“Van Aert is zeker nog een killer”
© BELGA
“Makkelijk zal het niet worden,
maar als Ganna Van der Poel en Pogacar kan volgen,
moet Van Aert dat ook kunnen”
- Serge Pauwels - Bondscoach
“Wout moet inderdaad soms wat kalmer blijven en niet
meteen de kastanjes uit het vuur halen voor iemand anders”
- Daan Soete - Trainingsmakker van Van Aert
20 Mar 2026 - Het Belang van Limburg
Maxime Caeyman
De twee topfavorieten voor MilaanSanremo? Zonder twijfel Mathieu van der Poel en Tadej Pogacar. Maar na een sterke Tirreno-Adriatico komt Wout van Aert, samen met Filippo Ganna, daar net onder. Trainingsmakker Daan Soete en bondscoach Serge Pauwels schatten zijn kansen in.
Daan Soete ging dinsdag nog samen met Wout van Aert trainen en zag dat zijn trainingsmakker gezond en wel was teruggekeerd uit Tirreno-Adriatico. Iets wat niet altijd een evidentie is met het slechte weer dat ze te verwerken kregen. “En het is blijkbaar ook een heel zware Tirreno geweest”, hoorde Soete van Van Aert. “Wout vertelde me dat hij in één week 33 uur op de f iets had gezeten, inclusief een korte tijdrit. Het waren veel lange ritten en ook telkens vroeg opstaan. Wout zei dat het nodig was om het deze week rustig aan te doen. Nu durft hij het - meer dan vroeger - na zo’n lastige week rustig aan te doen om op zoek te gaan naar de supercompensatie voor de koersen die eraan komen.”
Van Aert gaf zich na TirrenoAdriatico alvast een acht op tien. “Je ziet dat zijn vormcurve in stijgende lijn gaat”, stelt Soete vast. “Bergop ging hij goed mee met de beste klimmers, zeker in de koninginnenrit. En ik denk dat hij na de Tirreno nog een stap heeft gezet.”
“Heel bemoedigend”, noemt bondscoach Serge Pauwels Van Aerts prestatie. “Want het is toch opnieuw een moeilijke voorbereiding geweest met die enkelblessure, zijn ziekte voor de Omloop en daarvoor had hij toch ook wat tegenslag met het slechte weer op hoogtestage in de Sierra Nevada. Maar wat ongetwijfeld in zijn voordeel speelt: hij heeft de laatste twaalf maanden - afgezien van enkele periodes van ziekte en die enkelbreuk - kunnen blijven doortrainen. Dat maakt een groot verschil met vorig jaar, toen hij na die zware valpartijen in Dwars door Vlaanderen en de Vuelta telkens weken stillag en moest revalideren. Die bredere basis die hij nu heeft, maakt een groot verschil.”
Straffe cijfers
Die goeie vorm werd nog eens bevestigd door de wattages die werden vrijgegeven na de donderdagrit in de Tirreno, waar Van Aert in volle finale vier minuten lang 590 watt trapte. Zeer straffe cijfers, zo weet Soete. “Als je met zijn gewicht al een goeie 500 watt kan trappen tijdens een inspanning van die duur zit je al bij de betere renners. Als je bijna 600 watt kan trappen, dan ben je wereldtop. Van der Poel kan dat ook en misschien een Jasper Stuyven, die nog iets zwaarder is, ook. Maar voor de rest zullen het er niet veel zijn.”
Het zijn wattages die Van Aert morgen hoe dan ook nodig zal hebben in Milaan-Sanremo om de aanvallen van Pogacar en Van der Poel te kunnen volgen op de Cipressa en de Poggio. Verwachten Pauwels en Soete dat Van Aert goed genoeg is om een aanval van Pogacar te kunnen beantwoorden? Pauwels: “Op een klim als de Cipressa, waar je meer dan dertig kilometer per uur rijdt, moet je in het wiel al snel 50 watt minder trappen dan de renner op kop. En ook het gewicht van Van Aert speelt minder in het nadeel dan op een steile klim. Makkelijk zal het niet worden, maar als Ganna kan volgen, moet Van Aert dat ook kunnen.”
