‘Mijn karakter heeft me wel eens in de weg gezeten’
Scheidend directeur Leo van Vliet van de Amstel Gold Race,
op het parcours in Engwegen, bij de befaamde Keutenberg.
Van Vliet zorgde ervoor dat de Keutenberg weer terugkeerde
in het vaste parcours van ‘zijn’ Amstel Gold Race.
INTERVIEW - Leo van Vliet KOERSDIRECTEUR
Na dertig jaar zwaait Leo van Vliet dit weekend af als koersdirecteur van de Amstel Gold Race. Zijn levenswerk loslaten is niet makkelijk, zo merkte hij de afgelopen maanden. „Het is een gevecht met mezelf.”
Daar is nog een foto van"

18 Apr 2026 - NRC
Door Thijs Niemantsverdriet
Fotografie Merlin Daleman
Zeven woningen en een schuur – dat is Engwegen. Een gehucht in Zuid-limburg dat weinig aansprekends heeft, behalve zijn ligging: even buiten Schin op Geul, aan de voet van de Keutenberg. Achter het laatste huis zwenkt de asfaltweg naar links en, pats, daar zit je meteen op de befaamde, loeisteile klim uit de Amstel Gold Race.
Glimlachend staat Leo van Vliet tussen de huizen. Hij vertelt over een van zijn eerste avonturen toen hij in 1996 koersdirecteur werd van de Amstel Gold Race. Al een jaar of vijf zat de Keutenberg niet meer in het parcours van ’s lands enige wielerklassieker. Geschrapt door zijn voorganger: te krap, te vol. „Je moest je als renner tussen de mensen heen wurmen. Stel, je raakt iemand – dat kan voor wedstrijdvervalsing zorgen.”
De Keutenberg hóórt in de Gold Race, vond Van Vliet. Dus als de mensen het probleem vormen, zo redeneerde hij, dan doen we het toch zónder mensen? Dichtzetten voor publiek, met doorlaatpassen voor de bewoners. „Maar ja, dan moesten die bewoners wel eerst akkoord gaan.”
Dus belde hij op een herfstdag in 1996 bij alle huizen in Engwegen aan, „als een soort Jehova-getuige”. Hetzelfde deed hij bij het volgende plukje bebouwing, bovenaan de Keutenberg. „Ik heb al die mensen gesproken. En na afloop was iedereen toch wel positief. Inmiddels zit de Keutenberg alweer bijna dertig jaar in het parcours.”
Tekort aan motoragenten
Een aanpakker, joviaal maar vastberaden. Zo ziet Leo van Vliet (70) zichzelf graag. Dit weekend geeft de oud-renner voor de laatste keer leiding aan de Amstel Gold Race: na dertig jaar in functie vindt hij het mooi geweest. Als koersdirecteur wordt hij opgevolgd door een voormalig coureur, Tom Dumoulin.
De wedstrijdlicentie is twee jaar geleden al overgegaan naar Flanders Classics, de organisatie achter de Ronde van Vlaanderen. Het idee kwam van Van Vliet zelf. Een wielerwedstrijd organiseren in Nederland wordt almaar ingewikkelder, zegt hij: vergunningen, milieueisen, een tekort aan motoragenten. Dan kun je maar beter een grote organisatie achter je hebben staan.
Van Vliets afscheid zal dit weekend groots gevierd worden: op zaterdagavond is er een feest in Maastricht, gedeeltelijk live te volgen op NPO1. Ook verschijnt er een boek over zijn leven en carrière: Ken niet bestaat niet, geschreven door journalisten Bert Dijkstra en Raymond Kerckhoffs.
De weg naar zijn pensioen, vertelt Van Vliet terwijl we de Keutenberg oplopen, valt hem zwaar. Drie decennia deed hij zijn werk met ziel en zaligheid, bemoeide hij zich met ieder detail. Zeker vier generaties renners zag hij in de Amstel Gold Race voorbij trekken: van Bjarne Riis en Lance Armstrong in de jaren negentig tot Mathieu van der Poel, Remco Evenepoel en Tadej Pogacar in het huidige wielertijdperk.
