“Zijn carrière had in 2019 al voorbij kunnen zijn”
De belofte aan Michael Goolaerts
© AFP, GETTY IMAGES, LAURENT LAIRYS
12 april 2026 Parijs-Roubaix.
Van Aert droomt nu van de regenboogtrui
“Mijn levenswerk”, noemde Wout van Aert zijn zege in Roubaix. Grote, maar geen loze woorden als je zijn carrière bekijkt. Ingewijden getuigen over de tegenslagen die Van Aert mee hebben gevormd.
“Nooit heb ik Wout in een langdurige depressie zien sukkelen, maar die val in Dwars door Vlaanderen was een van de moeilijkere momenten” Daan Soete
Boezemvriend
14 Apr 2026 - Het Belang van Limburg
Gilles Liesenborghs, Jan-Pieter De Vlieger
Wout van Aert is al koning van het veldrijden wanneer hij in 2018 aan zijn opmars als wegrenner begint. Hij eindigt als derde in Strade Bianche, een resultaat dat de wereld rondgaat en niet alleen omdat hij boven op de Via Santa Catarina letterlijk van zijn fiets valt.
Van Aert is een ster in wording, maar een dikke maand later al slaat het noodlot toe. In ParijsRoubaix overlijdt zijn ploegmaat Michael Goolaerts.
Manager Jef Van den Bosch: “Wout heeft daar nooit veel over gepraat. Maar sinds die noodlottige dag wilde hij altijd al doen wat hij zondag deed. Telkens als hij Roubaix reed, zat dat in zijn achterhoofd. De timing heb je niet in de hand, maar Michael reed die dag met rugnummer 84. Hij overleed op 8 april. En acht jaar later wint Wout Parijs-Roubaix. We hebben heel erg het gevoel dat de cirkel rond is. We hebben kunnen doen wat we destijds hebben beloofd.”
Na het drama Michael Goolaerts hervat Wout van Aert zijn queeste richting de top. In de Dauphiné wint hij het jaar nadien twee ritten: een tijdrit en een sprintetappe.
Ook in de Tour sprint Van Aert naar ritwinst. De gelaatsuitdrukking van de geklopte Elia Viviani - ‘waar kom jij nog vandaan?’ - is wielererfgoed. Vier dagen later bij de 27 kilometer lange tijdrit in Pau, lijkt Van Aert klaar voor een nieuwe triomf.
De gapende wonde van Pau
In Pau is Van Aert op weg naar de vijfde plaats wanneer hij blijft haperen achter een spandoek. Het resultaat: een open wonde van 21 centimeter. Wanneer dokter Florence Pommerie bij Van Aert komt, vraagt ze veelzeggend of hij zijn rechtertenen nog kan bewegen.
Van Aert wordt eerst ter plaatse in Frankrijk geopereerd en later opnieuw in België bij Toon Claes. “Die val is hét sleutelmoment in Wouts carrière”, zegt die. “Enkele dagen na zijn val kwam hij bij ons binnen in het AZ Herentals. Op een MRI zagen we dat alle spieren en pezen waren doorgescheurd. Er ontbrak ook weefsel. In Frankrijk hadden ze het niet goed aangepakt.”
Voor Claes is het dan al snel duidelijk: “Dit is carrièrebedreigend.” Na een korte twist met de ploeg, die zich eerder terughoudend opstelt, mag hij toch opereren. “Het was een megacomplexe ingreep. We moesten improviseren. Met grote onzekerheid over de af loop. Je kan alles technisch herstellen, maar als dat niet geneest, blijf je voor altijd manken. Het was nog maar de vraag of hij ooit weer ging kunnen fietsen.”
Ook topkinesist Lieven Maesschalk heeft zulke horrorblessures maar weinig zien passeren in zijn carrière. “Zijn heupspier, die zo belangrijk is voor de stabiliteit van een renner, was volledig doorgesneden”, herinnert hij zich. “Dat was ongezien. Zowel voor de operatie als voor de revalidatie bestond geen protocol.”
Het duurt uiteindelijk meer dan zeven maanden vooraleer Van Aert zich echt weer wielrenner mag noemen. Maar wonder boven wonder: hij keert sterker terug dan tevoren.
Manager Jef Van den Bosch: “De blessure in Pau had het einde van zijn carrière kunnen betekenen. Dat was kantje boord. Maar Wout is ongelofelijk hard beginnen te werken. Hij is sterker geworden. Fysiek en mentaal.”
