WK VOETBAL - Nieuwe regels tegen tijdrekken leiden tot kortere blessuretijd


FOTO AFP - De Belgische middenvelder Kevin De Bruyne 
was snel weer de oude toen bleek dat het spel gewoon doorging.

Sinds de jaren 70 bevat een wedstrijd door tijdrekken elk WK minder voetbal. In Qatar bewoog de bal gemiddeld bijna drie kwartier niet. Een tijdlimiet voor wissels, inworpen en doeltrappen moet dat tegengaan. Het effect blijkt beperkt.

In de praktijk blijken scheidsrechters de nieuwe spelregels vooral naar eigen inzicht te gebruiken

13 Jul 2026 - NRC
 Joost Pijpker 

AMSTERDAM - Na dertig seconden getreuzel heeft scheidsrechter Darío Herrera er genoeg van. Al twee keer heeft hij de Belgische rechtervleugelverdediger Thomas Meunier aangespoord haast te maken, in het groepsduel tegen Iran, eind juni. Meunier lijkt het niet te merken, of het niet te wíllen zien. De rust nadert en België overtuigt ook deze tweede wedstrijd op het WK nog niet, als hij zich klaarmaakt voor een verre inworp, dichtbij het doel van Iran.

De verdediger voert een ritueeltje uit dat collega’s in het hedendaagse voetbal zo vaak vertonen: elkaar de bal toestoppen, een opzichtige discussie voeren met de lijnrechter over de juiste plek, het veld afspeuren op zoek naar oogcontact met zijn teamgenoten. Even lijkt Meunier een aanloop te nemen, dan stapt hij toch weer een paar passen achteruit. Hij tilt de bal tot boven zijn hoofd, en laat hem weer zakken. Dan is Herrera het zat. Hij fluit: kans verkeken, inworp naar Iran.

Meunier protesteert nog, maar uit de reactie van zijn teamgenoten valt op te maken dat ze het vooral de vleugelverdediger aanrekenen. Híj had zich moeten bedenken dat het, met ingang van dit WK, niet langer is toegestaan om eindeloos tijd te verspillen bij spelhervattingen. Een gevolg van de nieuwe spelregels die dit voorjaar werden opgesteld, in een poging het tijdrekken in het voetbal terug te dringen.

Voor doelmannen zijn zulke regels er al even. Zij mogen sinds een jaar de bal hooguit acht seconden in hun handen houden. Doen ze dat langer, dan krijgen ze een hoekschop tegen. Een effectieve maatregel, merkte Pierluigi Collina op, bij wereldvoetbalbond FIFA verantwoordelijk voor de scheidsrechters, dit voorjaar in gesprek met La Gazzetta dello Sport. En nodig ook, want tijdrekken vormt in zijn ogen een bedreiging voor „het spektakel van het spel”.

En dus kwam de IFAB, de raad die de spelregels bewaakt, in februari met nóg een pakket aan vergelijkbare aanpassingen voor andere spelsituaties waarbij tegenwoordig veel tijd verloren gaat. Zo mag een scheidsrechter vanaf dit WK bij inworpen en hoekschoppen terugtellen van vijf naar nul. Is de bal tegen die tijd niet terug in het spel, dan krijgt de tegenstander de inworp, of wordt de doeltrap een hoekschop voor de andere partij.

Ook stelde de raad een limiet aan de tijd die een wissel in beslag mag nemen: na de aankondiging ervan heeft een speler tien seconden om het veld te verlaten. Treuzelt hij op zichtig, dan mag zijn vervanger pas bij de eerste spelhervatting ná minimaal een minuut wachten het veld in. Voor het veinzen van blessures geldt iets vergelijkbaars: is behandeling op het veld nodig, dan moet een speler een minuut van buiten het veld toekijken, behalve in situaties dat tegenstanders voor een overtreding zijn bestraft met een kaart.

De gevolgen van die veranderingen waren dit WK meteen zichtbaar. Meerdere inworpen en doeltrappen gingen verloren door tijdrekken. Maar nergens waren de consequenties zo duidelijk als in het duel tussen België en Iran (00). Bij de bestrafte inworp van Meunier, maar ook even eerder, toen de Belgische middenvelder Kevin De Bruyne naar de grond ging, na een vermeende overtreding. Zodra hij merkte dat de scheidsrechter niet floot, stond hij weer op en hinkte een paar keer. De dreiging van een blessurebehandeling is genoeg.

Het opvallendste moment moest toen nog komen, tegen het einde van de wedstrijd, toen de Iraanse middenvelder Saeed Ezatolahi bij zijn wisselbeurt richting de kant slenterde. De scheidsrechter floot: de eerste en voorlopig enige wissel dit toernooi die te lang duurde. In de minuut waarin Iran met tien man speelde, kreeg België een enorme kans om de wedstrijd te beslissen, maar zonder resultaat.

De scheidsrechters straffen dus, maar heeft dat ook de beoogde uitwerking? Leiden strengere regels tot minder tijdverspilling en vlottere wedstrijden? Een analyse op basis van de cijfers van databureau Opta, inclusief de ontwikkeling van het tijdrekken door de decennia heen.

