Ontspannen en met de status van topcoach bouwt Van Bommel aan een jonger en aanvallend België
In Nederland liep zijn loopbaan als trainer vlot spaak, maar in België heeft bondscoach Mark van Bommel veel krediet – óók na de nederlaag tegen Frankrijk. „Het zag er wel aardig uit toch, wat we aan het doen waren?”
Als er al bedenkingen zijn over Van Bommel,
dan met name bij Franstalige journalisten,
omdat hij niet of nauwelijks Frans spreekt
30 Sep 2026 - NRC
Joost Pijpker
Op de avond waarop hij zich presenteert aan de Belgische natie kan weinig Mark van Bommel ontregelen. Met de handen losjes in de broekzakken staat hij langs zijlijn, in het Brusselse Koning Boudewijnstadion, bij zijn thuisdebuut als bondscoach van het Belgische voetbalelftal. Heel soms wrijft hij even aan zijn kin, of draait hij zich naar zijn assistenten. Maar grote delen van de wedstrijd kijkt hij roerloos toe, alsof hij op een strand uitkijkt over zee.
Geen spoor van emotie, als het grote Franse talent Désiré Doué na tien minuten drie man uitkapt en de lat raakt. Evenmin wanneer zijn sterspeler Kevin De Bruyne vlak voor het eigen doel een aanname verprutst. Het is een houding die zelfvertrouwen uitstraalt. Alsof hij het gewend is hier te staan, met het Atomium op de achtergrond. Het op te nemen tegen Frankrijk, een ploeg die uitpuilt van het talent en afgelopen zomer lang favoriet leek voor de wereldtitel.
Zo’n zes weken is Van Bommel (49) nu in functie, voor het eerst aan het hoofd van een nationaal voetbalelftal. Na het WK van afgelopen zomer, waarin België de kwartfinale bereikte, werd de Nederlandse oud-voetballer aangekondigd als opvolger van de Fransman Rudi Garcia. Een aanbod waarover hij geen moment twijfelde, vertelde Van Bommel begin augustus bij zijn presentatie aan de Belgische pers. In tegenstelling tot alle andere banen waarvoor hij in de twee voorgaande, werkloze jaren was gepolst.
Het was een aanstelling die veel aandacht kreeg – in België, maar zeker ook in Nederland. Een relatief onervaren coach, die nooit een serieuze topclub trainde, en nu opeens leiding gaf aan een nationaal elftal uit de top-10 van het mondiale voetbal. Die in zijn thuisland door het grote publiek vooral werd herinnerd om zijn kortstondige avontuur bij PSV, zijn eerste baan als hoofdtrainer. Zijn voornaamste ervaring op dat moment: betrekkingen als assistent-bondscoach bij Saoedi-Arabië en Australië, beide keren onder schoonvader Bert van Marwijk.
Bemoeizucht
Van Bommel kende er wisselend succes. Zijn eerste twaalf wedstrijden bij PSV won hij, in het najaar van 2018, in de Eredivisie nog altijd een record voor een debuterend coach. Maar lang duurde het niet voordat hij ter discussie stond. Eerst onder collega’s, vanwege zijn bemoeizucht met het werk van anderen. Met name de (para-)medische staf had het gevoel dat de nieuwe trainer voortdurend hun oordelen in twijfel trok, tekende NRC later op. Het leverde hem intern de bijnaam ‘dokter Van Bommel’ op.
Niet veel later verloren ook de fans en de clubleiding vertrouwen in het clubicoon, omdat Van Bommel zijn tweede seizoen sportief aanzienlijk minder goed begon dan het eerste. Nog voor de Kerst werd hij ontslagen – tot zijn grote verrassing en teleurstelling, vertelde hij later in gesprek met De Telegraaf.
Bij het Duitse VfL Wolfsburg kreeg hij een kans zich te revancheren, maar ook daar werd hij ontslagen vanwege de zwakke sportieve prestaties, na dertien wedstrijden al. De critici hadden toen hun vonnis klaar. „Ik vind hem niet zo veel inhoud hebben”, oordeelde voormalig bondscoach Marco van Basten bij Ziggo Sport. Bij het programma Studio Voetbal meende Ibrahim Afellay, die bij PSV nog onder Van Bommel speelde, dat de trainer zijn ideeën „niet goed kon overbrengen”.
‘Ontspannen en leuk’
In België bestaat nochtans een heel ander beeld van de trainer Van Bommel, vertelt Pieter-Jan Calcoen, chef sport van Het Nieuwsblad, maandag in afwachting van de aftrap. „Het gevoel dat hier leeft, is waanzinnig positief.” Dat bleek al bij de aankondiging van zijn komst, toen Belgische media Van Bommel roemden als „tactisch sterk” (Sporza) en een uitstekende „people manager ”( Het Laatste Nieuws). Voor de Rode Duivels gold hij als topkandidaat.
Het heeft alles te maken met zijn vorige baan als hoofdtrainer, bij Royal Antwerp FC, zegt Calcoen. Daar won Van Bommel – die zich verwant voelt met België omdat hij vijf kilometer van de grens opgroeide – in zijn debuutseizoen 2022/23 meteen de beker én de landstitel. Dat laatste was voor de club op dat moment al 66 jaar geleden. „En: hij had op dat moment echt niet de beste ploeg van de competitie. Het was miraculeus.” Zijn collega Ludo Vandewalle valt hem bij: „Ze droegen hem daar echt op handen.”