Resultaat: In een seizoen dat door de coronacrisis maar enkele maanden duurt, wint hij de Strade Bianche, Milaan-Sanremo én twee ritten in de Tour de France. A star is born.
Ongelukkig na Dwars door Vlaanderen
Van Aert zet zijn opmars in de seizoenen nadien gewoon verder. Zijn erelijst wordt aangedikt met nog enkele mooie Touretappes en klassiekers als Gent-Wevelgem, de E3 Saxo Classic en Kuurne-BrusselKuurne. Alleen in de twee kasseimonumenten blijft het steevast foutlopen.
De Ronde van Vlaanderen 2022? Gemist door een covidbesmetting. Parijs-Roubaix 2023? Lekke band op Carrefour de l’Arbre. “Roubaix blijft vervloekt voor mij”, reageert hij achteraf ontgoocheld.
En dan komt Dwars door Vlaanderen 2024. In de gevaarlijke afdaling van de Kanarieberg smakt Van Aert samen met een half peloton tegen de grond. Hij breekt zijn sleutelbeen, borstbeen en meerdere ribben.
Boezemvriend Daan Soete: “Nooit heb ik Wout in een langdurige depressie zien sukkelen, maar die val in Dwars door Vlaanderen was een van de moeilijkere momenten. Hij had dan bijvoorbeeld meer moeite met op zijn eten te letten. Ik herinner me nog dat we in die periode eens op restaurant gingen met ons trainingsgroepje, waar ook Jan Bakelants bijhoort, en dat ik achteraf tegen Jan zei: ‘Wout zag er niet gelukkig uit’. Dat was uitzonderlijk.”
Dwars door Vlaanderen blijft lang in de kleren zitten, getuigt ook Lieven Maesschalk: “In zijn hele verhaal zijn die gebroken ribben misschien maar iets kleins, maar aan zulke blessures zit ook een grote cerebrale component. Er sluipt angst in, wat ervoor kan zorgen dat je je gedrag gaat aanpassen. En als de angst groter is, vergroot je juist de kans dat je valt.”
3 september 2024 - Rit 16 in de Vuelta.
Gedacht aan stoppen na val in de Vuelta
In 2024 valt Wout van Aert in totaal negen keer. Na Dwars door Vlaanderen ook nog in de Tour, in de Ronde van Noorwegen én in de Vuelta. Even veel keer staat hij ook opnieuw op, maar de val in de Vuelta komt heel hard binnen.
Het gebeurt op een moment dat hij net helemaal terug lijkt. Van Aert heeft brons gepakt op de Olympische Spelen. In de Vuelta staat hij aan de leiding in het berg- en het puntenklassement. En dan botst hij in de afdaling van de Collada Llomena tegen de wand. In de kofferbak van de Visma-volgwagen valt een lijkbleke Van Aert met een gapende kniewonde net niet f lauw.
Toon Claes: “Dat was ook een complex probleem, een beetje vergelijkbaar met Pau. Zijn kniegewricht lag open. Zulke zaken duren altijd langer dan je als renner of ploeg hoopt.”
Van Aert en echtgenote Sarah getuigen later dat stoppen na de Vuelta-val onderwerp van gesprek was: “Die val in de Vuelta kwam te dicht op die van het voorjaar”, zegt Van Aert. “Ik zat heel erg met het gevoel: ik stop er zoveel in en ik krijg er zo weinig voor terug.”
Manager Van den Bosch: “Stoppen is toen door Wout zijn hoofd geflitst. Die blessure was ook weer intens, met een lange revalidatie. Niet gewoon een sleutelbeen. Maar dat is dan de grote sterkte van Wout. Na die tegenslag kan hij toch weer vooruitkijken.”
Van Aert werkt aan zichzelf. Op voorzet van Allan Peiper klopt hij aan bij ‘functioneel neuroloog’ Stijn Quanten. Cognitieve training - mentale oefeningen om reactiever te worden - maken sindsdien deel uit van zijn vaste trainingsroutine.
De enkelbreuk in Mol
Van Aert komt terug in 2025. Ritoverwinningen in Giro en Tour zijn de uitschieters, van grote blessures blijft hij gespaard. Maar 2026 begint opnieuw met een tegenvaller. Tijdens de Zilvermeercross in Mol loopt Van Aert een breukje in de enkel op.
