WK VOETBAL - Hoe het Nederlands elftal een gouden kans op WK-succes liet glippen
Dit had voor het Nederlands elftal een toernooi kunnen zijn waar het beste van meerdere generaties samenkwam. Maar bondscoach Ronald Koeman maakte nooit een compromisloze indruk.
Goede optredens werden afgewisseld met slechte tijdens de tweede termijn van bondscoach Koeman
In een krappe persruimte kan bondscoach Koeman de kritiek wel uittekenen
1 lug 2026 - NRC
Steven Verseput en Joost Pijpker MONTERREY
Invaller Wout Weghorst ligt languit in de middencirkel. De armen voor zich uitgestrekt, het gezicht verborgen in het gras. Ontroostbaar door de vroege uitschakeling van het Nederlands elftal, na alwéér een mislukte strafschoppenserie, ditmaal tegen Marokko. Verdediger Denzel Dumfries loopt langs en legt een hand op zijn rug.
Even verderop heeft middenvelder Quinten Timber zich op handen en knieën laten vallen, hij blijft bijna een minuut zo zitten. Aanvaller Crysencio Summerville verbergt het gezicht in zijn shirt en huilt uit op de schouder van Lutsharel Geertruida – ze kennen elkaar uit Rotterdam-Zuid. Naast een van de doelpalen, voor de Oranje-aanhang, ligt doelman Bart Verbruggen. In zijn eentje, met de handschoenen voor de ogen.
Zo eindigt het WK voor het Nederlands elftal, maandagavond na een meeslepend gevecht in het Mexicaanse Monterrey. Uitgeschakeld door Marokko in de tweede ronde, nu het toernooi pas serieus begint. Terwijl het doel zoveel hoger lag. „De ambitie is wereldkampioen worden”, zei directeur topvoetbal Nigel de Jong van de KNVB begin mei in gesprek met media, waaronder NRC.
Een tweede plaats in 1974, tweede in 1978, tweede in 2010, derde in 2014. En dan: ‘2026: Oranje this is your year!’ Hoewel klein en laag bij de grond geplaatst, zijn de bordjes vanuit de spelersbus bijna niet te missen voor de Nederlandse internationals op de oprit naar het trainingscomplex in Kansas City, afgelopen weken het basiskamp.
Ze leken er zelf in te geloven – het WK winnen, spits Memphis Depay sprak het voor vertrek naar de VS hardop uit. „We weten wat we kunnen. Dat we wapens hebben, dat we altijd meedoen.”
Hoewel bondscoach Ronald Koeman terughoudender is, ziet hij ook de grote potentie. „Ik denk dat er nog 20 procent bij kan om echt dat team te zijn dat hoge ogen kan gooien op het WK”, zei hij eind vorig jaar. „De kwaliteit is er.”
Toch heeft in de tweede termijn van Koeman, sinds voorjaar 2023, nooit een stabiele, stijgende lijn gezeten. Goede optredens werden net zo makkelijk afgewisseld met slechte. Op het EK 2024 in Duitsland was het niet anders. „Die wisselvalligheid is gewoon een euvel dat nog steeds in de ploeg zit”, zei een staflid dit voorjaar tegen NRC, op voorwaarde van anonimiteit.
Wat kenmerkte deze ploeg? Hoe werkten ze afgelopen maanden? En wat was de rol van Koeman?
***
FOTO REUTERS
1 Jul 2026 - NRC
Vervolg van voorpagina
Zonder twijfel was dit het zwaarste seizoen uit Van Dijks voetballoopbaan
Geen van allen kent zo’n ongewoon pad als Summerville
1. De leider en het drama
Gefrustreerd slaat aanvoerder Virgil van Dijk zijn handen tegen elkaar, en heft ze dan naar de Mexicaanse hemel. Ze waren zo dichtbij, op deze moeizame avond in Monterrey. Een kleine twintig minuten voor tijd had Cody Gakpo Nederland op voorsprong gezet tegen Marokko. Maar bij het ingaan van de blessuretijd gaat het alsnog mis: een kopbal van Issa Diop. Van Dijk staat in de buurt, maar kan de centrale verdediger niet stoppen.
Als het Nederlands elftal deze ontmoeting al zoiets als momentum had, dan is dat nu gebroken. In de verlenging kan Oranje weinig meer uitrichten, de strafschoppenserie gaat verloren. Terwijl zijn teamgenoten het veld verlaten, staat Van Dijk nog met de handen in de zij, naar de volle maan boven het stadion te kijken. De camera’s wachten op hem, en dat moment lijkt hij te willen uitstellen.
