Testen op sekse bij de Spelen in LA: ‘We gaan terug in de tijd’
FOTO AFP
Vanaf de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles moeten vrouwelijke sporters een genetische seksetest ondergaan . „Het was juist stopgezet omdat er te weinig wetenschappelijke evidentie is.”
We leven in een tijd waar sportbonden besluiten nemen
op basis van politieke druk en culturele tegenbewegingen
- Mare de Vries belangenorganisatie Transgender Netwerk
Hoe vrijelijk kan toestemming voor een genetische test zijn
als weigering deelname aan de Spelen in de weg staat?
- Mirjam Sterk minister van Sport
8 Apr 2026 - NRC
Juliët Boogaard en Geertje Tuenter
AMSTERDAM - In 1950 werd Foekje Dillema voor het leven geschorst door de Nederlandse Atletiekunie. Ze nam afscheid van haar teamgenoten met de fameuze woorden „ze zeggen dat ik geen meid ben”. Haar atletiekcarrière kwam ten einde. In 1972 mocht zwemster Corry de Vos niet meedoen aan de Olympische Spelen, ondanks haar uitstekende prestaties. Ze werd vanaf dat moment van alle grote toernooien geweerd en haar zwemcarrière kwam nooit van de grond. Pas veel later kwam ze erachter waarom: ze had XY-chromosomen, een intersekse-conditie, maar de artsen die dat ontdekten hadden het haar destijds niet verteld.
Als het in de jaren zestig mogelijk wordt XX- en XY-chromosomen te onderscheiden, wordt genetisch testen ingevoerd in de topsport, middels de zogenoemde SRY-test. En al sindsdien protesteren genetici tégen die testen, zegt Margriet van Heesch, die in 2015 promoveerde op de wetenschapsgeschiedenis van intersekse in Nederland. „Omdat geen enkele test kan aantonen of iemand geheel man of vrouw is. De genetische variatie is daarvoor te groot.” Om die reden schaft het het Internationaal Olympisch Comité (IOC) de SRY-test in 1999 weer af.
Eind maart maakte het IOC bekend de test weer terug te brengen om trans en een groot deel van de intersekse vrouwen te weren van de Olympische Spelen. Vrouwelijke sporters mogen alleen nog meedoen als zij met de test kunnen bewijzen dat ze „biologisch vrouw” zijn. Dat besluit hing al in de lucht: er werd verwacht dat IOC-voorzitter Kirsty Coventry met beleid voor de vrouwensport zou komen. Nog voor haar verkiezing als IOC-voorzitter in maart vorig jaar, sprak Coventry al over het „beschermen” van de vrouwencategorie.
Concreet noemde ze trans vrouwen, die volgens haar „in het voordeel” zouden zijn bij cis-vrouwen. Daarbij wordt de SRY-test sinds vorig jaar door verschillende federaties al gebruikt in de topsport, zoals World Athletics en World Boxing.
Deels werd het nieuwe IOC-beleid met enthousiasme ontvangen. De Amerikaanse president Donald Trump feliciteerde het IOC met „hun besluit om mannen uit te sluiten van vrouwensporten”. Het Australische olympisch comité zei dat het beleid „eerlijkheid en duidelijkheid” brengt.
Maar de afgelopen dagen klonken ook twijfels en kritiek. Zo zei NOC-NSF dat het het IOC steunt in het „beschermen” van de vrouwencompetitie tegen „mogelijk prestatievoordeel bij transvrouwen”, maar de Nederlandse sportkoepel liet ook weten „veel vragen” te hebben bij het verplicht testen.
NRC sprak experts en belangenbehartigers over het IOC-besluit. Wat is de voornaamste kritiek? Wat kan dit beleid voor gevolgen hebben?
Interseksualiteit
Om te beginnen: de SRY-test, die met een speeksel-, wangslijm- of bloedmonster afgenomen kan worden. Die toetst dus of een sporter het SRY-gen heeft, dat alleen op het Y-chromosoom te vinden is. Dat geldt voor trans vrouwen, maar ook voor een andere, grotere groep sporters: vrouwen met de conditie DSD, differences of sex development, ook wel interseksualiteit genoemd. Ongeveer 1 procent van de bevolking is intersekse, volgens Deens onderzoek uit 2019, al kan dat een onderschatting zijn.
