomaar omslaan.”
Dat bleek al snel. Bij PSV begon je als eerste keuze, maar kwamen ze na een half seizoen tot hetzelfde oordeel als bij Twente: te wisselvallig.
„Bij PSV wordt er meteen heel veel van je verwacht. De druk is ook veel hoger. Je speelt twee wedstrijden per week, kunt er niet even bij stilstaan als je een goede pot hebt gekeept. Want drie dagen later moet je weer. En je bent nog steeds maar een jongen van 24, die net bij een topclub komt kijken.”
Je legt het af tegen Yvon Mvogo, daarna Walter Benitez. En als hij vertrekt, haalt PSV deze zomer twee nieuwe keepers. Voelt dat niet ook een beetje uitzichtloos?
„Nee, niet uitzichtloos. Want je zit bij een topclub, alles is goed geregeld. Je speelt Champions League, komt in hele mooie stadions. En ik mocht in de beker keepen, en die hebben we dat jaar ook gewonnen.”
Maar de meeste wedstrijden speel je niet. Een reservedoelman doet de warmingup, gaat op de bank zitten en weet: dit was het voor vandaag.
„Je weet dat je er alleen in komt als de eerste keeper rood pakt of geblesseerd raakt. En ik heb ook zeker frustrerende avonden gehad, hoor. Dat je na afloop meteen naar huis wilt. Ik was blij voor de andere jongens, en voor de club, maar dacht ook: ik hoef niet per se naar het spelershome. Ik pak mijn tas en ga morgen lekker weer trainen. Want uiteindelijk ben ik voetballer geworden om te spelen.”
Hoe anders is de situatie dan een halfjaar later. Zit hier een doelman in de vorm van zijn leven?
„Dat kun je wel zeggen. Natuurlijk heb ik altijd goede wedstrijden gespeeld, maar als je de statistieken bekijkt: het is nu gewoon constanter.”
Waar hoop je dat dit eindigt?
„Ik heb aan het begin van dit seizoen in mijn telefoon opgeschreven hoeveel clean sheets ik wilde. Ik ben goed op weg. Wat is eigenlijk het record van Sparta?” Hij kijkt naar de persvoorlichter. „Veertien? Zo, dat is wel veel hoor!”
Denk jij ergens ook: zié je nou wel?!
„Ja, maar het is niet aan mij. Ik heb altijd alles gegeven voor PSV: nooit een training gemist, altijd op tijd. Als jongens na de training nog langer wilden afwerken, ging ik op goal. Maar ik snap de club ook. Zij willen iemand die veel heeft gespeeld. Dus uiteindelijk is dit misschien ook het beste, voor PSV en voor mij.”
Hoe is deze doelman anders dan die van achttien?
„Ik geloof niet dat ik beter ben geworden in naar links of rechts duiken. Het zit eerder in leiderschap. In positie kiezen in je goal, situaties goed lezen. Brutaler zijn.”
En je gemakkelijker over tegenslagen heen zetten?
„Ook. Nu laat ik soms ook een bal door en denk ik: kom op, Joe, die had je moeten hebben. Dat is even vervelend, maar ik moet door. Met de jaren ben ik daar beter in geworden.”
Tegen het einde van het gesprek krijgt Drommel een melding op zijn telefoon. Hij heeft een filmpje toegestuurd gekregen, van zijn zoontje Luca in een speeltoestel. Misschien heeft zijn geboorte nog wel het meeste veranderd, zegt hij. „Die kleine geeft me echt innerlijke rust. Niet continu die gedachte van: ik moét. Want uiteindelijk is hij het allerbelangrijkste. Hoe slecht mijn dag ook was: als ik thuiskom en hij komt op me afrennen, ben ik alles alweer vergeten.”
Commenti
Posta un commento