Zonder twijfel was dit het zwaarste seizoen uit zijn voetballoopbaan. Al sinds hij vorig jaar juli het nieuws kreeg over Diogo Jota, zijn teamgenoot bij Liverpool die omkwam bij een autoongeluk, zat hij in de overlevingsstand. Sportief was het wisselvallig, mentaal uitputtend. Pas als hij eind mei, na de laatste competitiewedstrijd van Liverpool, op het gras van Anfield zit en twee teamgenoten afscheid ziet nemen, kan hij voor het eerst stilstaan bij wat hij de voorgaande maanden heeft meegemaakt. En wat dat met hem doet.
Acht dagen na dat moment meldt Van Dijk zich alweer in Zeist. Het Nederlands elftal heeft zich er verzameld voor de voorbereiding op het WK. De verdediger heeft zes dagen rust genomen, vertelt hij die middag tegen een groepje journalisten. Tijd waarin hij genoot van de momenten met zijn vrouw en vier kinderen. Waarin hij een bezoek bracht aan zijn moeder in Breda.
Hij heeft zin in het WK, zegt hij herhaaldelijk. Zes dagen waren „genoeg om te schakelen”, om zich op te laden voor nog een zomer voetbal. Tegelijkertijd realiseert hij zich dat het nog wel even tijd gaat kosten om de gebeurtenissen van het voorbije seizoen te verwerken. „Dat gaat heel zwaar worden”, zegt hij, „maar dat is voor dan. Hopelijk met die wereldbeker.”
Het is zijn laatste kans op een wereldtitel, dat durft hij met zijn bijna 35 jaar wel te voorspellen. De mogelijkheid om nog twee jaar door te gaan tot het EK in Engeland overweegt hij nog. Maar het had niet veel gescheeld of Van Dijk was in 2024 al gestopt als international, na het EK in Duitsland. Na de uitschakeling door Engeland in de halve finale was hij „gewoon op” geweest, zowel fysiek als emotioneel.
Dat hij toch anders besloot, was omdat Koeman hem kort daarop opzocht in Liverpool, met de vraag of hij tóch door wilde. Al sinds zijn eerste termijn als bondscoach leunt Koeman nadrukkelijk op Van Dijk. Hij belt de aanvoerder bij het samenstellen van de selectie, beschouwt hem als de absolute leider van de groep. Een rol waarbij Van Dijk goed gedijt. Altijd gaat hij voorop, in de spelerstunnel voor de wedstrijd, bij élke loopoefening op trainingen.
Door dat plichtsbesef ontlast hij zijn teamgenoten. „Maar misschien heeft hij wel iets te veel energie in anderen gestopt, in plaats van zichzelf”, concludeerde Koeman na het EK. Die les trok Van Dijk zelf ook. Hij moet beter leren delen. Soms kan hij taken ook delegeren aan een van de andere ervaren krachten in het team, om zichzelf te ontzien. „Ik vind dat moeilijk, maar het moet.”
Om die reden is hij blij met de terugkeer van Marten de Roon bij Oranje, na twee jaar afwezigheid. Vanwege zijn inzet op trainingen, zijn gedisciplineerde voorbereiding op wedstrijden, ongeacht of hij speelt of niet. Die instelling is volgens de aanvoerder een basisvoorwaarde voor een groep die wekenlang op hoog niveau wil presteren. Dat had hij op een bijeenkomst in maart ook duidelijk gemaakt aan een groot deel van de spelersgroep. „Als je jezelf vooropstelt, en niet het team, gaan we het heel lastig krijgen.”
En een team is Oranje, blijkt een paar weken later in Monterrey. Enkele dagen voor de wedstrijd delen Gakpo en zijn vriendin het nieuws dat hun ongeboren zoontje is overleden. Als de aanvaller na zeventig minuten Nederland op voorsprong zet, sprint het hele team, inclusief wissels, op hem af. Met de armen om elkaar geslagen vormen ze een kring om de doelpuntenmaker.
2. De sauna in
Langzaam koelt het iets af maandagavond in het benauwde Monterrey, in het noordoosten van Mexico. Het uitzicht op de top van de Cerro de la Silla, een iconische berg met vier pieken, is fenomenaal vanuit het Estadio Monterrey.