Volgens het IOC levert een positieve SRY-uitslag „zeer accuraat bewijs” dat een sporter „mannelijke geslachtsontwikkeling” heeft doorgemaakt. Alleen voor een zeer klein deel van de DSDsporters, die niet gevoelig zijn voor testosteron, maakt het IOC een uitzondering.
Maar deskundigen noemen deze genetische test achterhaald en niet geschikt. Zo zei Andrew Sinclair, de Australische wetenschapper die het SRYgen in 1990 ontdekte, onlangs tegen ABC News dat dit beleid gebaseerd is op het „over-gesimplificeerde idee dat de aanwezigheid van een SRY-gen gelijkstaat aan man-zijn.”
„Genetisch testen is juist stopgezet omdat er te weinig wetenschappelijke evidentie voor was, naast allerlei ethische en praktische bezwaren”, zegt Baudewijntje Kreukels, hoogleraar medische psychologie bij het Amsterdam UMC met gender en geslachtsvariaties als leerstoel. De Franse minister van Sport, Marina Ferrari, noemde het herinvoeren van SRY-testen „een stap terug in de tijd”.
Het biologisch geslacht is „een complexe combinatie van allerlei factoren: chromosomaal, gonadaal [interne geslachtsorganen], hormonaal en genitaal”, zegt Kreukels. „Deze test gaat slechts om één gen dat daar onderdeel van is. Dat is heel beperkt.”
In haar verklaring stelt Coventry dat het nieuwe IOC-beleid „gestoeld is op wetenschap”. Maar, vraagt hoogleraar Eric Vilain, gespecialiseerd in DSD en sport, zich af: welke wetenschap dan? Vilain, die verbonden is aan de University of California: „Er is geen wetenschappelijke consensus over prestatievoordelen van DSD-sporters.” Daarbij, zegt hij, is er ook „geen directe correlatie tussen SRY en sportprestaties.”
Diverse mensen die NRC sprak, onder wie Vilain, hebben grote bezwaren bij het feit dat het IOC zich zegt te baseren op wetenschap, maar geen wetenschappelijk bewijs aandraagt. Ook vinden zij het laakbaar dat de door Coventry opgerichte werkgroep, die volgens haar met „duidelijke consensus” tot dit besluit kwam, anoniem is.
Gendercategorieën
„Het IOC is een private organisatie”, zegt Vilain, tot 2017 adviseur van het IOC op het gebied van DSD-sporters. „Ze hebben de macht om te zeggen: wij willen geen participatie van intersekse en trans vrouwen. Maar nu zoeken ze excuses om dat beleid te verantwoorden.”
Een verhoogde hoeveelheid testosteron kán een sportief voordeel zijn. Maar niet alle vrouwen die positief testen op het SRY-gen hebben dat, zegt onderzoeker Van Heesch. „Er zijn 43 variaties waarbij mensen geboren worden met een lichaam dat niet helemaal in de gendercategorieën ‘man of vrouw’ past.”
Het IOC zegt een uitzondering te maken voor vrouwen die niet gevoelig zijn voor testosteron. Maar ook testosteron is geen eenduidige graadmeter voor sekse dan wel sportief succes, zegt hoogleraar Kreukels. „Zoals sommige mannen van nature een lage testosteronspiegel hebben, hebben sommige vrouwen van nature een hoge testosteronspiegel.”
Uit onderzoek uit 2014, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Clinical Endocrinology bleek dat 16,5 procent van de mannelijke sporters qua testosterongehalte in het ‘vrouwelijk bereik’ (laag testosteron) zat en 14 procent van de vrouwelijke sporters in het ‘mannelijk bereik’ (hoog testosteron).