Voegt Soete er nog aan toe: “Misschien is het ook niet absoluut nodig om te kunnen volgen. Als hij boven op de Cipressa enkele seconden achterligt en hij heeft nog een goeie ploeg rond zich of er is wat organisatie met verschillende ploegen, dan kunnen ze nog terugkeren. En met de wattages die hij in de Tirreno trapte, zie ik hem zeker mee over de Poggio geraken.”
Rode loper voor Mathieu
Lukt dat, dan zal Van Aert in de straten van Sanremo hoogstwaarschijnlijk nog moeten afrekenen met Pogacar en Van der Poel. In de Tirreno rolde hij in de donderdagrit in de sprint de rode loper uit voor Van der Poel, waarna werd geopperd dat Van Aert zijn killersinstinct kwijt zou zijn.
Een terechte opmerking? “Wout moet inderdaad soms wat kalmer blijven en niet meteen de kastanjes uit het vuur halen voor iemand anders”, vindt Soete. “Maar ik begrijp dat als je te graag wil winnen, het moeilijk is om de juiste keuzes te maken.”
“Dat is nu ook de troef van Van der Poel: zijn palmares is al zo uitgebreid dat het eigenlijk niet zo veel meer uitmaakt of hij nog twee keer de Ronde van Vlaanderen wint of niet meer. Hetzelfde geldt voor Pogacar. Daardoor kunnen die mannen makkelijker pokeren. Bij Wout zit er meer druk op, van buitenaf, maar ook door de druk die hij zichzelf oplegt.”
Zoals op Montmartre
Al vindt Pauwels de opmerking dat Van Aert zijn killersinstinct kwijt is niet terecht. “We mogen ook niet vergeten dat Wout enkele maanden geleden in de laatste rit van de Ronde van Frankrijk op Montmartre wél nog een killer was. Dat is dus zeker niet weg. Het is een kwestie van f low en ik geloof echt dat hij nu in een goede f low zit. Je voelt aan alles dat het goedkomt en dan is het een kwestie van één keer de puzzelstukjes die in elkaar vallen. Ik ben ervan overtuigd dat hij nog zeker een killer is in koers. In mijn ogen mag hij zichzelf nog altijd zien als een van de grootsten in het peloton.”
De conclusie volgens Pauwels? “Is de kans groot dat Wout wint? Zeker niet. Maar kán hij winnen? Absoluut.”
***
Pogacar voortdurend ‘betrapt’ op Poggio en Cipressa
20 Mar 2026 - Het Belang van Limburg
Jan-Pieter De Vlieger
“Hoe snel we reden op de Poggio?
Tadej zat zeker ruim boven de veertig kilometer per uur.
Zelfs voor mij is het niet makkelijk om de motor te besturen bij
zulke snelheden en op zulke bochtige wegen als die van Sanremo”
- Niccolò Bonifazio - Ex-renner
Het is het slechtst bewaarde geheim in het wielrennen: Tadej Pogacar wil morgen bij zijn zesde deelname - eindelijk MilaanSanremo winnen. Hij ging de voorbije maanden héél vaak de Poggio en de Cipressa verkennen, zo blijkt uit filmpjes en foto’s die online opdoken. “Pogacar geobsedeerd? Ik zou eerder zeggen extreem gemotiveerd.”
Bij een interviewmoment op het WK E-cycling midden november was het de laatste en ook wel minst geïnspireerde vraag van de Spaanse krant Marca. “Als je één koers mag kiezen die je volgend jaar zeker wint, welke zou dat zijn?” Het antwoord van Tadej Pogacar: “In Milaan-Sanremo en Parijs-Roubaix ben ik heel gemotiveerd om opnieuw te vechten voor de overwinning.”
Bovenaan het verlanglijstje van de viervoudige Tourwinnaar staan dit jaar dus twee eendagswedstrijden. Op de persdag van Team UAE Emirates XRG zou hij min of meer beamen dat zijn palmares mét Sanremo en Roubaix compleet is.
Het bleef niet bij woorden alleen. Op 9 december al ging Pogacar Parijs-Roubaix een eerste keer verkennen, in gezelschap van Nils Politt, Tim Wellens en Florian Vermeersch. Die laatste was er vorige week opnieuw bij, tijdens een tweedaagse verkenning.