Net op een moment waarop het lijkt alsof hij Mathieu van der Poel de baas kan. Voor de Omloop wordt hij ziek, zoals dat vorig jaar ook voor de Giro en de Vuelta gebeurde. De buitenwereld twijfelt: is dit niet de tegenslag te veel?
Toon Claes: “Het was duidelijk dat er meer en meer mensen niet in hem geloofden. Dat heeft hem pijn gedaan. Hij zou dat nooit uitgesproken hebben, maar ik voelde dat wel. Wout is een sterke beer, maar hij is ook maar een mens.”
Vriend Daan Soete maakt zich na de enkelbreuk weinig zorgen: “Deze winter zag ik meteen dat hij heel scherp stond. In de rustperiode na zijn enkelbreuk heeft hij zich niet te veel laten gaan. Hij zei zelfs dat hij wat gedieet had. Ik zag meteen dat hij klaar was om op zijn best te zijn.”
Maesschalk: “Hij heeft zichzelf heruitgevonden. Dat maakt van hem een kampioen.”
Het resultaat? Een klinkende overwinning in Parijs-Roubaix, met een collectief delirium in Vlaanderen. Jef Van den Bosch kan er de day after nog niet bij: “Ongezien toch wat de overwinning los gemaakt heeft. Al die f ilmpjes van mensen die zo hard juichen, in groep of gewoon bij hen thuis. Fantastisch om te zien. Iedereen gunt het Wout omdat hij nooit opgeeft. Het is duidelijk dat al zijn ups en downs veel mensen hebben geïnspireerd. Al die dingen die Wout overkomen zijn, hebben de mensen op één of andere manier samen met hem beleefd.”
***
Na Roubaix ook het WK?
14 Apr 2026 - Het Belang van Limburg
(wvo)
De ene lacune op het palmares is amper opgevuld of Wout van Aert denkt al aan de volgende. Na twee zilveren medailles op het WK op de weg - 2020 en 2023 wil hij op 27 september van dit jaar wereldkampioen worden op de weg. De concrete plannen liggen klaar. Realistisch? De bondscoach gelooft van wel.
Wordt 2026 het jaar waarin Van Aert de gaten in zijn palmares verder opvult? Volgt er na Roubaix ook een regenboogtrui? Van Aert zelf heeft er alvast volop zijn zinnen op gezet. Uitgerekend vorige week, nog voor zijn huzarenstuk in Parijs-Roubaix, liet hij aan de bondscoach weten dat hij grote ambities heeft voor het WK op de weg eind dit jaar in het Canadese Montréal.
Vuelta als voorbereiding
Zelfs de route ernaartoe is al tot in detail uitgestippeld. Na de Tour rijdt Van Aert met het oog op het WK de Vuelta. Reden: de ervaring leert dat hij altijd in bloedvorm uit een grote ronde komt. Dat leidde in het verleden tot een zilveren en een bronzen medaille op de Spelen én tot een zilveren medaille op het WK op de weg in Glasgow. Telkens had Van Aert er net de Tour de France op zitten.
Aldus Serge Pauwels: “Er zijn weinig renners die zo sterk uit een grote ronde komen als Van Aert. Hij verteert de derde week als geen ander. In die zin begrijp ik zijn keuze voluit.”
Dat Van Aert niet als topfavoriet zal starten op een WK met ruim 3.700 hoogtemeters, beseft Pauwels. “Op dit soort omlopen zal Tadej Pogacar altijd moeilijk te kloppen blijven”, klinkt het. “Maar een Wout in bloedvorm, net terug uit de Vuelta, met een topklimgewicht, gaat dit zeker wel aankunnen. Bovendien: in de klassieke GP de Montréal versmacht UAE traditioneel de hele koers in dienst van Pogacar, maar de Sloveense nationale ploeg is sowieso minder sterk dan UAE.”
Toch dit: Van Aert gaat niet de enige Belg zijn die zijn zinnen heeft gezet op het WK in Montréal. Ook Remco Evenepoel vindt er een parcours op zijn maat. “Als het zover is, gaan we dat gesprek uiteraard aan”, besluit Pauwels. “Maar het is niet omdat er maar één renner wereldkampioen kan worden dat je niet verschillende kaarten kan uitspelen.”