De voetbalcultuur en levendigheid in Mexico staan in contrast met het functionele, anonieme Kansas City, de stad in de Midwest van de VS die sinds woensdag 10 juni de uitvalsbasis is van
Oranje. Het trainingscomplex aan de noordrand van de metropool ligt tussen een bedrijventerrein en een snelweg, Amerikaanse trucks razen voorbij. Door het open karakter van de accommodatie lijkt het er altijd te waaien, een enkele keer gaat zelfs het tornado-alarm af – al blijkt die waarschuwing voor niets.
Anderen mogen de stad een flyover city noemen, bij Oranje zijn ze tevreden. Spelers en stafleden benadrukken dat de faciliteiten goed zijn, met name de gym en de velden. Het enthousiasme van de locals helpt ook. Voor de openbare training op de eerste dag staat een file, in de brandende zon kijken de paar honderd bezoekers naar partijtjes voetvolley. De burgemeester, Democraat Quinton Lucas, loopt opgewekt rond in een Oranjeshirt.
Om de hoek bij het spelershotel wappert een Nederlandse vlag aan een balkon. De wijk West Plaza iets ten zuiden van downtown heeft betere tijden gekend, zegt Bram Strookman, een Nederlander die al ruim tien jaar in Kansas City woont en met zijn zoontje bij het hotel komt kijken. De vorige eigenaren van een groot winkelcentrum verhoogden de huur waarna het voor veel ondernemers te duur werd, legt hij uit. Restaurants en boetieks sloten.
Desondanks vermaken de spelers zich hier goed in het Cascade Hotel, waar zij de achtste tot en met de tiende verdieping tot hun beschikking hebben. Darten, schaken en tafeltennissen doen ze op de derde, waar een speciale spelletjesruimte is ingericht. De sfeer zit er prima in, is te zien op filmpjes – iets dat de spelers ook steeds benadrukken. Een bevriend groepje spelers, onder wie Ryan Gravenberch, Crysencio Summerville en Quinten Timber, gaan met huurstepjes op avontuur in de stad.
Het basiskamp in Kansas City is meer dan alleen die vrolijkheid: de locatie speelt een sleutelrol in de WKambities van het Nederlands elftal. Door de hitte, tijdsverschillen en grote reisafstanden is het toernooi per definitie een ingewikkelde operatie. Met groepsduels in Dallas, Houston en Kansas City zit Oranje ook nog eens „middenin het warme en vochtige hart”, zoals bondsarts Edwin Goedhart het noemt.
Door een getrapte trainingsopbouw moeten spelers gaandeweg wennen aan die omstandigheden. De eerste paar dagen van de voorbereiding in Zeist zoeken ze de sauna op, om te wennen aan een verhoogde lichaamstemperatuur. Al snel vertrekken ze naar New York, waar het aanzienlijk warmer is maar de luchtvochtigheid meevalt. Vervolgens reizen ze door naar Kansas City, waar het volgens Goedhart nog een „graadje erger” is.
In de praktijk valt dat enorm mee. In Dallas (2-2 tegen Japan) en Houston (5-1 zege op Zweden) wordt in afgesloten en door airco’s gekoelde stadions gespeeld. Dat het buiten verzengend heet is krijgen de spelers nauwelijks mee. Op voorhand ziet Goedhart het derde groepsduel tegen Tunesië in Kansas City als „meest risicovol”, omdat vroeg op de avond in de buitenlucht wordt gespeeld. Maar op een relatief koele, natte avond – na waarschuwingen voor noodweer – kent Oranje een probleemloos duel (3-1 zege).
De eerste serieuze test qua extreme omstandigheden is Monterrey. Maar dat blijkt niet het grootste probleem tegen Marokko.
3. De generatieSummerville
Als invaller Wout Weghorst de bal doorkopt, is Crysencio Summerville vertrokken. Hij sprint weg bij zijn mandekker Noussair Mazraoui, neemt aan, en snelt op het doel van Marokko af. Zijn explosiviteit is een groot wapen, altijd al geweest, maar Mazraoui kan de buitenspeler nog net uit balans brengen. In zijn val slaagt Summerville erin zijn teen tegen de bal te zetten, die zo bij teamgenoot Cody Gakpo eindigt: 1-0.
Voor drie van zijn teamgenoten komen zulke acties dan allang niet meer als een verrassing. Zij kennen Summerville (24) al jaren en weten hoeveel dreiging van hem kan uitgaan. In 2018 waren ze al eens succesvol in het shirt van Oranje, en wonnen ze het EK onder-17. Een foto uit die tijd toont een groep uitzinnige tieners: op de tweede rij Ryan Gravenberch en Quinten Timber, en vooraan Brian Brobbey en Summerville. Die laatste is zo veel kleiner, dat hij zelfs op zijn tenen nauwelijks een arm over Brobbey’s schouders heen kan slaan.