Nu, als er één plaats is waar Pogacar dit jaar het vaakst is gespot, dan toch vooral de wegen van Milaan-Sanremo.
De lijst met vastgelegde ‘waarnemingen’ - vaak filmpjes van wielertoeristen die Pogacar toevallig tegenkwamen is opvallend lang.
Op 4 januari: een filmpje op de Poggio, waar hij een snedige demarrage plaatst, al dan niet om de filmende toerist te lossen.
Op 15 januari heeft opnieuw een fan Pogacar gespot op de Poggio.
Hij draagt niet zijn trui van wereldkampioen, maar wel die van Europees kampioen. Hij kan natuurlijk kiezen.
Een dag later al is de Sloveen opnieuw aan het trainen rond Sanremo, dit keer achter de motor. De man die filmt is bestuurder Niccolo Bonifazio, ooit vijfde in Sanremo en afkomstig van het vlakbij gelegen Diano Marina.
Extreem gemotiveerd
In Bicisport deed Bonifazio nadien verslag van zijn onderonsje met Pogacar. “Ik ben hem vorig jaar tegengekomen toen we allebei aan het fietsen waren langs de Ligurische Rivièra. We reden over de Cipressa en de Poggio, en Tadej werd nieuwsgierig toen hij merkte hoe goed ik die wegen ken. Een paar dagen later heeft hij me op
nieuw gecontacteerd en hebben we afgesproken. We zijn vertrokken vanuit Imperia en hebben de Cipressa beklommen en twee keer de Poggio. Of ik Pogacar geobsedeerd zag door Sanremo? Geobsedeerd niet, maar wel extreem gemotiveerd.”
De laatste paragraaf van het interview met Bonifazio is de meest veelzeggende: “Hoe snel we reden op de Poggio? Hij zat zeker ruim boven de veertig kilometer per uur. Zelfs voor mij is het niet makkelijk om de motor te besturen bij zulke snelheden en op zulke bochtige wegen als die van Sanremo.”
Dat Pogacar trainde in gezelschap van Bonifazio leidde op de socials tot speculatie over een aanval in de afdaling van de Cipressa.
Bonifazio probeerde dat in 2019 zelf, door zich waarlijk met doodsverachting naar beneden te storten. Aan 85 km/uur ging hij toen te snel voor de tv-motoren.
Een aanval in de afdaling is wel een dingetje. Volgens Vincenzo Nibali ligt daar de sleutel voor Pogacar: “Hij wil altijd winnen op vermogen. Hij valt aan op de klim, zonder te denken aan de mogelijkheid om te winnen zoals ik, in de afdaling.”
Geen geheime missies
Dat Pogacar voortdurend in Sanremo opduikt, zegt alles over hoe graag hij morgen wil winnen, maar uiteraard heeft het ook te maken met nabijheid. Vanuit Monaco is Sanremo een kleine vijftig kilometer verderop. Op 25 februari dook op Facebook in ieder geval alweer een filmpje op van Pogi op de Poggio.
Het moet gezegd: de verkenningen van Sanremo zijn niet per se geheime missies. Op 2 februari zette Pogacar bijvoorbeeld zelf een trainingsrit richting Sanremo op zijn Strava-account.
De laatste digitale sporen van hem in Sanremo dateren van begin deze maand. Op 3 maart stelde een wakkere Strava-gebruiker vast dat Pogacar met 8 minuten en 51 seconden een nieuw PR had gereden op de Cipressa. Zelf had hij die rit niet geüpload, maar omdat het een PR-betrof was het op één of andere manier toch bewaard gebleven.
Ondertussen zal Pogacar de Poggio en de Cipressa kennen als zijn broekzak, maar toch vertelde Florian Vermeersch in Het Laatste
Nieuws dat hij deze week vroeger naar Italië afreisde om met kopman Pogacar nóg een paar verkenningen te doen. Donderdag was de ‘ultieme verkenning’ gepland. De beelden ziet u de komende dagen zonder twijfel online opduiken.