***
© BELGA Jonathan Vervenne op de kasseien.
“Geflirt met de bezemwagen”
Wout van Aert en Franziska Koch staan te boek als de winnaars van Parijs-Roubaix 2026.
Maar ook in de achtergrond beleefden renners aparte taferelen in een stoffige Hel.
Zoals de twee Limburgse Roubaix-debutanten Jonathan Vervenne en Julie Brouwers.
Wat maakten zij zoal mee?
“Toen ik in de verste verte niemand voor me zag,
en achter me enkel een bezemen takelwagen,
besefte ik dat ik bezig was aan een zinloze onderneming”
- Jonathan Vervenne Soudal-QuickStep
14 Apr 2026 - Het Belang van Limburg
Rob Rodiers
“Mijn verhaal zat erop toen ik de bevoorrading in Solesmes (na 138 kilometer) bereikte”, start neoprof Jonathan Vervenne zijn relaas. “Voor de start in Compiègne had ik, samen met Yves Lampaert en Dries Van Gestel, de opdracht gekregen om mee te glijden indien er een vroege vlucht vertrok. Maar door de hoge snelheid lukte dat niet. Niettemin leverde ik enkele inspanningen af waar ik minutenlang van moest herstellen in de buik van het peloton. En dan moest ende eerste kasseistroken nog volgen”, grijnst de Riemstenaar van Soudal Quick-Step. “Op die eerste stroken kreeg ik echter met een leegloper af te rekenen. Vanuit de wagen vroeg men mij verder te rijden tot het einde van de derde strook. Daar zou een wagen met wielen staan. Eenmaal daar aangekomen, kreeg ik mijn achterwiel niet vervangen. Ook Lampaert (voorwiel) en Bert Van Lerberghe (zadel) hadden namelijk hulp nodig.”
“Uiteindelijk passeerde toch de ploegleiderswagen en kon ik op mijn reservefiets springen. Veel plezier heb ik daar echter niet aan beleefd. Want op de volgende stenen gleed ik onderuit. Een combinatie van stof en banden die nog niet helemaal waren ingereden, vermoed ik”, klinkt het nuchter. “Het voordeel was wel dat ik nadien opnieuw op mijn originele fiets kon springen. Het nadeel? Dat ik minuten achterlag op de staart van de koers. Na de vierde sector kwam ik op een lang stuk terecht. In de verste verte was er niemand voor me te zien. En achter me zag ik enkel een bezem- en takelwagen volgen. Waarna stilaan het besef binnensijpelde dat ik bezig was aan een zinloze onderneming. Daarop ben ik in de bevoorrading in de ploegleiderswagen gestapt.”
Buiten tijd
Julie Brouwers reed zondag haar eerste koers na een slopende crosswinter. De naar Olmen uitgeweken Hamse mocht meteen aan de bak in Paris-Roubaix Femmes.
“Een maand geleden kreeg ik vanuit de ploeg de vraag of ik in Roubaix wilde starten. Mijn eerste reactie was ‘ja’. Om dan meteen te beseffen: die koers wacht al over vier weken. Ga ik hier geen spijt van krijgen?” grinnikt de aanwinst van Lotto Intermarché Ladies, die uiteindelijk als allerlaatste en buiten de tijdslimiet de Vélodrome André Pétrieux bereikte.
“Ben ik niet binnen tijd? (Schouderophalend) Ik ben trots en tevreden dat ik hier ben geraakt. Want deze ervaring is met niets te vergelijken. Hier komt zoveel hectiek en stress bij kijken dat ik geregeld dacht: ‘oh my god!’. Tijdens een cross ben je namelijk veelal alleen aan het rijden. Daarnaast weet ik nu dat met crosstubes over kasseien dokkeren een pak aangenamer is. Donderdag na de verkenning heb ik er zelfs even aan gedacht om af te melden. Mijn handen en vingers deden zodanig veel pijn, dat ik pijnstillers heb geslikt.”
Zondag werd de pijn verzacht door de drommen toeschouwers langs de kant van de weg. “De ambiance op Carrefour de l’Arbre was gewoon insane”, aldus Brouwers. “Ik vond het heel tof dat die strook, op dat tijdstip, nog volgepakt stond met toeschouwers.”
