Gaat Van der Poel nog door in de cross, is nu de grote vraag, na zijn achtste titel


FOTO IRIS VAN DEN BROEK/ANP
Mathieu van der Poel komt juichend over de 
eindstreep bij de WK veldrijden in het Zeeuwse Hulst.

Zoals verwacht werd Mathieu van der Poel in Hulst voor de achtste maal wereldkampioen veldrijden, een record.

Je moet van tijd tot tijd andere opties bekijken
Mathieu van der Poel veldrijder

2 Feb 2026 - NRC
Koen Marée 

HULST - Eén rondje. Zo lang blijven de naaste belagers van Mathieu van der Poel, landgenoot Tibor Del Grosso en de Belg Thibau Nys, in zijn buurt. Daarna begint de 31-jarige Nederlander aan zijn verwachte solo over het zestiendeeeuwse vestingwerk van het Zeeuwse Hulst, waar ruim 40.000 toeschouwers met zachte tongval de aanstaand wereldkampioen toeschreeuwen.

Tien seconden voorsprong worden een halve minuut, een halve minuut wordt 45 seconden. Met doffe klappen op de pedalen stampt Van der Poel een van de twee langere beklimmingen op, als enige renner zet hij de hele wedstrijd geen voet aan de grond op de klim langs het water. Na acht rondes komt hij met een typerend juichgebaar van voetballer Cristiano Ronaldo over de meet.

Het is de achtste titel voor Van der Poel, de vierde op rij. Vorig jaar in het Franse Liévin evenaarde hij al het record van Erik De Vlaeminck, die tussen 1966 en 1973 zeven keer wereldkampioen werd. Nu gaat hij de boeken in als eerste man met acht wereldtitels bij het veldrijden. Bij de vrouwen behaalde Marianne Vos dat aantal al op het WK in 2022, in het Amerikaanse Fayetteville.

Opgefrist en getooid in zijn nieuwe regenboogtrui staat Van der Poel even later de pers te woord. De felicitaties van koning Willem-Alexander zijn al binnen. „Dit record was het enige dat ik aan het begin van het seizoen in het hoofd had”, zegt de recordkampioen. „De wereldtitel is de reden waarom ik nog steeds aan veldrijden doe”. Toch is de vraag ook in Hulst onvermijdelijk: hoe lang gaat Mathieu van der Poel nog door in de cross?

Beste crosser ooit

Al langer speculeert de wielerwereld, inclusief hijzelf, over de toekomst van Van der Poel als veldrijder. Twee jaar geleden al, in het Tsjechische Tábor, twijfelde hij openlijk over het verleggen van zijn focus naar de weg. Sindsdien nam zijn dominantie in het veldrijden alleen maar toe: de afgelopen drie seizoenen won hij elke wedstrijd, op eentje na: in 2024 moest hij in Benidorm genoegen nemen met een vijfde plek.

Dit seizoen verliep feiloos. Alleen in Maasmechelen leek het vorig weekend even spannend te worden, maar zelfs twee lekke banden konden Van der Poel niet van de zege houden. Tot een klassieke Nederlands-Belgische tweestrijd met Wout van Aert, die hem het vorige decennium nog regelmatig versloeg, kwam het dit seizoen niet. In de glibberige sneeuwcross in Mol leek de Visma-renner begin januari aan te haken bij Van der Poel, tot hij viel en zijn enkel brak.

Aan plezier zal het niet liggen. „Ik vind veldrijden nog steeds fantastisch om te doen. Maar je moet van tijd tot tijd andere opties bekijken”, zei Van der Poel vorige week al in Hoogerheide. Het leidde tot verbazing bij onder meer rivaal Van Aert, die in de podcast Live Slow Ride Fast zei niet te kunnen geloven dat Van der Poel die suggestie liet vallen, en hem „zonder twijfel” de beste crosser ooit noemde.

In Hulst bevestigt Alpecin-Premier Tech-ploegbaas Philip Roodhooft gesprekken over een andere voorbereiding richting het wegseizoen. Over een maand begint het peloton aan de voorjaarsklassiekers, en ook daar wil Van der Poel presteren. Qua voorbereiding is dat nu nog passen en meten. De laatste seizoenen pendelt Van der Poel ‘s winters heen en weer tussen trainingsstages aan de zonnige Costa Blanca en de koude veldritten in België en Nederland, waar hij volle dagen maakt met een warming-up, de verkenning, de wedstrijd en plichtplegingen naar media en sponsoren. „De afwegingen zijn heel simpel: een jaar proberen zonder winter in het veld, ja of neen”, aldus Roodhooft.