***
«Van Aert è ancora un campione»
con van der Poel e Pogacar, anche Van Aert dovrebbe riuscirci»
- Serge Pauwels - Allenatore della nazionale
“Wout deve stare più calmo a volte
“Wout deve stare più calmo a volte
e non buttarsi subito nella mischia per qualcun altro”
- Daan Soete - Compagno di allenamento di Van Aert
20 mar 2026 - Het Belang van Limburg
Maxime Caeyman
Pogacar continuamente “sorpreso” sul Poggio e sulla Cipressa
- Daan Soete - Compagno di allenamento di Van Aert
20 mar 2026 - Het Belang van Limburg
Maxime Caeyman
I due favoriti per la Milano-Sanremo? Mathieu van der Poel e Tadej Pogacar. Ma dopo una Tirreno-Adriatico di grande livello, Wout Van Aert, insieme con Filippo Ganna, si colloca appena sotto di loro. Il compagno di allenamento Daan Soete e il commissario tecnico Serge Pauwels ne valutano le possibilità.
Daan Soete martedì è andato ad allenarsi con Wout Van Aert e ha visto che il suo compagno di allenamento era tornato sano e salvo dalla Tirreno-Adriatico. Cosa non sempre scontata, visto il maltempo che hanno dovuto affrontare. “E a quanto pare è stata anche una Tirreno molto dura”, ha sentito dire Soete da Van Aert. “Wout mi ha detto che in una settimana ha trascorso 33 ore in sella, compresa una breve cronometro. Sono state tante uscite lunghe e anche alzarsi sempre presto. Wout ha detto che questa settimana era necessario prendersela comoda. Ora, dopo una settimana così difficile, osa farlo – più di prima – per cercare la supercompensazione in vista delle gare che stanno per arrivare.”
Van Aert si è già dato un otto su dieci dopo la Tirreno-Adriatico. «Si vede che la sua forma sta migliorando», osserva Soete. «In salita ha tenuto bene il passo con i migliori scalatori, soprattutto nella tappa regina. E penso che dopo la Tirreno abbia fatto un ulteriore passo avanti».
«Molto incoraggiante», così il commissario tecnico Serge Pauwels definisce la prestazione di Van Aert. «Perché è stata comunque una preparazione difficile, con quell’infortunio alla caviglia, la malattia prima dell’Omloop e, prima ancora, le difficoltà dovute al maltempo durante il ritiro in altura a Sierra Nevada. Ma ciò che gioca a suo vantaggio è che negli ultimi dodici mesi – a parte alcuni periodi di malattia e quella frattura alla caviglia – ha potuto continuare ad allenarsi. Questo fa una grande differenza rispetto all’anno scorso, quando, dopo quelle gravi cadute alla Dwars door Vlaanderen e alla Vuelta, è rimasto fermo per settimane e ha dovuto riabilitarsi. La base più ampia che ha ora fa una grande differenza.”
Numeri impressionanti
Questa buona forma è stata ulteriormente confermata dai wattaggi resi noti dopo la tappa di giovedì alla Tirreno, dove Van Aert ha pedalato a 590 watt per quattro minuti nel pieno del finale. Numeri davvero impressionanti, come sa bene Soete. “Se con il suo peso riesci a pedalare a ben 500 watt durante uno sforzo di quella durata, sei già tra i migliori. «Se riesci a pedalare a quasi 600 watt, sei tra i migliori al mondo. Anche van der Poel ci riesce, e forse anche Jasper Stuyven, che è ancora un po’ più pesante. Ma per il resto non saranno in molti».
Sono potenze di cui Van Aert avrà comunque bisogno domani alla Milano-Sanremo per poter seguire gli attacchi di Pogacar e van der Poel sulla Cipressa e sul Poggio. Pauwels e Soete si aspettano che Van Aert sia abbastanza forte da rispondere a un attacco di Pogacar? Pauwels: “Su una salita come la Cipressa, dove si pedala a più di trenta chilometri l’ora, quando sei in scia devi pedalare con almeno 50 watt in meno rispetto al corridore in testa. E anche il peso di Van Aert gioca meno a suo sfavore rispetto a una salita ripida. Non sarà facile, ma se Ganna riesce a stare al passo, dovrebbe riuscirci anche Van Aert.”