In al die jaren drukte Van Vliet nadrukkelijk zijn stempel op de wedstrijd. Hij sleutelde veelvuldig aan het parcours en breidde het koersweekend uit met een toertocht op zaterdag. De start ging van Heerlen naar Maastricht, de finish van Maastricht naar Valkenburg. De befaamde Cauberg kwam als slotklim in de finale, verdween en keerde vorig jaar weer terug. Vanaf 2017 bestaat er, na een eerdere editie tussen 2001 en 2003, ook een Amstel Gold Race voor vrouwen.
Mooie winnaars
De mooiste editie in die dertig jaar, zegt Van Vliet zonder aarzeling, was die van 2019. Achttien jaar lang had de Amstel Gold Race bij de mannen geen Nederlandse winnaar gehad. Toen was daar Mathieu van der Poel, die in de laatste kilometer vanuit verloren geachte positie terug denderde en de zege wegkaapte voor de neus van de verbouwereerde koplopers.
Naderhand kreeg Van Vliet een schriftelijke berisping van de internationale wielerbond UCI omdat hij als koersdirecteur had staan juichen voor Van der Poel, maar dat liet hem koud. „Al twintig jaar vroegen journalisten wanneer er weer eens een Nederlander ging winnen. Dat gebeurde, en ook nog eens op een manier waarover iedereen nog steeds praat. En ik mocht niet enthousiast zijn?” Dat hij juichte, doet niets af aan het feit dat hij als koersdirecteur „volstrekt neutraal” is, zegt Van Vliet. „Het gaat om mooie winnaars.”
Over zijn vervelendste ervaring hoeft hij evenmin lang na te denken. Dat was vier jaar later, toen Tadej Pogacar won. Zijn beslissende demarrage plaatste hij op het steilste stuk van de Keutenberg, zo ongeveer waar we nu lopen. Op tv, in de krant en op sociale media kreeg de koersdirecteur het verwijt dat hij in de slotkilometers met zijn auto te dicht voor Pogacar zou hebben gereden, zodat de koploper kon profiteren van het zog van de wagen.
Die kritiek heeft hem destijds „pijn gedaan”, zegt Van Vliet, want de verwijten van koersvervalsing waren in zijn ogen onterecht. „Het beeld van de tv-camera vertekende, wij rijden al jaren op die positie in koers. Er zaten ook nog eens heel belangrijke mensen uit de wielerwereld in de auto. Hoe kun je nu verzinnen dat ik niet neutraal ben?”
Heb je wel eens een winnaar gehad van wie je dacht: mwah?
„Eigenlijk wil ik altijd dat een topfavoriet wint. En ja, je hebt wel eens dat die geklopt wordt. Vorig jaar won Mattias Skjelmose, die was niet de beste maar wel de slimste in koers en won de sprint. Maar ik heb liever dat Pogacar of Evenepoel wint. Dat is het mooiste voor het aanzien van de wedstrijd.”
Iets voorbij het steilste stuk van de Keutenberg komt een wielerrecreant aangereden. Hij kruipt vooruit, tot twee keer toe moet hij terugschakelen. Het gezicht is verwrongen van de inspanning.
„Gaat het goed?”, vraagt Van Vliet opgewekt.
Gekreun.
„Kom, even een sprintje!”
„Ach man!”
„Oh nee, je hebt geen tandwiel meer over hè?”
Nog meer gekreun.
Hij weet nog precies wanneer hij hier zelf voor het eerst reed in de Amstel Gold Race. Dat was in 1978, het goot van de regen en hij was mee met een kopgroep van vier. „Ik kwam als tweede boven, achter Gerrie Knetemann. Daar is nog een foto van.”
Hij groeide op in het Westland, zoon van een transportondernemer, achtste in een gezin van negen kinderen. Zijn carrière als wielerprof begon eind jaren zeventig, toen hij zijn eerste contract tekende bij de Franse ploeg Miko Mercier. Later reed hij voor de befaamde Raleigh-formatie, onder meer als knecht van Joop Zoetemelk bij diens Tourzege in 1980. Hij stopte in 1986, dertig jaar oud, om toe treden tot Van Vliet Containers, het familiebedrijf in afval en recycling.