***
«La sua carriera avrebbe potuto concludersi già nel 2019»
La promessa a Michael Goolaerts
© AFP, GETTY IMAGES, LAURENT LAIRYS
12 aprile 2026 Parigi-Roubaix.
Van Aert ora sogna la maglia iridata
“Il lavoro di una vita”, così Wout Van Aert ha definito la sua vittoria a Roubaix. Parole grandi, ma non vuote, se si guarda alla sua carriera. Gli addetti ai lavori testimoniano le avversità che hanno contribuito a formare Van Aert.
“Non ho mai visto Wout alle prese con una depressione prolungata, ma quella caduta alla Dwars door Vlaanderen è stato uno dei momenti più difficili” Daan Soete
Amico del cuore
14 aprile 2026 - Het Belang van Limburg
Gilles Liesenborghs, Jan-Pieter De Vlieger
Wout van Aert è già il re del ciclocross quando nel 2018 inizia la sua ascesa come corridore su strada. Si classifica terzo alla Strade Bianche, un risultato che fa il giro del mondo e non solo perché in cima alla Via Santa Catarina cade letteralmente dalla bicicletta.
Van Aert è una stella nascente, ma poco più di un mese dopo il destino colpisce. Alla Parigi-Roubaix muore il suo compagno di squadra Michael Goolaerts.
Il manager Jef Van den Bosch: “Wout non ne ha mai parlato molto. Ma da quel fatidico giorno ha sempre voluto fare ciò che ha fatto domenica. Ogni volta che correva a Roubaix, aveva questo pensiero in mente. Non si può controllare il tempismo, ma Michael quel giorno correva con il numero 84. È morto l’8 aprile. E otto anni dopo Wout vince la Parigi-Roubaix. Abbiamo davvero la sensazione che il cerchio si sia chiuso. Siamo riusciti a fare ciò che avevamo promesso all’epoca.”
Dopo la tragedia di Michael Goolaerts, Wout van Aert riprende la sua scalata verso la vetta. L'anno successivo, al Dauphiné, vince due tappe: una a cronometro e una in volata.
Anche al Tour Van Aert conquista una vittoria di tappa in volata. L'espressione sul volto dello sconfitto Elia Viviani – «da dove sei spuntato?» – è entrata nella storia del ciclismo. Quattro giorni dopo, nella cronometro di 27 chilometri a Pau, Van Aert sembra pronto per un nuovo trionfo.
La ferita aperta di Pau
A Pau, Van Aert è in corsa per il quinto posto quando inciampa in uno striscione. Il risultato: una ferita aperta di 21 centimetri. Quando la dottoressa Florence Pommerie raggiunge Van Aert, gli chiede significativamente se riesce ancora a muovere le dita del piede destro.
Van Aert viene operato prima sul posto in Francia e poi di nuovo in Belgio da Toon Claes. “Quella caduta è il momento-chiave nella carriera di Wout”, afferma. “Pochi giorni dopo la caduta è arrivato da noi all’AZ Herentals. Da una risonanza magnetica abbiamo visto che tutti i muscoli e i tendini erano lacerati. Mancava anche del tessuto. In Francia non avevano gestito bene la situazione.”
Per Claes è subito chiaro: «Questo mette a rischio la tua carriera». Dopo un breve battibecco con l’équipe, rimasta inizialmente piuttosto riluttante, gli viene comunque concesso di farsi operare. «È stato un intervento estremamente complesso. Abbiamo dovuto improvvisare. Con grande incertezza sull'esito. Tecnicamente si può riparare tutto, ma se non guarisce, si rimane zoppicanti per sempre. Rimaneva da vedere se sarebbe mai stato in grado di tornare in sella».
Anche il fisioterapista di punta Lieven Maesschalk ha visto raramente lesioni così gravi nella sua carriera. “Il suo muscolo dell’anca, così importante per la stabilità di un corridore, era completamente reciso”, ricorda. “Una cosa mai vista. Non esisteva alcun protocollo né per l’operazione né per la riabilitazione.”
Alla fine ci vorranno più di sette mesi prima che Van Aert possa davvero definirsi di nuovo un corridore; ma, miracolosamente, torna più forte di prima.
Il manager Jef Van den Bosch: “L’infortunio a Pau avrebbe potuto significare la fine della sua carriera. Ci è mancato poco. Wout però ha iniziato a lavorare incredibilmente sodo. È diventato più forte. Fisicamente e mentalmente.”