Wat ze die voorjaarsavond niet kunnen weten, is dat ze acht jaar later opnieuw een oproep van de bondscoach ontvangen, ditmaal voor het ‘grote’ Oranje. Dat het WK van 2026 in NoordAmerika het toernooi wordt waarop hun lichting de belofte van dat jeugdEK definitief inlost. Ook aanwezig op dat toernooi, maar niet in de selectie van bondscoach Ronald Koeman: Timbers tweelingbroer Jurriën. Hij moet vlak voor het WK in Noord-Amerika geblesseerd afhaken.
Toch is dat toernooi, in het Britse stadje Rotherham, niet de plek waar hun onderlinge band ontstaat. Ze kennen elkaar dan al jaren, zegt Mees Bakker, een van de doelmannen in de kampioensploeg. Wie talentvol is, komt zijn leeftijdsgenoten van andere clubs al op jonge leeftijd „elke maand wel een keer tegen”, in een competitiewedstrijd of op een clubtoernooi, zegt hij. Het maakt dat de groep meteen vertrouwd voelt, als ze in mei 2018 bij elkaar komen.
De „Timber-boys”, zoals Art Langeler
ze noemt, zijn in dat clubje de voortrekkers. In de eerste plaats fysiek, aldus Langeler, die als directeur voetbalontwikkeling van de KNVB het toernooi bijwoonde. Ondanks hun leeftijd zijn de broers „bijna-volwassen kerels”. Vanuit de jeugdopleiding van Ajax kennen ze Gravenberch en Brobbey, die een leeftijdsgroep lager spelen, maar mee mogen omdat hun potentie opvalt.
De Timbers vormen óók de brug naar een andere club die dat toernooi veel spelers levert: Feyenoord. Voor ze naar Ajax gingen speelde de tweeling daar tot hun dertiende in de jeugdopleiding. Zo kennen ze ook Summerville. „We zijn daar begonnen toen we acht of negen waren,” zei die erover na het eerste groepsduel van dit WK. „Hun moeder noem ik ook moeder: het is een heel hechte band.”
Hun dagen in Rotherham kennen een vergelijkbaar patroon. Ruim twee weken is het: trainen in de ochtend, lunch, en dan een paar uurtjes vrij. Daarin doen ze regelmatig iets in groepsverband. Computerspel Fortnite is populair, het kaartspel Liegen eveneens. De broertjes Timber tonen zich ook op sociaal vlak de aanjager, ziet Bakker. Gravenberch en Brobbey treden minder op de voorgrond, net als Summerville. „Maar als hij zich eenmaal comfortabel voelde, kon hij ook wel druk zijn.”
Sportief valt er weinig te klagen. Oranje wint dat toernooi in 2018 alles, al gebeurt dat in de laatste duels pas na strafschoppen. Plots gaan hun namen het continent over, putten Nederlandse voetbalfans hoop uit hun titel, in een periode waarin het volwassen Oranje verzaakt. Tegelijkertijd zijn ze ook gewoon nog „knaapjes van zestien”, zegt Langeler. Sommigen van hen, onder wie Summerville, moeten tijdens het toernooi leren voor hun eindexamens.
Voor sommige spelers in het elftal zal de Europese jeugdtitel het hoogtepunt uit hun loopbaan blijven. De ene carrière knakt, de andere bloeit op. Gravenberch is de eerste die debuteert in Oranje, maar verdwijnt ook weer uit beeld als zijn loopbaan bij Bayern München hapert. Jurriën Timber is de eerste die meedoet op een groot eindtoernooi: hij is meermaals basisspeler op het WK in Qatar.
Geen van allen kent zo’n ongewoon pad als Summerville, die na een kleedkamerruzie op een zijspoor belandt bij Feyenoord. Hij wordt verhuurd aan FC Dordrecht en ADO Den Haag, en vervolgens verkocht aan Leeds United. Pas als speler van West Ham komt hij, kort voor het WK 2026, in beeld bij bondscoach Ronald Koeman. Voor de meeste Nederlanders is hij de grote onbekende in de groep.
