Vier koningen, één troon: krijgt de Ronde een duel voor de eeuwigheid?


© Getty, belga - Mathieu van der Poel, Tadej Pogacar, 
Remco Evenepoel en Wout van Aert.

Tadej Pogacar, Mathieu van der Poel, Wout van Aert en Remco Evenepoel vormen samen het sterkste kwartet dat de Ronde van Vlaanderen in jaren aan de start zag. Elk van hen stapt zondag op de fiets met hetzelfde idee: winnen. Wat zijn hun troeven en zwaktes?

4 Apr 2026 - De Standaard
Diebrecht De Smet

De Ronde van Vlaanderen krijgt zondag misschien wel haar sterkste deelnemersveld ooit. Met olympisch kampioen Remco Evenepoel, wereldkampioen Tadej Pocagar, Wout van Aert en drievoudig winnaar Mathieu van der Poel staan de sterkste eendagsrenners van hun generatie in Antwerpen aan de start.

Drie keer stonden ze al samen op het wedstrijdblad tijdens een WK (Leuven 2021, Wollongong 2022 en Glasgow 2023). Maar dat was in hun nationale pyjama, nu nemen ze het in een eendagskoers voor het eerst in hun merkentrui tegen elkaar op. Wat zijn hun troeven en hun zwaktes richting Oudenaarde?

Remco Evenepoel (26) 0 deelnames, 0 zeges

Hij wint, want: als hij op het vlakke zijn motor aanzet, is hij zelden te volgen. Tussen de Paterberg en de Koppenberg, of tussen de Koppenberg en de Taaienberg, kan Evenepoel een coup plegen. Wie gaat hem terughalen als hij daar vertrekt?

Tadej Pogacar noemt zijn deelname een “extra stressfactor”. “Met Remco weet je nooit”, zei de Sloveen vrijdag. “Hij kan op de meest lukrake plekken aanvallen. Als je hem voorop laat met een paar seconden bonus, kan het onmogelijk worden om hem terug te pakken.”

Evenepoel heeft ook al laten zien dat hij in een slopende, lastige koers tegen een stoot kan. De 278 kilometer die het peloton voor de wielen krijgt geschoven, zouden geen probleem mogen vormen. En als de olympische kampioen moet lossen tijdens de laatste passage over de Oude Kwaremont en de Paterberg, kan hij met zijn tijdritkwaliteiten nog een en ander rechtzetten in de laatste vlakke dertien kilometer.

Hij wint niet, want: de nervositeit en de hectiek in Ronde van Vlaanderen zijn niet te vergelijken met die in Luik-Bastenaken-Luik. Het is draaien, keren, wringen – allemaal dingen waar Evenepoel niet meteen om bekendstaat. Met Gianni Vermeersch beschikt hij over een gids die hem op het juiste moment op de juiste positie kan brengen, maar volstaat dat?

Technisch hebben Pogacar en Van der Poel ook stuurmanskunsten die Evenepoel mist, waardoor hij onderweg mogelijk extra energie zal opsouperen. Debutanten winnen de Ronde trouwens ongeveer even vaak als Wout van Aert meeval heeft: de laatste keer gebeurde het in 1967, vlooide Knack-journalist Jonas Creteur uit. De gelukkige was toen ene Dino Zandegù.

Maar aan vertrouwen ontbreekt het Evenepoel gewoontegetrouw niet. “Mocht ik niet het gevoel hebben dat ik kan winnen, zou ik niet aan de start staan”, klinkt het.

Tadej Pogacar (27) 3 deelnames, 2 zeges

Hij wint, want: wat de Sloveen doet, hoort niet te kunnen. “Pogacar stak er in de Strade en Sanremo belachelijk ver boven uit”, merkte Van Aert vrijdag terecht op. “Het is niet omdat hij vorige week niet heeft meegedaan, dat we moeten vergeten hoe goed hij is.”

Na vorig seizoen leek het of de wereldkampioen niemand nog kon verbazen, maar twee weken geleden pakte hij vanaf de Cipressa uit met zijn misschien wel grootste nummer ooit. Met dank aan zijn ploegmaats. Hoewel de ene renner na de andere bij UAE Team Emirates-XRG in de lappenmand belandde, oogt het team zelfs half kreupel nog ijzersterk.

Pogacar heeft zich optimaal kunnen voorbereiden: hij heeft amper twee competitiedagen in de benen, waardoor hij heel gericht kon trainen. En Evenepoel mag dan een “stressfactor” zijn, tegelijk vindt hij in onze landgenoot ook een bondgenoot die even graag de lont in het kruitvat steekt.

Hij wint niet, want: de andere teams lijken eindelijk te beseffen dat niets verloren is bij een vroege aanval van de grote namen. “De ploegen hebben begrepen dat er nog veel tijd over is als iemand aanvalt op zestig kilometer van de meet”, beaamt Pogacar. “En dat je beter samenwerkt dan elkaar op klimmetjes met aanvallen te bestoken.”