Ook over het prestatievoordeel voor trans vrouwen is geen wetenschappelijke consensus, zegt Lars van Leeuwen, die vanuit de Erasmus Universiteit meewerkt aan een wetenschappelijke studie over sportprestaties na transitie, in opdracht van NOC-NSF. Grote onderzoeken naar trans topsporters zijn er niet. Een eenduidig beeld, zeker over de topsport als geheel, ontbreekt. Het bewijs dat trans vrouwen voordeel hebben ten opzichte van cis-vrouwen is „gering en wellicht zwak”, zei hij eerder tegen NRC, bewijs van het tegendeel noemt hij wellicht nog zwakker.
Omdat Coventry zich in het verleden met name over trans sporters heeft uitgelaten, kreeg deze groep in de media aanvankelijk veel aandacht. Maar in de praktijk zíjn er vrijwel geen trans vrouwen in de topsport, zegt Mare de Vries van belangenorganisatie Transgender Netwerk. „Het feit dat de grootste en invloedrijkste internationale sportbond ervoor kiest om een hele bevolkingsgroep uit te sluiten, terwijl er in de geschiedenis maar één transvrouw ooit heeft meegedaan aan de Olympische Spelen [de Nieuw-Zeelandse gewichthefster Laurel Hubbard, in 2021], en niet eens met daverend succes, toont aan dat dit beleid helemaal niet om veiligheid of duidelijkheid gaat. We leven in een tijd waar sportbonden besluiten nemen op basis van politieke druk en culturele tegenbewegingen.”
Aangezien er amper trans vrouwen actief zijn op het olympisch toneel, zal het nieuwe IOC-beleid voor intersekse sporters in de praktijk veel invloedrijker zijn. Omdat die groep in de sport groter is, maar met name ook omdat een deel van hen geen weet zal hebben van de aanwezigheid van een Y-chromosoon. Vilain: „Dit is een ethisch vraagstuk. Deze test kan levensveranmeer derend zijn.” Het is daarnaast ook onduidelijk hoe de privacy van deze vrouwen bewaakt gaat worden, zegt hij. „Opeens mag iemand niet meer deelnemen. Ook als je niet meedeelt dat het vanwege een positieve test is, zal dat duidelijk zijn.”
Minderjarigen
Payoshni Mitra deelt deze zorgen. Mitra is directeur van Humans in Sport, een organisatie die zich inzet voor rechten van onder meer vrouwelijke DSD-sporters, met de Zuid-Afrikaanse atleet Caster Semenya als bekendste voorbeeld. Mitra benadrukt dat ook minderjarigen getest gaan worden. Want ook meisjes die willen meedoen aan de Jeugd Olympische Spelen moeten van het IOC een SRY-test ondergaan. Bovendien deden aan de Spelen van Parijs ook minderjarigen mee. Mitra: „Dit beleid gaat schade toebrengen aan alle meisjes en vrouwen, vooral intersekse vrouwen die bij de geboorte als vrouw zijn aangewezen, opgegroeid zijn als meisje en altijd als vrouw zijn uitgekomen in de sport.”
Mir Abe Marinus, directeur van het expertisecentrum voor seksediversiteit NNID, vergelijkt de testverplichting en mogelijk verplichte behandeling met het behandelen van homoseksualiteit. „Ook dat was iets waarvan de maatschappij vond dat iemand zich moest aanpassen aan het ‘normaal’. Dat zie je nu bij sporters die tegen hormoongrenzen aanlopen en behandelingen moeten ondergaan. Artsen gaan uit van een ‘standaard’ vrouwelijk lichaam.” Marinus noemt Annet Negesa, een Oegandese intersekse hardloopster die in 2012 zelfs een chirurgische ingreep moest ondergaan. „Wie waarborgt dat we niet weer die kant op gaan?”
„In topsport wordt bij uitstek geselecteerd op fysieke verschillen”, zegt Marinus. „Simone Biles is superklein en kan daardoor heel makkelijk op de evenwichtsbalk. Michael Phelps heeft klauwen van handen en een grotere spanwijdte dan lengte. En nu wordt over één fysieke eigenschap ineens gezegd: dat mag niet.” Imane Khelif is niet de enige bokser die iemand binnen een paar seconden knock-out heeft geslagen [waarna aan haar sekse getwijfeld werd], zegt Marinus, en Semenya heeft ook genoeg wedstrijden verloren.
