WK VOETBAL - In de VS zweeft het voetbal tussen stagnatie en krimp


AFP Het nationale team van de Verenigde Staten voor de 
vriendschappelijke wedstrijd tegen Duitsland, afgelopen zaterdag in Chicago.

Steeds meer kijkers, steeds meer geld. Toch zijn er de afgelopen jaren steeds minder voetballers in de VS. Hoe kan dat?

«Ouders betalen duizenden dollars om vervolgens 
langs het veld in een campingstoel te zitten»
   - Rick Cost Amerikaanse voetbalbond

10 Jun 2026 - NRC
Mark Lievisse Adriaanse 

NEW JERSEY - Op een koude zaterdagochtend rennen zo ver het oog reikt kinderen achter een bal aan. Pittsgrove Township Soccer, een enorme vlakte in de westelijke uithoek van de Amerikaanse staat New Jersey, beslaat ruim twintig voetbalvelden. Jongetjes tussen pakweg zes en tien jaar oud die worden vanaf de zijlijn aangemoedigd door ouders op campingstoeltjes.

Het lijkt een perfecte voetbalochtend. Maar als Connor Robick (29) over de parkeerplaats loopt, schudt hij zijn hoofd. De directeur van voetbalclub Inter Philadelphia FC heeft zelf zo’n drie kwartier moeten rijden om zijn jeugdteams hier te zien voetballen – valt mee. Maar op de parkeerplaats ziet hij de auto’s van een team uit Connecticut. „Die ouders hebben een dag gereden zodat hun kinderen hier kunnen voetballen”, zegt hij. „De benzine, de hotels, het eten, een dag vrij moeten nemen om hierheen te rijden: it adds up, man.” Ouders zijn, weet hij, tijdens zo’n weekend zomaar ruim duizend dollar kwijt.

Het is illustratief voor het voetbal in de Verenigde Staten. De organisatie, voor wie de sport toegankelijk is en voor wie niet, hoe talent ontwikkeld wordt en de routes richting profvoetbal: het Amerikaanse voetbal verschilt drastisch van dat in elk ander land.

Aan de vooravond van WK zijn er over de ontwikkeling van voetbal in de Verenigde Staten twee verhalen te vertellen: voetbal als een sport om naar te kijken en als sport om zelf te spelen. Het ene is een verhaal over groei. Amerika, schreef The Economist eind vorig jaar, „is nu de grootste voetbalmarkt ter wereld”. Er wordt inmiddels meer geld betaald voor de uitzendrechten van de vier grootste Europese competities dan voor het oer-Amerikaanse honkbal.

Het aantal Amerikanen dat buitenlandse voetbalwedstrijden keek groeide tussen 2018 en 2024 van 31 naar 50 miljoen. Na American football en basketbal is voetbal nu de populairste sport onder Amerikanen, bleek uit een onderzoek waar The Economist over schreef. Voetbal is volgens die data zelfs nipt populairder dan honkbal. Ook de populariteit en het niveau van de Major League Soccer (MLS), de grootste competitie van het land, groeit – mede dankzij de komst van Lionel Messi naar Inter Miami.

Stagnatie en krimp

Maar het verhaal over de sport zelf, over wie er speelt en wie niet, zweeft tussen stagnatie en krimp. Na decennia waarin, aangejaagd door het WK dat in 1994 werd gehouden en de MLS die twee jaar later werd opgericht, steeds meer kinderen gingen voetballen, haken de laatste jaren kinderen juist af. Het aantal voetballertjes tussen zes en twaalf jaar oud nam tussen 2018 en 2023 af met ruim vijf procent, naar 2,1 miljoen, blijkt uit cijfers van het Aspen Institute. Onder oudere kinderen bedroeg de daling zelfs 6 procent. In totaal staan bij voetbalbond US Soccer zo’n vier miljoen Amerikanen geregistreerd als voetballer – naar schatting drie keer zoveel anderen spelen wel eens in parkjes.

En hoewel het Amerikaanse vrouwenvoetbal al jaren tot de top van de wereld behoort blijven de mannen ver achter bij landen als Brazilië, Duitsland en Frankrijk. In de moderne voetbalgeschiedenis reikten ze nooit verder dan de kwartfinale (2002).

Geen WK-deelnemer heeft zóveel inwoners als de VS (circa 350 miljoen), maar wereldsterren bracht het land nog niet voort. Sterspeler van dit team is de 27-jarige aanvaller Christian Pulisic van AC Milan. Ook van oud-PSV’er Malik Tillman (nu Bayer Leverkussen) en Timothy Weah (Olympique Marseille) wordt veel verwacht. Veel andere internationals spelen ofwel in eigen land, of in teams die in Europese competities tot de middenmoot behoren. Aanvoerder is de 38-jarige Tim Ream, die vooral furore maakte op het tweede niveau in Engeland.