Lang duurt dat niet. Al in het eerste WK-duel tegen Japan is Summerville bepalend, hij maakt 2-1. Aangever van het doelpunt is Gravenberch, inmiddels niet meer weg te denken van het middenveld. Een paar dagen later, tegen Zweden, staat de nog altijd kleine Summerville aan de basis van twee doelpunten, en maakt hij zelf 5-1. Samen met Brobbey, die in dat duel twee keer scoort, is hij dan al de sensatie van het elftal.
Voor zijn zelfvertrouwen heeft Summerville dat niet meer nodig. Een paar dagen voor zijn debuut, in het laatste oefenduel in Nederland tegen Algerije, ontbloot hij zijn linkerarm voor de televisiecamera’s. Daarop prijkt een tatoeage van twee leeuwen, onderaan een welp, bovenaan een volwassen versie. Symbolisch voor de ontwikkeling die hij, maar ook zijn generatiegenoten in het elftal, hebben doorgemaakt. Ooit was hij die „kleine jongen”, zegt Summerville. Inmiddels ziet hij zichzelf als een „grote leeuw”.
4. Het probleemdossier
Memphis Depay zoekt als een van de eersten de reservebank op, maandag vroeg op de avond in Estadio Monterrey. Waar hij voorheen vaak het middelpunt was, begint het inmiddels een vertrouwd beeld te worden dat de topscorer aller tijden – 55 goals in 112 interlands – een bijrol heeft in het Nederlands elftal.
„Dan lijkt het toch weer alsof ik binnenkom als mankepoot”, zegt Depay begin juni in Zeist tegen NRC en andere media, een dag nadat Oranje de voorbereiding is begonnen. Hij is net terug van een spierblessure in zijn rechterdijbeen, zijn zoveelste kwetsuur in de afgelopen jaren. Maar Depay heeft kort ervoor zijn rentree gemaakt bij zijn Braziliaanse club Corinthians. Dat is voldoende voor Koeman om hem te selecteren.
Daarmee is zijn probleemdossier – de spitspositie – nog niet opgelost. Depay ziet hij weliswaar als zijn onbetwiste aanvalsleider, maar dan moet hij wel topfit zijn. En dat is Depay niet. Toch hoopt Koeman dat hij zijn ritme kan vinden door trainingen en twee oefenduels. „Ik geloof dat hij nog steeds van meerwaarde kan zijn.”
Vooralsnog kiest hij voor de snelle, gevaarlijke Donyell Malen, de aanvaller in vorm van AS Roma: die begint in het uitzwaaiduel tegen Algerije als centrumspits. Met het de wankele fysiek van Depay, ligt deze positie voor het grijpen voor Malen. Erg succesvol is hij nooit geweest bij Oranje. En ook nu kan hij niet overtuigen, Malen mist grote mogelijkheden. „Misschien had Memphis wel twee goals gemaakt als hij die kansen had gehad”, zegt Koeman. Het illustreert dat hij Depay nog niet kan loslaten.
Een onderbelicht detail die avond in de Kuip is de beperkte rol van Brian Brobbey. Die komt twee minuten voor tijd in het veld en lijkt in de hiërarchie de derde of vierde spits. Dus achter Malen, Depay en – afhankelijk van de stand – ‘pinchhitter’ Wout Weghorst. Die krijgen meer speeltijd.
Dat past in een patroon. Koeman heeft nooit de indruk gewekt veel vertrouwen in Brobbey te hebben. In het verleden sprak hij zich kritisch uit over zijn fitheid, balaannames en afwerking. Hij liet Brobbey maar twee minuten spelen op het EK 2024 en gaf hem tot deze zomer nooit twee duels op rij de kans als basisspeler.
Koeman blijft hopen op een opleving van Depay. Hij brengt hem halverwege de tweede helft in het eerste WK-duel tegen Japan. In de zesde minuut van de blessuretijd valt zijn gebrek aan handelingssnelheid op. Hij wordt in het strafschopgebied aangespeeld met zijn rug naar de goal en een tegenstander in de rug. Depay controleert en heeft afspeelopties, maar omdat het veel te lang duurt, kruipt de verdediger uit zijn rug en tikt de bal weg. Zo gaat het slotoffensief van Oranje verloren.
Ook Malen zit er niet lekker in. Wat niet helpt is dat Koeman in de media herhaaldelijk de nadruk legt op het missen van kansen – met name door Malen. Op zijn eerste persconferentie op het basiskamp in Kansas City zegt Koeman dat hij zal „wisselen” wanneer het rendement van de aanvallers niet beter wordt.