Soete aggiunge: “Forse non sarà necessario riuscire a stare al passo. Se in cima alla Cipressa è indietro di qualche secondo e ha ancora una buona squadra intorno a sé o c’è un po’ di organizzazione tra le diverse squadre, allora possono ancora recuperare. E con i watt con cui ha pedalato alla Tirreno, lo vedo superare il Poggio.”
Tappeto rosso per Mathieu
Se ci riuscirà, Van Aert sulle strade di Sanremo dovrà molto probabilmente vedersela con Pogacar e van der Poel. Nella Tirreno, nella tappa di giovedì, ha steso il tappeto rosso per van der Poel nello sprint, dopo di che è stato suggerito che Van Aert avrebbe perso il suo istinto killer.
Un'osservazione giusta? «Wout dovrebbe davvero stare un po' più calmo a volte e non buttarsi subito nella mischia per qualcun altro», sostiene Soete. «Ma capisco che quando si vuole vincere a tutti i costi, è difficile fare le scelte giuste.»
«Questo è anche un punto di forza di van der Poel: il suo palmarès è già così ampio che in realtà non importa più molto se vincerà altre due volte il Giro delle Fiandre o no. Lo stesso vale per Pogacar. Questo permette a questi ragazzi di giocare d’azzardo più facilmente. Wout è sottoposto a una pressione maggiore, sia dall’esterno sia per quella che si impone da solo.»
Come a Montmartre
Anche se Pauwels non ritiene giusta l’osservazione secondo cui Van Aert avrebbe perso il killer instinct. “Non dobbiamo dimenticare che Wout, pochi mesi fa, nell’ultima tappa del Tour de France a Montmartre, era ancora un killer. Quindi questo non è certo scomparso. È una questione di flow e credo davvero che ora sia in un buon flow. Si percepisce in tutto che le cose andranno bene e allora è solo questione di far combaciare i pezzi del puzzle. Sono convinto che sia ancora un vero killer in gara. A mio avviso, può ancora considerarsi uno dei più grandi del gruppo.”
La conclusione secondo Pauwels? “C’è una grande possibilità che Wout vinca? Certamente no. Ma può vincere? Assolutamente sì.”
***
Pogacar continuamente “sorpreso” sul Poggio e sulla Cipressa
20 mar 2026 - Het Belang van Limburg
Jan-Pieter De Vlieger
«A che velocità andavamo sul Poggio?
Jan-Pieter De Vlieger
«A che velocità andavamo sul Poggio?
Tadej superava i quaranta chilometri l’ora.
Anche per me non è facile guidare lo scooter a quelle velocità
e su strade così tortuose come quelle di Sanremo»
- Niccolò Bonifazio - Ex corridore
Il 15 gennaio un altro fan ha avvistato Pogacar sul Poggio. Non indossa la maglia di campione del mondo, ma quella di campione europeo. Ovviamente può scegliere.
Estremamente motivato
Bonifazio ci ha provato lui stesso nel 2019, lanciandosi giù con spregio della morte. A 85 km/h era troppo veloce per le moto delle tv.
Nessuna missione segreta
- Niccolò Bonifazio - Ex corridore
È il segreto peggio custodito del ciclismo: Tadej Pogacar vuole vincere finalmente la Milano-Sanremo domani, alla sua sesta partecipazione. Negli ultimi mesi è andato molto spesso a esplorare il Poggio e la Cipressa, come dimostrano i video e le foto apparsi online. “Pogacar ossessionato? Direi piuttosto estremamente motivato.”
Durante un'intervista ai mondiali di ciclismo a metà novembre, è stata l'ultima e anche la domanda meno ispirata del quotidiano spagnolo Marca. “Se potessi scegliere solo una gara da vincere l’anno prossimo, quale sarebbe?” La risposta di Tadej Pogacar: “A Milano-Sanremo e alla Parigi-Roubaix sono molto motivato a lottare nuovamente per la vittoria.”
In cima alla lista dei desideri del quattro volte vincitore del Tour ci sono quindi quest’anno due gare di un giorno. Durante il media day del Team UAE Emirates XRG, ha più o meno confermato che il suo palmarès sarebbe completo con la Sanremo e la Roubaix.