De Sloveen maakte er voor het seizoen geen geheim van dat Milaan-Sanremo en Parijs-Roubaix z’n grote doelen zijn. Loert er na z’n zege op de Via Roma decompressie om de hoek? “Dat ik Sanremo eindelijk heb kunnen afvinken, gaf me wel een soort van voldoening”, erkent hij. “Maar er was genoeg tijd om te resetten en me voor te bereiden.”

Net als in 2023 gooide hij Van der Poel vorig jaar overboord tijdens de laatste passage over de Oude Kwaremont – een lange inspanning die Pogacar op het lijf is geschreven. Maar de Nederlander was enkele dagen voordien ziek. Maakt het procentje dat Van der Poel toen miste, nu het verschil tussen aanhaken of afhaken?

Wout van Aert (31) 6 deelnames, 0 zeges

Hij wint, want: het noodlot kan niet blijven winnen. Met z’n vormcurve zit het duidelijk snor. De Kempenaar durft opnieuw zelf aan te vallen en heeft na alle blessureleed de benen van 2023 teruggevonden, toen hij zowel in Sanremo als in Roubaix naar het podium reed.

“Ik ben blij met mijn gevoel”, beaamde Van Aert vrijdag. “De laatste wedstrijden heb ik kunnen aanpakken zoals ik dat wilde: door agressief te koersen.” Hij oogt relaxed en steekt vol vertrouwen. Dat was de voorbije jaren anders. “Misschien ben ik wel meer ontspannen dan enkele jaren geleden. Sommige zaken aanvaard ik makkelijker of waardeer ik meer.”

Hij wint niet, want: als het op pure punch aankomt, staan Pogacar en Van der Poel een trapje hoger. Dat beseft de kopman van Visma-Lease a Bike ook zelf. “Zij hebben net iets meer dan alle andere renners.” Vorige zondag, tijdens de laatste beklimming van de Kemmelberg, kon Van Aert slechts ternauwernood het wiel van Van der Poel houden. Buigen maar niet barsten, omschreef ploegleider Maarten Wynants het.

Anticiperen dan maar? Op het Ronde-parcours zijn er weinig mogelijkheden om dat te doen en zelfs zijn schaduw zou hem niet laten gaan. “De benen zullen vanaf de tweede passage over de Kwaremont doorslaggevend zijn”, stelt Van Aert zelf. In weerbaarheid en taaiheid is hij amper te kloppen, maar winnen vraagt doorgaans meer.

Mathieu van der Poel (31) 7 deelnames, 3 zeges

Hij wint, want: op zijn debuut in 2019 na stond hij telkens op het podium in de Ronde. Van der Poel dendert over de Vlaamse wegen zoals anderen opstaan: zonder nadenken. Na de E3 Saxo Classic en In Flanders Fields kwamen hij en Alpecin-Premier Tech als mentale winnaars uit het weekend. Hoewel de Nederlander na z’n solo in Harelbeke niet 100 procent fris was, bepaalde hij twee dagen later toch opnieuw de koers.

Zondag lonkt een vierde overwinning, wat hem alleen recordhouder zou maken. “Natuurlijk ben ik me daarvan bewust, maar ik benader deze koers met dezelfde mindset als anders”, aldus Van der Poel. “Als dat dan tot een record leidt, zal ik dat koesteren.”

Ook hij hoopt te profiteren van Evenepoels aanwezigheid. “Hoe meer sterke renners er in koers zijn, des te sneller de wedstrijd openbreekt. Dat is niet nadelig voor mij.”

Hij wint niet, want: vorig jaar schudde Pogacar hem van zich af tijdens de laatste passage over de Oude Kwaremont. Dat jaar was de Sloveense wereldkampioen er niet in geslaagd om Van der Poel te lossen in Milaan-Sanremo. Twee weken geleden moest de Nederlander hem op de Poggio wel laten gaan. Het gevolg van de valpartij waarbij hij zich aan de vinger blesseerde, of een voorteken?

De kopman van Alpecin-Premier Tech maakte een imposante indruk in Tirreno-Adriatico, maar komt sindsdien weer menselijker voor de dag. Hadden de vier achter hem in Harelbeke blijven rijden, dan was hij vorige vrijdag gevat. De voorbije week vertoefde hij in Spanje om daar “de laatste procentjes” te vinden.

“Ik vertrouw erop dat dit de juiste voorbereiding is geweest”, aldus Van der Poel. “Tijdens In Flanders Fields voelde ik me iets minder fris. Ik vond het vrij gelijkaardig aan 2024. Toen won ik in Harelbeke, maar miste ik frisheid in Wevelgem. Een week later won ik de Ronde.”


***


© dsd Kopecky straalt in een Formule 1-bolide.


De lach is terug, het hoofd bevrijd: Lotte Kopecky is weer zichzelf

Vorig seizoen probeerde Lotte Kopecky iemand te zijn die ze niet was. 
Vandaag rijdt de drievoudige Ronde-winnares weer zoals ze praat: rechttoe, rechtaan, zonder ballast. 
“Of ik haar al vaker heb zien lachen dan vorig jaar? Toch wel, ja.”

