Na een zenuwslopende finale heeft Pogacar ook Milaan-Sanremo binnen


FOTO MARCO ALPOZZI / AP 
Mathieu van der Poel (achtste) feliciteert na de finish winnaar Tadej Pogacar.

Na een val vlak voor de Cipressa leek Tadej Pogacar kansloos voor de winst in Milaan-Sanremo. Maar op spectaculaire wijze won hij de Italiaanse voorjaarsklassieker alsnog, voor het eerst in zijn carrière.

«Even dacht ik: het is voorbij. 
Maar mijn ploeg gaf me hoop»
   - Tadej Pogacar

23 Mar 2026 - NRC
Roland van Erven 

AMSTERDAM - Gevallen, opgestaan, gewonnen. Op even spectaculaire als uitzonderlijke wijze heeft Tadej Pogacar, de beste renner van de wereld, afgerekend met zijn obsessie: na vijf eerdere pogingen won hij zaterdag ondanks een valpartij voor het eerst Milaan-Sanremo.

Na een sprint met Tom Pidcock kwam hij met scheuren in en zwarte vegen op zijn regenboogtrui als eerste over de finish op de Via Roma in San Remo. Wout van Aert eindigde als derde, topfavoriet Mathieu van der Poel – die ook viel – werd achtste.

Reikhalzend keek de wielerwereld weken, zo niet maanden uit naar La Primavera. De 117de editie beloofde net als vorig jaar een strijd te worden tussen viervoudig Tourwinnaar Pogacar en Van der Poel, die Milaan-Sanremo al twee keer won (2023 en 2025). Niet alleen omdat beide renners al jaren ongekend dominant zijn, de Sloveen en Nederlanders zijn ook nog eens in bloedvorm. Pogacar won twee weken terug de Strade Bianche, Van der Poel vorige week twee ritten in de Tirreno-Adriatico.

Op de Cipressa zou het gaan gebeuren. Op die klim, 25 kilometer voor de finish, zou Pogacar demarreren in een poging Van der Poel te verslaan. Maar vlak voordat het peloton de Cipressa bereikte, viel uitgerekend Pogacar zelf, midden in het peloton, ogenschijnlijk zonder aangeraakt te worden. Uitzonderlijk, aangezien de Sloveen de afgelopen vijf seizoenen maar één keer serieus ten val kwam – in Luik-Bastenaken-Luik in 2023.

Een onvoorspelbaar slot volgde. Pogacar moest smijten met krachten om terug vooraan te komen, deed dat, en toonde vervolgens lef door in de afdaling van de Poggio (de laatste klim) alle grenzen op te zoeken om een aanstormende groep renners achter hem en Pidcock te houden. Dat lukte met pijn en moeite, maar het onderstreepte vooral de dominantie van Pogacar. Die wordt ieder jaar weer groter.

Obsessie

Op voorhand lag de druk in de eerste grote voorjaarsklassieker bij Pogacar. Hoewel hij La Primavera al vijf keer had gereden, stond hij tot zaterdag op nul zeges. Tot zijn eigen frustratie: de Sloveen gaf al meermaals te kennen alle belangrijke wielerwedstrijden – grote rondes én eendagskoersen – ten minste één keer in zijn carrière te willen winnen. In drie van de vier andere ‘Monumenten’ kwam hij al als eerste over de finish: de Ronde van Vlaanderen (2 keer), Luik-Bastenaken-Luik (3) en de Ronde van Lombardije (5).

Om met zijn obsessie af te rekenen, kwam Pogacars ploeg UAE Team Emirates-XRG in startplaats Pavia – voor het derde jaar op rij begon de wielerklassieker in die stad – met een indrukwekkende ploeg voor de dag. Pogacar werd bijgestaan door een groep ijzersterke klimmers, onder wie Isaac del Toro. De Mexicaan won vorige week nog de rittenkoers Tirreno-Adriatico.

Pogacar zou al weken toegewerkt hebben naar Milaan-Sanremo. Begin deze maand verbeterde hij tijdens een training zelfs zijn persoonlijke record op de Cipressa, de voorlaatste beklimming op 25 kilometer van de finish. Strava-gegevens lieten zien dat de wereldkampioen er 8 minuten en 51 seconden over deed. Dat komt neer op een duizelingwekkende snelheid van 37,8 kilometer per uur, op een klim van 5,6 kilometer met een stijgingspercentage van 4,2 procent.