„Het veldritseizoen is altijd mijn eerste piek van het seizoen. Fysiek, maar ook mentaal”, legt Van der Poel zijn eigen overwegingen uit. „Ik wil bij het veldrijden in topvorm zijn, rondrijden op 90 procent zou hier niet genoeg zijn. Dat is wat sommige mensen onderschatten, hoeveel arbeid daarin zit. Dat is waarom ik nadenk over andere benaderingen van het seizoen”. Aan de Costa Blanca hinkt hij nu tijdens trainingsritjes op twee gedachten, zegt hij: „De cross is een doel, maar in mijn achterhoofd heb ik ook de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Ook dat zijn wedstrijden waarin ik de komende jaren nog geschiedenis kan schrijven”.

Een meevaller voor de toeschouwers in Hulst was het gevecht dat achter Van der Poel ontstond tussen de pas 22-jarige WKdebutant Tibor Del Grosso en de 23-jarige Thibau Nys, een nieuwe Nederlands-Vlaamse tweestrijd na Van der Poel-Van Aert. Nadat het duo de koploper had moeten laten gaan, trokken ze lang samen op.

Beurtelings

Beurtelings namen Del Grosso en Nys het initiatief. Del Grosso had al snel door dat de Belg moeite had de lange klim op het bolwerk in één keer op te fietsen, maar moest op andere delen van het parcours weer een gaatje laten. Hij trok zo nu en dan een grimas, moest een aantal maal overeind komen, en leek een ronde voor het einde af te stevenen op een derde plek.

Toen begon het keihard te regenen. Al snel begon de Belg weg te slippen op de steeds meer uit modder bestaande ondergrond. Del Grosso passeerde hem, sloeg een gat en gaf hem niet meer weg. Na een speelse sprong vanaf de laatste brug kwam hij saluerend als tweede over de finish. „We hebben elkaar tot het uiterste gedreven.”

***

FOTO IRIS VAN DEN BROEK/ANP
Mathieu van der Poel taglia il traguardo esultante
ai mondiali di ciclocross a Hulst, nella provincia dello Zeeuwse.

Dopo l'ottavo titolo, ora la grande domanda è: van der Poel continuerà nel ciclocross?
Come previsto, Mathieu van der Poel è diventato campione del mondo di ciclocross per l'ottava volta a Hulst, un record.

"Di tanto in tanto bisogna valutare altre opzioni"
   - Mathieu van der Poel

2 febbraio 2026 - NRC
Koen Marée

HULST - Un giro. È questo il tempo che i diretti rivali di Mathieu van der Poel, il connazionale Tibor Del Grosso e il belga Thibau Nys, riescono a stargli vicino. Poi il 31enne neerlandese inizia la sua attesissima fuga solitaria sulle fortificazioni cinquecentesche di Hulst, nella provincia zelandese, dove oltre 40.000 spettatori con il loro accento mellifluo incitano il futuro campione del mondo.

Dieci secondi di vantaggio diventano mezzo minuto, mezzo minuto diventa 45 secondi. Con colpi sordi sui pedali, van der Poel affronta una delle due salite più lunghe, unico corridore a non mettere piede a terra durante tutta la gara sulla salita lungo il fiume. Dopo otto giri, taglia il traguardo con il tipico gesto di esultanza del calciatore Cristiano Ronaldo.

È l'ottavo titolo (mondiale nel cross, ndr) per van der Poel, il quarto consecutivo. L'anno scorso a Liévin, in Francia, aveva già eguagliato il record di Erik De Vlaeminck, che tra il 1966 e il 1973 era diventato sette volte campione del mondo. Ora entra negli annali come il primo uomo ad aver vinto otto titoli mondiali nel ciclocross. Tra le donne, Marianne Vos ha già raggiunto questo traguardo nel 2022, a Fayetteville, negli Stati Uniti.

Rinfrescato e vestito con la sua nuova maglia arcobaleno, van der Poel parla ai media poco dopo. Sono già arrivate le congratulazioni del re Willem-Alexander. “Questo record era l'unica cosa che avevo in mente all'inizio della stagione”, dice il campione dei record. “Il titolo mondiale è il motivo per cui continuo a praticare il ciclocross”. Tuttavia, anche a Hulst la domanda è inevitabile: per quanto tempo Mathieu van der Poel continuerà a praticare il ciclocross?