En hoewel de verwachtingen in eigen land groot zijn, verloopt de voorbereiding op het toernooi wisselvallig. Dit jaar verloren de Amerikanen oefenwedstrijden van België, Portugal en, afgelopen weekend, Duitsland. Alleen van Senegal werd nipt gewonnen.

Waarom stagneert de ontwikkeling van het voetbal in de Verenigde Staten? Het antwoord op die vraag is op een zaterdag in november te vinden op velden in New Jersey en Philadelphia.

Pay-to-play

Rick Cost heeft jarenlange ervaring als performance coach in het tophockey en bij Feyenoord als hij in de zomer van 2021 bij de Amerikaanse voetbalbond aan de slag gaat als performance-directeur. Hij merkt direct een groot verschil: was hij voorheen gewend aan schaarste, hier kan álles.

Neem het WK in Qatar in een jaar later. De bond investeert zeker een miljoen dollar in apparatuur om het Amerikaanse team een paar procent beter te doen presteren, zegt Cost via Teams – hij werkt tegenwoordig voor Olympique Lyon. Zo bouwt zijn werkgever in het spelershotel een cryokamer, een soort omgebouwde sauna met extreem lage temperaturen die het herstel na wedstrijden moet bevorderen. Ook worden er speciale matrassen ingevlogen. „Alles was op wereldniveau geregeld.”


AFP - Oud-PSV’er Malik Tillman (rechts) in het shirt van de VS, 
tijdens de met 2-1 verloren oefenwedstrijd tegen Duitsland, afgelopen zaterdag.

Het contrast met de lokale voetbalclub nabij Chicago waar hij zijn eigen kinderen heeft aangemeld is groot. Daar, zegt hij, „speelden ze op een weiland waar de madeliefjes groeiden en toevallig wat doeltjes waren neergezet”. Een kantine is er niet, er staan alleen wat portocabins met wc’s. Spelers worden er niet ingedeeld op niveau, maar gewoon bij elkaar gezet. Tegelijkertijd is de contributie heel hoog. „Ouders betalen duizenden dollars om hun kind op voetbal te krijgen en gaan vervolgens in een campingstoel langs het veld zitten, denkende dat hun kind de volgende Messi wordt.”

Waar de contributie voor jeugdvoetballers in Nederland doorgaans zo tussen de 150 en 250 euro per seizoen kost, betalen Amerikaanse ouders duizenden euro’s meer. Hoeveel precies hangt af van het aantal uren dat hun kind voetbalt. Wie meer betaalt, voetbalt meer.

Dat ‘pay-to-play’-systeem is de basis van het Amerikaanse jeugdvoetbal – en het leidt al jaren tot kritiek. Hoewel clubs als Inter Philly beurzen geven aan kinderen zonder rijke ouders, blijft de sport vooral toegankelijk voor kinderen uit welvarendere gezinnen. De brede, toegankelijke basis van een volkssport, van kinderen die op straat beginnen met voetballen, zich eenvoudig kunnen aansluiten bij een club en, als ze goed zijn, uiteindelijk doorstromen naar de top, ontbreekt.

Het verklaart volgens Tim Howard, die 121 wedstrijden voor het nationale team keepte, waarom de VS nooit een WK wonnen of wereldster voortbrachten, zei hij eerder tegen de Amerikaanse sportwebsite The Athletic: „Zo lang we mensen blijven uitsluiten op sociaaleconomische gronden, zal dat nooit gebeuren.” Voetbal, zei toptrainer Jürgen Klopp, is in de Verenigde Staten „zoals tennis vijftig jaar geleden was: een sport voor de rijken.” Het systeem, erkent ook voetbaldirecteur Robick uit Philadelphia, „werkt niet”.

Maar waarom is het Amerikaanse voetbal zoveel duurder? „Het is complex”, zegt Inter Philly-directeur Robick. Dat begint met de enorme lappendeken die het Amerikaanse voetbal vormt. Er is weliswaar één landelijke voetbalbond, de USSF, maar die ontbeert de autoriteit die bijvoorbeeld de KNVB in Nederland heeft. Om twee redenen: er zijn tal van regionale bonden en er is niet één, door de bond aangestuurde competitiestructuur. Een voetbalpiramide met bovenin een competitie als de Eredivisie, Premier League of Bundesliga ontbreekt.