Er was dan ook verbazing in België dat Van Bommel niet is gepolst door de KNVB om bondscoach van Oranje te worden. Als er in België al bedenkingen zijn, dan met name bij het Franstalige journaille, zegt Vandewalle, omdat Van Bommel niet of nauwelijks Frans spreekt. Garcia sprak daarentegen amper Nederlands, „en dat was nooit een thema”.
De voertaal is nu dan ook Nederlands, tijdens persconferenties, maar ook in de kleedkamer, bleek uit filmpjes die de Belgische voetbalbond op sociale media deelde. Voor Waalse spelers vormt dat geen belemmering, verzekerde Van Bommel deze week. Zijn assistenten Boudewijn Zenden en Maarten Martens spreken immers vloeiend Frans.
De wisseling van taal is niet het enige verschil met voorganger Garcia, ziet Calcoen. In ontmoetingen met de pers presenteert Van Bommel zich als „ontspannen” en „leuk”. Hij lacht veel, geeft uitgebreid antwoord, terwijl Garcia in persmomenten regelmatig fel van zich afbeet en de confrontatie zocht.
En waar de Rode Duivels onder de Fransman vaak het verwijt kreeg dat een duidelijke voetbalvisie ontbrak, is Van Bommel zeer uitgesproken. Onder hem speelt België in principe 4-3-3, herhaalde hij vorige week, en moeten zijn spelers net zo veel voldoening halen uit een mooie actie richting doel als uit een fel duel in een poging de bal te heroveren. „Het zou mooi zijn als jullie na een paar wedstrijden opvalt: daar zit een plan in.”
Rotschop
In zijn eerste serieuze test, het uitduel van vrijdag tegen Italië in de Nations League (0-2), bood die aanpak voldoende om hoopvol over te zijn. België speelde dwingend en energiek: overrompelend in de aanval, vol overgave in de verdediging. „Zo wil ik elke wedstrijd spelen”, benadrukte hij aan de vooravond van de ontmoeting met Frankrijk.
Tegelijkertijd is het nog zoeken naar balans, in een elftal dat nog in volop aanbouw is. België bevindt zich ook op een kantelpunt: aan de ene kant heeft Van Bommel te maken met de restanten van de ‘Gouden Generatie’, die op het WK van 2018 kandidaat leek voor de wereldtitel. Maar in hoeverre zijn de sterspelers van weleer nog van waarde, in de nadagen van hun loopbaan? En hoezeer kan de nieuwe lichting talenten, onder wie (nu geblesseerde) Jérémy Doku en Mika Godts, de ploeg al dragen?
Tegen Frankrijk staan er nog twee van die veteranen op het veld: Kevin De Bruyne en Youri Tielemans vormen met de talentvolle Roméo Lavia het middenveld. Voor topscorer Romelu Lukaku ziet Van Bommel voorlopig vooral een rol weggelegd als invaller. Middenvelder Axel Witsel (37) en verdediger Thomas Meunier (35) selecteerde hij niet. Meunier toonde zich volgens de bondscoach strijdbaar – „dat vond ik wel mooi” – Witsel kondigde daarop zijn afscheid aan.
In zijn kennismakingsduel met de Belgische fans blijkt voetballen zoals tegen Italië echter een onhaalbare ambitie. Vrijwel onbewogen ziet Van Bommel vanaf de zijlijn aan hoe het elftal van Zinédine Zidane, dat voor een groot deel bestaat uit tweede keuzes, grote delen van de wedstrijd het tempo dicteert en kans na kans creëert. De enige keren dat Van Bommel van zijn plek stapt is als hij zich naar zijn assistenten draait, of naar de vierde man loopt om zijn beklag te doen over de scheidsrechter – een neiging die hij als voetballer ook zelden kon onderdrukken.
Toch oogt België zelden overrompeld door het snelle Franse positiespel, en blijft het vertrouwen op de eigen kracht: een snelle uitbraak via vleugelspelers Godts en Diego Moreira. Tot laat in de wedstrijd lijkt een goed resultaat mogelijk, totdat de Franse vleugelaanvaller Michael Olise een prachtig doelpunt maakt na een solo van tientallen meters. Het is een van de weinige momenten dat Van Bommel emotie toont: gefrustreerd gooit hij iets denkbeeldigs naar de grond. Even verderop geeft een zichtbaar opgeluchte Zidane een van de reserveballen een rotschop.
De teleurstelling is zichtbaar, als Van Bommel zich even later meldt bij de pers. Maar er is ook veel om op „voort te borduren”: nog maar tien dagen eerder zagen zijn spelers en hij elkaar voor het eerst, dus het is misschien ook nog te vroeg voor de finesses die het verschil maken in het topvoetbal. Maar hij zag de „bereidheid” en het „plezier”, zowel in de zoektocht naar een gaatje in de Franse verdediging als bij het veroveren van ballen. Een groep die tegen een betere tegenstander bleef vasthouden aan het afgesproken plan. Voorzichtig verschijnt er een grijns op zijn gezicht. „Het zag er wel aardig uit toch, wat we aan het doen waren?”
Commenti
Posta un commento