“Die maniakale focus op de weegschaal heb ik achterwege gelaten, 
en daar ben ik blij om” 
   - Lotte Kopecky

4 Apr 2026 - De Standaard
Diebrecht De Smet

“Niks zeggen wat ik zelf niet zou zeggen, hé.” Lotte Kopecky (30) gooit het haar ploegleider Danny Stam donderdagmiddag in Tielt lachend toe, wanneer ze in de showroom van een van de sponsors plaatsnemen om vooruit te blikken naar de Ronde van Vlaanderen. Het is tekenend voor het humeur van de tweevoudige wereldkampioene: na zeges in Nokere Koerse en Milaan-Sanremo heeft ze haar lach teruggevonden. “Die overwinningen hebben veel druk weggenomen die ik mezelf oplegde”, zegt Kopecky. “Het geeft me veel vrijheid in mijn hoofd.”

Dat vertaalt zich ook naast de koers: met de voltallige Ronde-selectie van SD Worx-Protime in een knalgele BMW Town Taxi toekomen, een grapje uitwisselen met ploeggenote Femke Gerritse, zich achter het stuur wurmen van de Formule 1-bolide die Gerhard Berger in 1985 bestuurde: Kopecky laat het zich allemaal welgevallen. “Of ik Lotte dit seizoen al vaker heb zien lachen dan vorig jaar? Toch wel, ja”, beaamt Stam. “Het zit gewoon weer goed in haar hoofd.”

Op het gevoel

Het is dag en nacht verschil met 2025, toen ze veel blessureleed kende en zich liet verleiden tot een verhaal dat haar niet paste: dat van de grote ronde. Dat hoofdstuk heeft ze afgelopen winter dichtgeklapt en met enkele krachtige pedaalslagen op de Via Roma ook symbolisch begraven. “Vergeleken met vorig jaar is mijn vorm veel beter”, zegt Kopecky zelf.

Vorig jaar kon ze op stage niet alle trainingen meedoen, ze kampte met een ernstige knieblessure die ze voor de buitenwereld stilhield. Maar het verschil zit niet alleen in de benen. Kopecky moet zich goed in haar vel voelen om te presteren. “Daar haal ik meer voordeel uit dan uit dat ene kilootje minder. Die maniakale focus op de weegschaal heb ik achterwege gelaten, en daar ben ik blij om.” Werken volgens haar gevoel maakte haar groot, door terug te keren naar die formule wek- te ze zichzelf opnieuw tot leven.

Toch was Dwars door Vlaanderen woensdag een tegenvaller. “Geen goede generale repetitie, daar moeten we niet flauw over doen”, erkent Danny Stam. “Het was een wake-upcall”, zegt Kopecky. “Ik heb te passief gereden en zat vaak niet in de positie waar ik moest zitten. Maar het algemene gevoel zat goed.”

Jezelf kalmeren

Twaalf maanden geleden was dat helemaal anders. Toen zag ze op weg naar Waregem naar eigen zeggen “alle kleuren van de regenboog”, al finishte ze er toen tweede. “Ik heb er mezelf wel tien keer door mijn kader moeten trekken.” Vier dagen later zou ze in Oudenaarde wel op het hoogste trapje staan. “Zoals ik in 2024 superslecht was in de Ronde en de week nadien triomfeerde in Parijs-Roubaix.”

Als Kopecky zondag opnieuw wint, schrijft ze geschiedenis met een vierde zege. Zelf is ze daar totaal niet mee bezig: “Of het nu de vierde of de zevende keer is, dat maakt me niet uit. Ik was destijds al blij dat ik het één keer voor mekaar had gekregen.” Een eventuele overwinning is geen optelsom van trainingsuren alleen, het komt ook op intuïtie aan. “Je kunt heel sterk zijn, maar als je je energie op het verkeerde moment verspilt, is het voorbij. Soms ben je zo enthousiast door de mensenmassa dat je al wilt gaan, maar moet je jezelf kalmeren omdat het nog veel te ver is.”

Een topklassieker winnen is vandaag wel moeilijker geworden dan enkele jaren geleden, erkent Kopecky. SD Worx-Protime oogde de voorbije weken minder dominant, omdat er in het vrouwenpeloton enkele sterke blokken bij zijn gekomen. “Ik denk aan FDJ, UAE en ook Visma. Maar eigenlijk zie ik dat als een positieve evolutie. Het maakt de sport alleen mooier. En natuurlijk zal ik teleurgesteld zijn als ik het niet haal. Ik train om te winnen.”



Commenti

Post popolari in questo blog

I 100 cattivi del calcio

Echoes' Cycling Biography #4: Jean-Pierre Monseré

Chi sono Augusto e Giorgio Perfetti, i fratelli nella Top 10 dei più ricchi d’Italia?