Er is de professionele competitie Major League Soccer, een aparte organisatie die sinds enkele jaren ook jeugdcompetities organiseert. Maar parallel daaraan bestaan nóg twee proforganisaties, die elk hun eigen competities organiseren. Door USSF worden die weliswaar als lagere divisies aangemerkt, maar teams kunnen niet naar de MLS promoveren. Om het nog ingewikkelder te maken: één van die organisaties ontwikkelt nu een aparte competitie die gelijkwaardig moet worden aan de MLS, mét promotie en degradatie. Het is alsof er naast de Eredivisie een parallelle topdivisie wordt opgezet.

Het jeugdvoetbal is nóg complexer georganiseerd. In totaal, schat Robick, komen de 53 jeugdteams van Inter Philadelphia uit in minstens vijftien verschillende competitiestructuren. Die beslaan geen volledig seizoen, maar geregeld slechts een paar weekenden. En teams worden niet op niveau ingedeeld; ook hier ontbreekt een piramide.

Het is daarom elk jaar weer een gok voor welke competities hij zijn teams inschrijft, zegt hij.

Achter die verschillende competities zitten aparte, commerciële voetbalbedrijven met goedbetaald personeel. En dus vragen ze veel geld om teams te laten voetballen: deelname aan een competitie van pak ‘m beet acht weekenden kost al gauw zo’n duizend euro per team, plus kosten om spelers te registreren en te verzekeren (enkele tientjes), voor scheidsrechters (al snel zo’n honderd dollar per wedstrijd), voor de huur van velden (een goed veld in Philadelphia kost zo’n 175 dollar per uur) en om de part-time jeugdtrainers te betalen – die bij Inter Philly verdienen tussen de5.000 en 15.000 dollar per jaar.

Daar komt bij: het heeft prestige om in een ‘traveling team’ te spelen, zegt Rick Cost. Zulke teams reizen naar andere staten om wedstrijden te spelen. Die competities bestaan niet zozeer om de beste spelers uit verschillende staten tegen elkaar te laten spelen, maar vooral om geld te verdienen voor de clubs en competitiebedrijven. De reisen verblijfskosten, al gauw duizend dollar per trip, moeten de ouders zelf betalen. Cost: „Het slaat natuurlijk nergens op dat tienjarigen honderden kilometers moeten reizen voor een voetbalwedstrijd.”

Natuurlijk, erkent Robick, zou het veel logischer zijn om voetbal goedkoper te maken en de beste jeugdvoetballers van Philadelphia in één competitie te laten spelen. „Maar omdat het de gewoonte is dat alles geld moet kosten, kost alles geld”, zegt Robick.

Geen percentage op transfersommen Dat is moeilijk te hervormen, denkt hij. „Geloof ik in het systeem van jeugdvoetbal in dit land? Niet echt. Maar ik ben er onderdeel van. Kan ik er iets aan veranderen? Waarschijnlijk niet. Alleen de powers that be kunnen dat.”

Het zou bijvoorbeeld helpen, denkt hij, als de jeugdclubs, net als in Europa, zogeheten opleidingsvergoedingen ontvangen, een klein percentage van de transfersom als profspelers een transfer maken. „Maar de Amerikaanse club die Pulisic opleidde kreeg niks toen hij voor 70 miljoen euro naar Chelsea ging.”

Een paar uur na het jeugdvoetbal in New Jersey wint het nationale team van de VS met moeite een oefenduel van Paraguay: 2-1. In het gierend koude stadion nabij Philadelphia kijkt de internationaal gelauwerde bondscoach Mauricio Pochettino tevreden terug. Hij looft de „vechtlust” van het team. Na een moeizame start begint het team in vorm te raken, concluderen analisten in de perszaal tevreden.

„We staan er goed voor”, zegt ook PSV-speler Sergiño Dest in de catacomben. „Het motiveert ons dat het WK hier gehouden wordt. Als we het tegen goede landen kunnen laten zien, geeft dat de Amerikaanse kinderen hoop.” Dest werd in Nederland geboren als kind van een Surinaams-Amerikaanse vader. Het grootste verschil tussen beide landen: „In Nederland loop je gewoon even naar buiten en heb je een straatvoetbalveldje. Hier is dat niet zo. Maar als we goed presteren op het WK groeit het voetbal hopelijk verder.” Komende zaterdag treffen de Amerikanen Paraguay opnieuw, in hun eerste groepswedstrijd van het WK.

„Voetbal begint thuis”, zei jeugddirecteur Robick eerder op de dag. De club voorziet op trainingsdagen niet in ballen voor de jongste teams, die moeten de spelers of hun ouders zelf kopen. De reden: „Anders zouden de meeste van onze voetballers thuis geen bal hebben. We willen de voetbalcultuur achter de voordeur krijgen.”

Commenti

Post popolari in questo blog

I 100 cattivi del calcio

Echoes' Cycling Biography #4: Jean-Pierre Monseré

Elite 24: Rucker Park legends