Toen Herman Krott, de oprichter van de Amstel Gold Race, Van Vliet in 1995 vroeg om diens opvolger te worden, was het besluit snel genomen. Het bedrijf was net voor een mooie som geld verkocht aan een Amerikaanse firma, waardoor Van Vliet en zijn broers financieel onafhankelijk waren. Baas zijn van ’s lands enige wielerklassieker leek hem prachtig. „Ik moest wel even op computerles, want ik wist niet hoe zo’n ding werkte.”
Bij de Amstel Gold Race heeft hij het in die dertig jaar gedaan zoals hij het altijd deed bij het familiebedrijf. Lange dagen maken, de zaken simpel houden. Meteen aan de slag („wat vandaag kan, gaan we niet morgen doen”), altijd bereikbaar zijn. „Op vakantie houd ik al mijn mailtjes bij. Anders stapelt het zich op.”
Dat klinkt als een workaholic.
„Ja, omdat werken voor mij léuk is. Ik denk misschien verkeerd, maar wat maakt het uit als je een uurtje langer doorwerkt? Waarom moet je je telefoon ’s avonds uitzetten, ze bellen toch niet iedere avond?”
Van Vliet is „een control freak”, zegt hij: hij is gewend zich met ieder aspect van de koers te bemoeien. „Als ik op de ochtend van de race een scheef reclamebord zie, hang ik hem zelf recht.” Alcohol drinken doet hij niet, nooit gedaan ook – best komisch trouwens voor de baas van een wielerkoers die al zestig jaar de naam draagt van een biermerk.
Voor zijn omgeving kan hij soms „onuitstaanbaar” zijn, weet hij. Op de werkvloer is hij behoorlijk dominant, al spreekt hij zelf liever van „een ijzersterk karakter”. Maar alles komt volgens hem voort uit enthousiasme en een onrustige, creatieve geest: „Ik ben een man van nieuwe ideeën.” Van alle vernieuwingen bij de Gold Race, zo durft hij wel te zeggen, komt „98 procent” van hemzelf.
Juist vanwege zijn controledrift, zegt Van Vliet, steekt het extra om aangesproken te worden op zaken die hij níet in de hand heeft. Neem de Amstel Gold Race van 2021, toen Wout van Aert werd uitgeroepen tot winnaar op basis van een omstreden fotofinish: de meetapparatuur bleek niet precies ter hoogte van de eindstreep te staan. „Die fotofinish, daar hebben wij als organisatie geen invloed op”, zegt Van Vliet. „De KNWU [Nederlandse wielerbond, red.] huurt die mensen in. Maar het komt toch bij mij terecht, als directeur.”
Allergie voor ambtenaren
We bereiken de top van de Keutenberg.
Weet je, zegt Van Vliet terwijl hij een volgende renner groet die naar boven stoempt: als het moeilijk wordt, is hij op zijn best. Dingen voor elkaar krijgen die aanvankelijk kansloos lijken, zegt hij, „dat geeft me een kick”.
En hij heeft nogal wat problemen, complicaties en bedreigingen op zijn pad gevonden in die dertig jaar Amstel Gold Race. De mond- en klauwzeercrisis. De aswolk uit de Ijslandse vulkaan Eyjafjallajökull, die het vliegverkeer in heel Europa aan de grond hield – en dus ook de televisiehelikopters van de NOS. En vorig jaar nog de NAVO-TOP in Den Haag, die zo’n groot beroep deed op motoragenten dat de koersveiligheid – en dus de Gold Race zelf – in gevaar dreigde te komen.
Als koersdirecteur is Leo van Vliet „volstrekt neutraal”.
„Het gaat om mooie winnaars.”
Telkens wist Van Vliet de koers toch te laten doorgaan, zijn allergie voor ambtenaren en „vergunningachtige mensen” ten spijt. Door te lobbyen, reuring te creëren in de pers of zijn vele contacten aan te spreken. Zoals bij de Ijslandse aswolk, toen minister Camiel Eurlings (Verkeer en Waterstaat, CDA) voor hem een ontheffing regelde op het Europese vliegverbod. Van Vliet: „Op zo’n moment gaat er een radertje draaien in mijn hoofd. Ineens dacht ik: Camiel Eurlings, die is de baas op dat ministerie. En z’n vader is burgemeester van Valkenburg.”