Bij een oefening twee dagen voor het groepsduel tegen Zweden dribbelen spelers vrolijk door elkaar in de middencirkel, en passen links en rechts. Malen lijkt in zichzelf gekeerd. Hij coacht niet, passt nauwelijks, sjokt wat. „Héé Malen!”, roept Denzel Dumfries enthousiast, waarop Malen de bal zachtjes combineert. Om dan weer passief voor zich uit te kijken.
Hij oogt ook terneergeslagen de dag na de 5-1 zege op Zweden. In dat duel laat Brobbey, die verrassend begint als spits met Malen als rechteraanvaller, zijn enorme potentie zien. Hij doet wat Malen in de duels ervoor heeft nagelaten – twee keer scoort Brobbey op fraaie wijze. Koeman spreekt op de training even met Malen, die dan lang in zijn eentje op een koelbox zit. Koeman heeft met Brobbey eindelijk zijn WKspits, maar heeft nu ook een speler die zijn goede vorm lijkt te zijn verloren.
Tegen Marokko loopt Malen lang warm, maar speelt geen minuut. En Depay? Ook hij blijft op de bank.
5. Het afscheid
Tegen tien uur loopt Ronald Koeman langs zijn spelers – een groot deel staat nog in de middencirkel na de strafschoppenserie. Hij geeft de ontredderde Justin Kluivert, die zijn penalty op de paal schoot, een knuffel. Er zijn korte handshakes voor Gakpo, Dumfries, Malen. Geëmotioneerde spelers die al getroost worden door een ploeggenoot laat hij even – zoals Quinten Timber.
De uitschakeling door Marokko is ontegenzeggelijk zijn dieptepunt als bondscoach, na zes jaar in deze rol (2018-2020 en van 2023 tot nu). Hij oogt vermoeid, in een krappe persruimte onder in het Estadio Monterrey. De kritiek kan hij wel uittekenen. Dat hij voor een te behoudende tactiek koos, met vijf verdedigers. Dat hij zich te veel aanpaste aan Marokko. Dat Oranje door een dramatische serie wéér faalt met strafschoppen.
Als de goal van Marokko in blessuretijd niet was gevallen, „dan krijg ik de complimenten”, zegt hij. „Nu word ik denk ik redelijk afgemaakt, op basis van dat ik voor vijf verdedigers kies.” Die kritiek is er niet alleen in Nederland. Ook oud-topspelers Zlatan Ibrahimovic („Dit is niet de Nederlandse identiteit en dat maakt me boos)” en Thierry Henry („Eén team is gekomen om te winnen, het ander om niet te verliezen”) oordelen hard.
Het had een toernooi kunnen zijn waar het beste van meerdere generaties samenkwam. Met de ervaren Van Dijk, Nathan Aké, Depay, Frenkie de Jong die bij hun clubs nog op topniveau spelen, terwijl een jonge opkomende lichting zich dit toernooi heeft laten zien: Summerville, Brobbey, Gravenberch.
Het had ook een toernooi kunnen zijn waar Koeman op zijn 63ste nog een keer piekte met een spelersgroep die hij zo goed kent. Maar hij maakte nooit een compromisloze indruk in de aanloop naar dit WK.
Hij gaf spelers na het seizoen een week rust, toen andere landen al begonnen met hun WK-voorbereiding. Hij voegde geen specialist standaardsituaties toe aan zijn staf (een expert helpt alleen op de achtergrond), waar onder meer Portugal en Engeland wel een aparte coach hebben voor spelhervattingen. Het nemen van strafschoppen, al decennia de zwakke plek van Oranje op eindtoernooien, pakte hij niet planmatig aan: zijn basisargument is dat de spanning van het moment niet te trainen is en dat een speler een „vaste trap” moet oefenen.
Een pijnlijke avond in Monterrey vormde waarschijnlijk het einde van de bondscoach Koeman, een icoon van het Nederlands voetbal. Zijn contract loopt na het WK af, de verwachting is dat hij stopt. „Ik ga rustig nadenken over mijn toekomst.” Daar begint hij dinsdag mee, zei hij erbij.
***
Verantwoording
Over dit artikel
Dit artikel is gebaseerd op gesprekken met spelers, stafleden en KNVB-bestuurders, plus persconferenties en observaties rond wedstrijden en trainingen. NRC sprak onder anderen met bondscoach Ronald Koeman, Virgil van Dijk, Frenkie de Jong, Cody Gakpo, Memphis Depay en Crysencio Summerville.
Commenti
Posta un commento