‘Het is voorbij’

Maar zijn trainingen ten spijt, kwam het tot een klim op de Cipressa waar Pogacar geen rekening mee zal hebben gehouden. Zonder er nog in te geloven, kreeg hij na zijn val – die leidde tot een grotere valpartij – hulp van ploeggenoten Florian Vermeersch en Felix Grosschartner en vond hij tijdens de klim opnieuw de aansluiting. „Even dacht ik: het is voorbij”, zei Pogacar na afloop. „Maar zij [zijn ploeggenoten] gaven mij nieuwe hoop.”

Pogacar opende vervolgens nog op de Cipressa de aanval. De wereldkampioen kreeg alleen titelverdediger Van der Poel en Pidcock met zich mee. Maar de Nederlander kon op de Poggio, ruim acht kilometer van de finish, niet meer mee. Ook hij was gevallen. „Ik zat mee toen ik mee moest zijn, maar ik voelde me niet super”, zei hij na afloop tegen de NOS. „Ik zei in de radio: ik kan m’n stuur niet goed meer vasthouden.”

Zodoende kreeg Pogacar ondanks, maar ook dankzij zijn eigen val de uitgelezen kans om MilaanSanremo voor het eerst te winnen. Hij hoefde alleen nog Pidcock te verslaan. De Brit kreeg op zijn beurt onverwacht de kans van zijn leven om voor het eerst een van de monumentale klassiekers te winnen, maar hij kwam in de eindsprint tekort. Met een verbeten gezicht ging Pogacar als eerste over de streep.

In 2025 moest Pogacar nog zijn meerderen erkennen in Van der Poel. Die was „zo sterk”, zei hij toen. „Maar volgend jaar ben ik terug voor méér”, beloofde hij. Die belofte werd zaterdag bewaarheid, zij het op volkomen krankzinnige wijze.

Nu Pogacar ook Milaan-Sanremo heeft gewonnen, hoeft hij alleen nog Parijs-Roubaix af te strepen van zijn lijstje met wielermonumenten. Afgelopen december werd hij ter voorbereiding al op de Franse en Belgische kasseien gespot. De wielerwereld zal zondag 12 april hopen op weer een échte strijd tussen Pogacar en Van der Poel, die de laatste drie edities winnaar was op de wielerbaan in Roubaix.

***

FOTO MARCO ALPOZZI / AP 
Mathieu van der Poel (ottavo) si congratula con il vincitore Tadej Pogacar dopo il traguardo.

Dopo un finale al cardiopalma, 
Pogacar si aggiudica anche la Milano-Sanremo

Dopo una caduta poco prima della Cipressa, Tadej Pogacar sembrava non avere più alcuna possibilità di vincere la Milano-Sanremo. Ma in modo spettacolare ha comunque conquistato la classica italiana di primavera, per la prima volta nella sua carriera.

«Per un attimo ho pensato: è finita. 
Ma la mia squadra mi ha dato speranza»
   - Tadej Pogacar

23 mar 2026 - NRC
Roland van Erven 

AMSTERDAM - Caduto, rialzatosi, vincitore. In modo tanto spettacolare quanto eccezionale, Tadej Pogacar, il miglior corridore al mondo, ha messo fine alla sua ossessione: dopo cinque tentativi precedenti, sabato ha vinto per la prima volta la Milano-Sanremo nonostante una caduta.

Dopo uno sprint con Tom Pidcock, è tagliato per primo il traguardo in via Roma a Sanremo con la maglia iridata strappata e macchiata di nero. Wout Van Aert è arrivato terzo, mentre il grande favorito Mathieu van der Poel – anch'egli caduto – si è classificato ottavo.

Il mondo del ciclismo attendeva con trepidazione La (Classicissima di) Primavera da settimane, se non addirittura da mesi. La 117ª edizione prometteva, proprio come l'anno scorso, di essere una sfida tra il quattro volte vincitore del Tour, Pogacar, e van der Poel, che ha già vinto due volte la Milano-Sanremo (2023 e 2025). Non solo perché entrambi sono dominanti da anni, ma anche perché lo sloveno e il neerlandese sono in forma smagliante. Pogacar ha vinto due settimane fa la Strade Bianche, van der Poel la scorsa settimana due tappe della Tirreno-Adriatico.

Sulla Cipressa sarebbe successo. Su quella salita, a 25 chilometri dal traguardo (primo attacco ai -24,2, ndr), Pogacar avrebbe attaccato nel tentativo di staccare van der Poel. Ma prima che il gruppo raggiungesse la Cipressa, è caduto proprio Pogacar, in mezzo al gruppo, apparentemente senza essere stato toccato. Un evento eccezionale, dato che lo sloveno nelle ultime cinque stagioni è caduto gravemente solo una volta – alla Liegi-Bastogne-Liegi nel 2023 (in realtà anche in discesa alla Strade Bianche 2025, poi vinta comunque, ndr).