Risultato: in una stagione che, a causa della crisi del coronavirus, dura solo pochi mesi, vince la Strade Bianche, la Milano-Sanremo e due tappe al Tour de France. È nata una stella.
Insoddisfatto dopo la Dwars door Vlaanderen
Van Aert continua semplicemente la sua ascesa nelle stagioni successive. Il suo palmarès si arricchisce di alcune belle tappe del Tour e di classiche come la Gand-Wevelgem, l’E3 Saxo Classic e la Kuurne-Bruxelles-Kuurne. Solo nei due monumenti sul pavé le cose continuano a non andare per il verso giusto.
Il Giro di Fiandra 2022? Saltato a causa di un contagio da Covid. Parigi-Roubaix 2023? Foratura al Carrefour de l’Arbre. “La Roubaix per me rimane una maledizione”, commenta deluso a posteriori.
E poi arriva Dwars door Vlaanderen 2024. Nella pericolosa discesa del Kanarieberg, Van Aert finisce a terra insieme a metà del gruppo. Si rompe la clavicola, lo sterno e diverse costole.
Il suo caro amico Daan Soete: “Non ho mai visto Wout alle prese con una depressione prolungata, ma quella caduta alla Dwars door Vlaanderen è stato uno dei momenti più difficili. Ad esempio, faceva più fatica a stare attento a ciò che mangiava. Ricordo ancora che in quel periodo andammo una volta al ristorante con il nostro gruppetto di allenamento, di cui fa parte anche Jan Bakelants, e che dopo dissi a Jan: ‘Wout non sembrava felice’. Era una cosa eccezionale.”
La Dwars door Vlaanderen rimane a lungo impressa nella memoria, come testimonia anche Lieven Maesschalk: “Nel quadro generale, quelle costole rotte potrebbero sembrare una cosa da poco, ma a questo tipo di infortuni si accompagna anche una forte componente psicologica. Si insinua la paura, che può portare a modificare il proprio comportamento. E quando la paura aumenta, aumentano anche le probabilità di cadere.”
3 settembre 2024 - Tappa 16 della Vuelta.
Ha pensato di ritirarsi dopo una caduta alla Vuelta
Nel 2024 Wout van Aert cade ben nove volte. Dopo la Dwars door Vlaanderen, anche al Tour, al Giro di Norvegia e alla Vuelta. Si rialza altrettante volte, ma la caduta alla Vuelta lo colpisce duramente.
Succede proprio nel momento in cui sembra essere tornato al meglio. Van Aert ha conquistato il bronzo alle Olimpiadi. Alla Vuelta è in testa alla classifica della montagna e a quella a punti. E poi, nella discesa della Collada Llomena, va a sbattere contro il muro. Nel bagagliaio del furgone di scorta della Visma, un Van Aert pallido come un cadavere con una ferita aperta al ginocchio rischia di svenire.
Toon Claes: “Anche quello è stato un problema complesso, un po’ simile a quello di Pau. Aveva l’articolazione del ginocchio aperta. Questi casi richiedono sempre più tempo di quanto si speri, sia come corridore sia come squadra.”
Van Aert e sua moglie Sarah testimoniano in seguito che smettere dopo la caduta alla Vuelta era argomento di discussione: “Quella caduta alla Vuelta è arrivata troppo vicino a quella della primavera”, dice Van Aert. “Avevo davvero la sensazione: ci metto così tanto e ricevo così poco in cambio.”
Il manager Van den Bosch: “Allora a Wout è balenata in mente l’idea di smettere. Anche quell’infortunio è stato grave, con una lunga riabilitazione. Non era solo una clavicola. Ma è proprio questa la grande forza di Wout. Dopo quella battuta d’arresto è comunque riuscito a guardare avanti.”
Van Aert sta lavorando su se stesso. Su consiglio di Allan Peiper, si è rivolto al «neurologo funzionale» Stijn Quanten. Da allora, l’allenamento cognitivo – esercizi mentali per migliorare la reattività – fa parte della sua routine di allenamento.
La frattura alla caviglia a Mol
Van Aert torna nel 2025. Le vittorie al Giro e al Tour sono i momenti salienti, mentre gli vengono risparmiati infortuni gravi. Ma il 2026 inizia di nuovo con una battuta d'arresto. Durante lo Zilvermeercross a Mol, Van Aert subisce una mini-frattura a una caviglia.