Voordelen cis-mannen
Agnes Elling van het Mulier Instituut vindt de man/vrouw-indeling in de wedstrijdsport logisch „vanwege bestaande voordelen voor cis-mannen”. Elling is onderzoeker op het gebied van sport en sociale in- en uitsluiting, onder naar gender- en seksediversiteit. „Ik ben niet tegen de categorieën, maar wel vóór inclusie binnen de categorieën. Sinds 2004 mogen transvrouwen meedoen aan de Olympische Spelen. Dat daar bepaalde voorwaarden voor gelden, zoals dat je niet het ene jaar in de mannencategorie mag uitkomen en in het andere jaar in de vrouwencategorie, vind ik niet vreemd. Deze test, daarentegen, is een categoriale uitsluiting.”
Hoewel de SRY-testen alleen verplicht worden voor olympische vrouwelijke sporters, vreest NOC-NSF dat de gevolgen van dit beleid kunnen doordruppelen naar andere internationale en nationale competities en „mogelijk ook” naar de breedtesport. „Vrouwen met een ‘mannelijk’ postuur kunnen te maken krijgen met wantrouwen jegens hun prestaties of met verdachtmakingen met betrekking tot hun vrouw-zijn.” Marinus van NNID vreest dat dat ook weerslag zal hebben voor meisjes op jeugdvelden.
Omdat genetisch testen ingrijpend is, heeft dit nieuwe beleid ook een sterke juridische component. Volgens een groep experts zijn generieke genetische testen in strijd met „nationaal en internationaal recht” op gebied van mensenrechten en het gebruik van genetisch testen en databescherming. Dat staat in een verklaring die werd ondertekend door ruim honderd mensen met expertise in sport en mensenrechten.
Geen wetenschappelijk bewijs
Antoine Duval, medeopsteller van het document en verbonden aan International Sports Law Center van het Asser Instituut in Den Haag, stelt dat het „vrij opmerkelijk” is dat het IOC seksetesten herinvoert terwijl het beleid nou juist werd afgeschaft wegens „diverse juridische en ethische” bezwaren. Zo beschouwt Duval genetisch seksetesten als strijdig met het ‘verbod op discriminatie’ en het recht op ‘eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven’ van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), tenzij het IOC beweert dat deze seksetesten een „redelijke, noodzakelijke en proportionele” manier zijn om hun doel te bereiken. Maar het IOC heeft hiervoor, in elk geval op dit moment, geen wetenschappelijk bewijs aangeleverd. Dat verzwakt volgens Duval hun juridische positie.
In sommige landen, zoals Frankrijk, zijn genetische testen verboden onder nationaal recht. Dat geldt voor Nederland niet. „Maar er moet wel altijd toestemming gegeven worden door de betrokkenen”, zegt minister Mirjam Sterk (Sport, CDA) in een reactie. „De vraag bestaat wel hoe vrijelijk die toestemming gegeven kan worden, omdat weigering hieraan deelname aan de Spelen in de weg staat.”
Duval is stelliger: hij stelt dat die vrije keuze ontnomen wordt, omdat sporters in feite moeten kiezen tussen de SRY-test en hun carrière. Terwijl de Internationale Verklaring Inzake Menselijke Genetische Gegevens voorschrijft dat voor genetische test alleen toestemming mag worden gegeven als die keuze „niet wordt ingegeven door financieel of persoonlijk gewin”.
„Als er geen ruimte is voor dialoog, moet je aan juridische stappen denken,” zegt Mitra van Humans in Sport. Alleen is dat volgens haar makkelijker gezegd dan gedaan. Dit soort rechtszaken, die bijvoorbeeld doorlopen tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, duren jarenlang en zijn duur. „Sportfederaties hebben veel financiële middelen. Maar veel individuele vrouwen niet. Dus ja, er zijn juridische mogelijkheden, maar het wordt ook heel moeilijk.”
Commenti
Posta un commento