Zijn „slechtste uurtje in de koers” beleefde hij in 2003. De vrouwen, gestart vóór de mannen, „reden veel te langzaam en de mannen veel te snel. Op een gegeven moment zei een collega in de auto: Leo, dit gaat niet goed, die gaan elkaar tegenkomen op de Sibbegrubbe. Toen was ik wel even in paniek”. Er werd een oplossing gevonden, de vrouwen staken een stukje af. „Toen zijn we wel meteen gestopt met de dameskoers. Ik dacht: dit wil ik nooit meer meemaken.”
Pas in 2017 kwam er weer een vrouweneditie. Hebben jullie daar niet veel te lang mee gewacht?
„Ik besliste er niet honderd procent over, en Amstel moest echt overgehaald worden. Terugkijken heeft geen zin in het leven. Wat we in 2017 wel meteen zijn gaan doen: de ploegenpresentatie van de mannen en de vrouwen samen in Maastricht.”
Aan de ene kant, zegt Van Vliet terwijl we de Keutenberg weer aflopen, zal hij opgelucht zijn als hij na komend weekend koersdirecteur-af is. „Mijn karakter heeft me wel eens in de weg gezeten.” De laatste edities merkte hij al dat de spanning steeds groter werd in de weken voor het koersweekend. „Thuis kan ik dan geprikkeld reageren. Mijn vrouw is straks ook blij als het is afgelopen, denk ik.”
Aan de andere kant: hoe dichter zijn afscheid nadert, hoe lastiger hij het krijgt. Van Vliet heeft de afgelopen twee jaar al een deel van zijn taken uit handen gegeven aan de nieuwe licentiehouder. „Daarom heb ik niet meer de totale controle.” Hij valt even stil. „Moeilijk, moeilijk. Het is een gevecht met mezelf.”
Van Vliet kijkt naar een stel paarden dat in de verte staat te grazen. Misschien, zegt hij, is hij wel „een uitstervend ras”, met zijn werkethos en zijn dominante manier van leidinggeven. „Dat woke gebeuren van nu, dat het niet te veel mag schuren, daar ben ik het helemaal niet mee eens. Er moet toch iemand met zijn vuist op tafel slaan?”
Terug aan de voet van de Keutenberg komt een echtpaar op elektrische fietsen naar boven gereden. „Goed zo!”, roept Van Vliet tegen de vrouw, die een kleine voorsprong heeft. „Stelt hij zich een beetje aan? Of klim jij beter?” Tegen de verslaggever: „Geweldig, toch? Ik rij tegenwoordig ook elektrisch.”
Na zijn pensionering, vertelt Van Vliet, wil hij meer tijd gaan doorbrengen in zijn huis aan de Spaanse Costa Blanca. In zijn tuin heeft hij het complete familiebedrijf Van Vliet nagebouwd, schaal 1 op 14: containers, afvalkranen, shovels, puinbrekers. „Er komt ook een modeltrein te lopen, onder het huis door en aan de andere kant er weer uit.”
De Amstel Gold Race kan hij met een gerust hart overlaten aan de Belgen van Flanders Classics, denkt hij. En met Dumoulin – zelf Limburger – als nieuw kopstuk is er de garantie dat de Gold Race „geen Belgische koers wordt”.
En toch: je geeft het uit handen.
„Ik geef ze zoveel mogelijk tips over wat ze niet moeten doen.”
Wat moeten ze vooral niet doen?
„De finish op de Cauberg in Valkenburg weghalen. Dat ligt nergens beter dan daar.”
Het contract tussen de Gold Race en de gemeente Valkenburg loopt volgend jaar af. Wat als de Belgen straks twee keer zoveel geld vragen, Valkenburg nee zegt en de Cauberg uit het parcours verdwijnt?
„Ik zou zeggen: verkoop je ziel niet voor geld. Je kunt heel snel een verkeerde naam hebben.”
Commenti
Posta un commento