Proprio nel momento in cui sembra che possa avere la meglio su Mathieu van der Poel. Prima dell’Omloop si ammala, come era successo l’anno scorso prima del Giro e della Vuelta. Il mondo esterno dubita: non è forse una battuta d’arresto di troppo?
Toon Claes: “Era chiaro che sempre più persone non credevano in lui. Questo lo ha ferito. Non l’avrebbe mai ammesso, ma io lo percepivo. Wout è un tipo tosto, ma è pur sempre un essere umano.”
L'amico Daan Soete non si è preoccupato più di tanto dopo la frattura a una caviglia: «Quest'inverno ho visto subito che era in ottima forma. Nel periodo di riposo dopo la frattura alla caviglia non si è lasciato andare troppo. Ha persino detto di aver seguito una dieta. Ho capito subito che era pronto a dare il meglio di sé».
Maesschalk: “Si è reinventato. Questo lo rende un campione.”
Il risultato? Una schiacciante vittoria alla Parigi-Roubaix, con un delirio collettivo nelle Fiandre. Jef Van den Bosch, il giorno dopo, non riesce ancora a crederci: «È incredibile ciò che questa vittoria ha scatenato. Tutti quei video di persone che esultano con tale fervore, in gruppo o semplicemente a casa propria. È fantastico da vedere. Tutti fanno il tifo per Wout perché non si arrende mai. È chiaro che tutti i suoi alti e bassi hanno ispirato molte persone. Tutte le cose che sono successe a Wout, la gente le ha vissute in un modo o nell'altro insieme con lui.”
***
Dopo la Roubaix anche i Mondiali?
14 apr 2026 - Het Belang van Limburg
(wvo)
Appena colmato un vuoto nel palmarès, Wout Van Aert pensa già al prossimo. Dopo due medaglie d’argento ai Mondiali su strada – nel 2020 e nel 2023 – il 27 settembre di quest’anno vuole diventare campione del mondo su strada. I piani concreti sono pronti. Realistici? Il commissario tecnico della nazionale crede di sì.
Il 2026 sarà l'anno in cui Van Aert colmerà ulteriormente le lacune nel suo palmarès? Dopo Roubaix arriverà anche la maglia iridata? Van Aert stesso ci ha già messo gli occhi sopra. Proprio la settimana scorsa, ancora prima della sua impresa alla Parigi-Roubaix, ha fatto sapere al commissario tecnico di nutrire grandi ambizioni per i Mondiali su strada che si terranno alla fine di quest'anno a Montréal, in Canada.
La Vuelta come preparazione
Anche il percorso per arrivarci è già stato pianificato nei minimi dettagli. Dopo il Tour, Van Aert ha corso la Vuelta in vista dei Mondiali. Il motivo: l’esperienza insegna che si esce sempre in ottima forma da un grande giro. Ciò gli ha permesso in passato di conquistare una medaglia d’argento e una di bronzo alle Olimpiadi, oltre a una medaglia d’argento ai Mondiali su strada a Glasgow. In ciascuna occasione, Van Aert aveva appena concluso il Tour de France.
Come afferma Serge Pauwels: “Ci sono pochi corridori che escono da un grande giro in forma come Van Aert. Affronta la terza settimana come nessun altro. In questo senso, capisco perfettamente la sua scelta.”
Pauwels è consapevole che Van Aert non partirà come favorito ai prossimi Mondiali, con oltre 3.700 metri di dislivello. “Su questo tipo di percorsi, Tadej Pogačar rimarrà sempre difficile da battere”, afferma. “Ma un Wout in forma smagliante, appena tornato dalla Vuelta, con un peso da scalatore ottimale, sarebbe in grado di farcela. Inoltre: nella classica GP de Montréal, la UAE tradizionalmente mette tutta la squadra al servizio di Pogačar, ma la nazionale slovena è comunque meno forte della UAE.”
Tuttavia: Van Aert non sarà l’unico belga a puntare sui Mondiali di Montréal. Anche Remco Evenepoel troverà là un percorso su misura per lui. “Quando sarà il momento, ne discuteremo”, conclude Pauwels. “Ma non è perché solo un corridore può diventare campione del mondo che non si possano giocare diverse carte.”
***
© BELGA - Jonathan Vervenne sul pavé.