Non sono rimaste solo parole. Già il 9 dicembre Pogacar è andato a fare la ricognizione della Parigi-Roubaix per la prima volta, in compagnia di Nils Politt, Tim Wellens e Florian Vermeersch. Quest'ultimo era presente anche la scorsa settimana, durante una ricognizione di due giorni.
Beh, se c'è un posto in cui Pogacar è stato avvistato più spesso quest'anno, quello è lungo le strade della Milano-Sanremo. L'elenco degli “avvistamenti” documentati – spesso filmati di turisti appassionati di ciclismo che si sono imbattuti casualmente in Pogacar – è sorprendentemente lungo.
Il 4 gennaio: un video sul Poggio, dove effettua una smarcata fulminea, forse per seminare il ciclista che lo sta filmando.
Il 15 gennaio un altro fan ha avvistato Pogacar sul Poggio. Non indossa la maglia di campione del mondo, ma quella di campione europeo. Ovviamente può scegliere.
Già il giorno dopo lo sloveno si sta allenando di nuovo nei dintorni di Sanremo, questa volta dietro alla moto. L'uomo che filma è il pilota Niccolò Bonifazio, un tempo quinto a Sanremo e originario della vicina Diano Marina.
Estremamente motivato
Su Bicisport Bonifazio ha poi raccontato il suo incontro con Pogacar. “L’ho incontrato l’anno scorso mentre entrambi stavamo pedalando lungo la Riviera Ligure. Abbiamo percorso la Cipressa e il Poggio, e Tadej si è incuriosito quando ha notato quanto conoscessi bene quelle strade. Qualche giorno dopo mi ha ricontattato e ci siamo dati appuntamento. Siamo partiti da Imperia e abbiamo scalato la Cipressa e il Poggio due volte. Se ho visto Pogacar ossessionato da Sanremo? Ossessionato no, ma estremamente motivato.”
L'ultimo paragrafo dell'intervista a Bonifazio è il più significativo: «A che velocità andavamo sul Poggio? Ben oltre i quaranta chilometri all'ora. Anche per me non è facile guidare lo scooter a tali velocità e su strade così tortuose come quelle di Sanremo».
Il fatto che Pogacar si allenasse in compagnia di Bonifazio ha suscitato sui social speculazioni su un attacco nella discesa della Cipressa.
Bonifazio ci ha provato lui stesso nel 2019, lanciandosi giù con spregio della morte. A 85 km/h era troppo veloce per le moto delle tv.
Un attacco in discesa è una cosa da non sottovalutare. Secondo Vincenzo Nibali, è proprio lì che sta la chiave per Pogacar: “Vuole sempre vincere in potenza. Attacca in salita, senza pensare alla possibilità di vincere come me, in discesa.”
Nessuna missione segreta
Il fatto che Pogacar compaia continuamente a Sanremo la dice lunga su quanto voglia vincere domani, ma ha anche a che fare con la vicinanza. Da Monaco, Sanremo dista poco meno di cinquanta chilometri. Il 25 febbraio, su Facebook è comunque spuntato di nuovo un video di Pogi sul Poggio.
Va detto: le ricognizioni a Sanremo non sono necessariamente missioni segrete. Il 2 febbraio, ad esempio, Pogacar stesso ha pubblicato sul suo account Strava un allenamento in direzione di Sanremo.
Le sue ultime tracce digitali a Sanremo risalgono all'inizio di questo mese. Il 3 marzo, un attento utente di Strava ha notato che Pogacar aveva stabilito un nuovo record personale sulla Cipressa con un tempo di 8 minuti e 51 secondi. Lui stesso non aveva caricato quella corsa, ma trattandosi di un record personale, in qualche modo era stata comunque salvata.
Pogacar ormai conoscerà il Poggio e la Cipressa come le sue tasche, ma Florian Vermeersch ha comunque dichiarato a Het Laatste Nieuws di essersi recato in Italia in anticipo questa settimana per effettuare ancora qualche ricognizione con il capitano Pogacar. Giovedì era prevista la “ricognizione finale”. Le immagini appariranno online nei prossimi giorni.”

Commenti
Posta un commento