Ne è seguito un finale imprevedibile. Pogacar ha dovuto dare fondo alle sue energie per tornare in testa, ci è riuscito e ha poi dimostrato coraggio spingendosi al limite nella discesa del Poggio (l'ultima salita) per tenere a distanza un gruppo in rimonta alle sue spalle e Pidcock. Ci è riuscito con fatica, ma questo ha soprattutto sottolineato il dominio da parte di Pogacar; e che diventa ogni anno più grande.

Ossessione

Prima della gara, la pressione nella prima grande classica di primavera era tutta sulle spalle di Pogacar. Sebbene avesse già partecipato cinque volte alla (Classicissima di) Primavera, fino a sabato non l'aveva ancora mai vinta. Con sua grande frustrazione: lo sloveno aveva infatti dichiarato più volte di voler vincere tutte le corse ciclistiche importanti – grandi giri e gare di un giorno – almeno una volta nella sua carriera. In tre delle altre quattro “Monumento” era già arrivato primo al traguardo: il Giro delle Fiandre (2 volte), la Liegi-Bastogne-Liegi (3) e il Giro di Lombardia (5).

Per porre fine alla sua ossessione, la squadra di Pogacar, la UAE Team Emirates-XRG, si è presentata a Pavia – per il terzo anno consecutivo la classica ciclistica è partita da quella città – con una formazione impressionante. Pogacar era affiancato da un gruppo di scalatori fortissimi, tra cui Isaac del Toro. Il messicano ha vinto proprio la settimana scorsa la Tirreno-Adriatico.

Pogacar si era preparato per settimane in vista della Milano-Sanremo. All'inizio di questo mese, durante un allenamento, ha addirittura migliorato il suo record personale sulla Cipressa, la penultima salita, a 25 chilometri dal traguardo. I dati di Strava hanno mostrato che il campione del mondo ha impiegato 8 minuti e 51 secondi. Ciò equivale a una velocità vertiginosa di 37,8 chilometri l'ora, su una salita di 5,6 chilometri con una pendenza (media) del 4,2%.

«È finita»

Ma nonostante gli allenamenti, la Cipressa si è rivelata una salita che Pogacar non aveva previsto. Pur non credendoci più, dopo la sua caduta – che ha provocato una caduta di gruppo più ampia – ha ricevuto aiuto dai compagni di squadra Florian Vermeersch e Felix Grosschartner ed è riuscito a ricongiungersi al gruppo durante la salita. «Per un attimo ho pensato: è finita», ha dichiarato Pogacar al termine della gara. «Ma loro [i suoi compagni di squadra] mi hanno dato nuova speranza».

Pogacar ha poi sferrato l’attacco sulla Cipressa. Il campione del mondo è stato seguito solo dal vincitore uscente van der Poel e da Pidcock. Ma il neerlandese non è riuscito a tenere il passo sul Poggio, a poco più di otto chilometri dal traguardo. Anche lui era caduto. «Ero in gruppo quando dovevo esserci, ma non mi sentivo al meglio», ha dichiarato alla NOS dopo la gara. «Ho detto alla radio: non riesco più a tenere bene il manubrio».

Così, nonostante, ma anche grazie alla sua stessa caduta, Pogacar ha avuto l’occasione d’oro per vincere la Milano-Sanremo per la prima volta. Doveva "solo" battere Pidcock. Il britannico, a sua volta, ha avuto inaspettatamente l’occasione della sua vita per vincere per la prima volta una delle classiche monumento, ma nello sprint finale non è riuscito a tenere il passo. Con un’espressione determinata, Pogacar ha tagliato per primo il traguardo.

Nel 2025 Pogacar aveva dovuto ancora riconoscere la superiorità di van der Poel. Quest'ultimo era stato «troppo forte», disse Tadej allora. «Ma l'anno prossimo tornerò per averne ancora», promise. Quella promessa si è avverata sabato, anche se in modo del tutto folle.

Ora che Pogacar ha vinto anche la Milano-Sanremo, gli resta solo la Parigi-Roubaix da spuntare dalla sua lista dei monumenti del ciclismo. Lo scorso dicembre era già stato avvistato durante la preparazione sulle strade acciottolate francesi e belghe. Domenica 12 aprile il mondo del ciclismo spera in un'altra autentica battaglia tra Pogacar e van der Poel, vincitore delle ultime tre edizioni sul velodromo di Roubaix.

Commenti

Post popolari in questo blog

I 100 cattivi del calcio

Chi sono Augusto e Giorgio Perfetti, i fratelli nella Top 10 dei più ricchi d’Italia?

Echoes' Cycling Biography #4: Jean-Pierre Monseré