“Flirt con l'autoscopa”
Wout van Aert e Franziska Koch hanno vinto la Parigi-Roubaix 2026.
Ma anche nelle retrovie i corridori hanno vissuto scene particolari in un inferno polveroso.
Come i due esordienti di Roubaix originari del Limburgo, Jonathan Vervenne e Julie Brouwers.
Che cosa hanno vissuto?
“Quando non vedevo nessuno davanti a me in lontananza,
e dietro di me solo l'autoscopa,
mi sono reso conto che stavo compiendo un'impresa senza senso”
- Jonathan Vervenne Soudal-QuickStep
14 aprile 2026 - Het Belang van Limburg
Rob Rodiers
“La mia storia era finita quando ho raggiunto il rifornimento a Solesmes (dopo 138 chilometri)”, inizia il suo racconto il neoprofessionista Jonathan Vervenne. “Prima della partenza a Compiègne, insieme a Yves Lampaert e Dries Van Gestel, avevo ricevuto l’incarico di stare al passo se fosse partita una fuga precoce. Ma a causa dell’alta velocità non ci sono riuscito. Ciononostante, ho fatto alcuni sforzi dai quali ho dovuto riprendermi per minuti nel ventre del gruppo. E poi dovevano ancora seguire i primi tratti di pavé”, sorride il corridore nativo di Riemst della Soudal Quick-Step. “Su quei primi tratti, però, ho dovuto fare i conti con una foratura. Dall'ammiraglia mi hanno chiesto di proseguire fino alla fine del terzo tratto. Là ci sarebbe stata un'auto con le ruote di scorta. Una volta arrivato là, non sono riuscito a farmi sostituire la ruota posteriore. Anche Lampaert (ruota anteriore) e Bert Van Lerberghe (sella) avevano infatti bisogno di assistenza.”
«Alla fine è comunque passata l’ammiraglia dei direttori sportivi e sono riuscito a salire sulla mia bici di riserva. Non me la sono però goduta molto. Perché sul pavé successivo sono scivolato. Una combinazione di polvere e pneumatici non ancora del tutto rodati, immagino», racconta con tono schietto. “Il vantaggio è stato che dopo ho potuto rimontare sulla mia bici originale. Lo svantaggio? Che ero indietro di minuti rispetto alla coda del gruppo. Dopo il quarto settore mi sono ritrovata su un lungo tratto. In lontananza non si vedeva nessuno davanti a me. E dietro di me vedevo solo l'autoscopa e un carro attrezzi che mi seguivano. A quel punto mi sono resa conto che stavo compiendo un’impresa senza senso. Così sono salita sul furgone dei direttori sportivi per il rifornimento.”
***
Fuori tempo
Julie Brouwers domenica ha corso la sua prima gara dopo un estenuante inverno di ciclocross. La ciclista di Ham, trasferitasi a Olmen, ha dovuto subito dare il massimo alla Parigi-Roubaix Femmes.
“Un mese fa la squadra mi ha chiesto se volessi partire a Roubaix. La mia prima reazione è stata ‘sì’. Per poi rendermi subito conto: quella gara è già tra quattro settimane. Non me ne pentirò?” sorride la nuova arrivata nella Lotto Intermarché Ladies, e che alla fine ha raggiunto il Vélodrome André Pétrieux come ultima e fuori tempo massimo.
“Non sono rientrata nei tempi? (Alzando le spalle) Sono orgogliosa e soddisfatta di essere arrivata fin qui. Perché questa esperienza non ha eguali. C’è così tanta frenesia e stress che mi sono ritrovata spesso a pensare: ‘Oh mio Dio!’. Durante una gara di ciclocross, infatti, si pedala spesso da sole. Inoltre, ora so che con le gomme da cross è molto più piacevole affrontare il pavé. Giovedì, dopo il sopralluogo, ho persino pensato per un attimo di ritirarmi. Le mani e le dita mi facevano così male che ho dovuto prendere degli antidolorifici.”
Domenica il dolore è stato alleviato dalla folla di spettatori lungo il ciglio della strada. “L’atmosfera al Carrefour de l’Arbre era semplicemente pazzesca”, ha detto Brouwers. “Mi è piaciuto tantissimo che quel tratto, a quell’ora, fosse ancora pieno zeppo di spettatori.”

Commenti
Posta un commento