Il miglior ciclocrossista di sempre

Da tempo il mondo del ciclismo, compreso lui stesso, specula sul futuro di van der Poel come ciclocrossista. Già due anni fa, a Tábor, in Repubblica Ceca, aveva apertamente espresso dei dubbi sul trasferimento della sua attenzione alla strada. Da allora, la sua supremazia nel ciclocross è solo aumentata: nelle ultime tre stagioni ha vinto tutte le gare, tranne una: nel 2024 ha dovuto accontentarsi del quinto posto a Benidorm.

Questa stagione è stata impeccabile. Solo a Maasmechelen, lo scorso fine settimana, la gara sembrava diventare emozionante, ma nemmeno due forature hanno impedito a van der Poel di vincere. Questa stagione non si è verificato il classico duello neerlandese-belga con Wout Van Aert, che nel decennio precedente lo aveva battuto in continuazione. All'inizio di gennaio, nella scivolosa gara di ciclocross su neve a Mol, il corridore della Visma sembrava stare al passo con van der Poel, finché il belga non è caduto e si è rotto una caviglia.

Il divertimento non mancherà. “Trovo che il ciclocross sia ancora fantastico da praticare. Ma di tanto in tanto bisogna valutare altre opzioni”, ha dichiarato van der Poel la scorsa settimana a Hoogerheide. Ciò ha suscitato stupore, tra gli altri, nel rivale Van Aert, che nel podcast Live Slow Ride Fast ha affermato di non riuscire a credere che Van der Poel avesse avanzato tale ipotesi, definendolo “senza dubbio” il miglior ciclocrossista di sempre.

A Hulst, il team manager dell'Alpecin-Premier Tech, Philip Roodhooft, ha confermato le discussioni su una diversa preparazione in vista della stagione su strada. Tra un mese il gruppo inizierà le classiche di primavera e anche lì van der Poel vuole dare il meglio. In termini di preparazione, è ancora tutto da definire. Nelle ultime stagioni, van der Poel ha alternato gli allenamenti invernali nella soleggiata Costa Blanca alle fredde gare di ciclocross in Belgio e nei Paesi Bassi, dove ha trascorso intere giornate tra riscaldamento, ricognizione, gara e impegni con i media e gli sponsor. “Le considerazioni sono molto semplici: provare un anno senza inverno nel cross, sì o no”, afferma Roodhooft.

“La stagione di ciclocross è sempre il mio primo picco stagionale. Fisicamente, ma anche mentalmente”, spiega van der Poel. “Voglio essere al top della forma nel ciclocross, correre al 90% non sarebbe sufficiente. Questo è ciò che alcune persone sottovalutano, quanto lavoro ci sia dietro. Ecco perché sto pensando ad altri approcci alla stagione”. Sulla Costa Blanca, durante gli allenamenti, è indeciso, dice: “Il cross è un obiettivo, ma in fondo alla mia mente ho anche il Giro delle Fiandre e la Parigi-Roubaix. Anche queste sono gare in cui potrei scrivere la storia nei prossimi anni”.

Una sorpresa per gli spettatori di Hulst è stata la battaglia che si è scatenata alle spalle di van der Poel tra il ventiduenne Tibor Del Grosso, al suo debutto ai Mondiali, e il ventitreenne Thibau Nys, una nuova rivalità tra Paesi Bassi e Fiandre dopo quella tra van der Poel e Van Aert. Dopo aver lasciato andare il leader, i due hanno pedalato a lungo insieme.

A turno

Del Grosso e Nys hanno preso l'iniziativa a turno. Del Grosso ha capito subito che il belga aveva difficoltà a scalare la lunga salita in un colpo solo, ma ha dovuto lasciare un po' di spazio in altre parti del percorso. Di tanto in tanto faceva una smorfia, ha dovuto rialzarsi un paio di volte e, a un giro dalla fine, sembrava avviarsi verso il terzo posto.

Poi ha iniziato a piovere a dirotto. Ben presto il belga ha iniziato a slittare sul terreno sempre più fangoso. Del Grosso lo ha superato, ha guadagnato un vantaggio e non lo ha più ceduto. Dopo un salto giocoso dall'ultimo ponte, ha tagliato il traguardo al secondo posto salutando. “Ci siamo spinti entrambi al limite”.

Commenti

Post popolari in questo blog

I 100 cattivi del calcio

Chi sono Augusto e Giorgio Perfetti, i fratelli nella Top 10 dei più ricchi d’Italia?

Dalla periferia del continente al Grand Continent