De hoekschop als wapen

Arne Slot noemde het een „nieuwe realiteit”. Jarenlang had hij het voetbal in de Premier League vloeiender zien worden, vol van korte combinaties en vlot positiespel. Maar vorig seizoen zag de toenmalige trainer van Liverpool een nieuwe trend. Kracht en snelheid wonnen weer terrein. En iedereen leek zich opeens te storten op de spelhervatting, een gevaarlijk wapen, die het mogelijk maakt om zelfs veel betere tegenstanders te overrompelen.

Waar dat toe leidt, bleek in de finale van de Champions League, eind mei. Het Franse PSG, geroemd om zijn verzorgde speelstijl, zocht de oplossing in fraai voetbal en snelle combinaties van achteruit. De andere finalist, Arsenal, in het ontregelen van de tegenstander, om vervolgens toe te slaan uit een hoekschop of inworp. De Engelse ploeg nam daarvoor geregeld zo veel tijd, dat de scheidsrechter op slag van rust maar besloot af te fluiten, op een moment dat Bukayo Saka nog naar de hoekvlag slenterde voor een corner.

Hoe weinig voetbal toeschouwers in stadions nog zien, valt ook op in de data van Opta, dat op verzoek van NRC tot en met 1970 terugrekende hoeveel tijd per WK verloren ging aan spelhervattingen en wissels. Daaruit blijkt dat in het laatste mondiale toernooi voor invoering van de nieuwe regels, het WK van 2022, het spel 42,8 procent van alle tijd stillag. Of anders gezegd: van de 104 minuten die een gemiddelde wedstrijd duurde (blessuretijd en verlenging meegerekend), keken voetbalfans bijna 45 minuten naar een bal die niet bewoog.

Nu is het onvermijdelijk dat een wedstrijd soms stilligt, dat was ook zo in de tijd van Pélé en Franz Beckenbauer. Alleen wel een stuk minder. Gemiddeld ging dat toernooi een kleine dertig minuten aan speeltijd verloren aan spelhervattingen, of 34,9 procent van de totale tijd. En dat terwijl het áántal spelhervattingen per wedstrijd sinds die tijd juist afnam. Het verschil is dus volledig te verklaren doordat spelers meer tijd nemen bij hoekschoppen, inworpen en wissels: per spelhervatting bijna 60 procent meer.

De sterkste toename is zichtbaar bij strafschoppen en vrije trappen, een stijging die vooral deze eeuw werd ingezet. Zo nam een strafschop op het WK van 1970 nog een kleine 70 tellen in beslag, inmiddels zijn dat er bijna 160. Bij de vrije trap was de toename in verhouding zelfs nog sterker. Wat daarin meespeelt is de introductie van de videoscheidsrechter, die met name bij zulke beslissende spelsituaties de beelden nog een keer goed terugkijkt.

Toch zijn het niet de strafschoppen die maken dat in wedstrijden zo veel tijd verloren gaat, maar juist de situaties die per geval vrij weinig tijd kosten. Want een strafschop laat misschien lang op zich wachten, maar kwam in 2022 ook maar eens per drie duels voor. Een inworp daarentegen kost slechts 15,7 seconden, het minst van alle spelhervattingen, maar kwam in een gemiddelde wedstrijd bijna 41 keer voor.

Het maakt dat de totále tijd die via inworpen verloren gaat, veel groter is: bijna 11 minuten, tegen 57 seconden voor een strafschop. Méér dan elke andere spelhervatting. En een kleine zestien seconden voor een inworp mag dan onschuldig klinken, het is nog altijd bijna zes seconden langer dan in 1970.

Zouden de spelers een inworp weer net zo snel nemen als 56 jaar geleden, dan levert dat de kijker meteen vier minuten aan extra voetbal op. Bij doeltrappen zou dat in totaal zo’n drie minuten zijn. Opgeteld bijna 12 procent extra speeltijd.

Zeven minuten minder

Als België, een paar minuten na het bestraffen van Meunier, opnieuw een inworp krijgt, kan het plots een stuk sneller. Nadat de Iraanse aanvoerder Shoja Khalilzadeh een lange bal wegroeit over de zijlijn, sprint de Belgische vleugelverdediger Maxim De Cuyper eropaf en werpt hem terug in het spel. Opgeteld duurt de hervatting een seconde of vijf. De volgende ingooi, een halve minuut erna, gaat opnieuw zo vlot.

Dat de nieuwe regels effect hebben, is in vrijwel elke wedstrijd terug te zien. Zodra de scheidsrechter aftelt, maken vrijwel alle spelers haast. Veel ‘blessures’ blijken, wanneer het spel doorgaat, toch een stuk minder ernstig dan op voorgaande toernooien. Per speelronde neemt het aantal momenten waarop de scheidsrechter moet ingrijpen af. In de achtste finale gebeurde het maar één keer, bij Noussair Mazraoui van Marokko. Hij deed te lang over een inworp.

Het leidt ertoe dat de tijd die bij een gemiddelde spelhervatting verloren gaat is teruggelopen, van 26,4 seconden in Qatar, naar 24,7 seconden op dit WK. Daarin zijn alle wedstrijden tot aan de kwartfinales meegenomen.

Opgeteld is de verloren tijd moeilijk te vergelijken, omdat wedstrijden dit toernooi voor het eerst ook halverwege beide helften worden stilgelegd, vanwege de verplichte drinkpauzes. Maar laat je die buiten beschouwing, dan lag het spel dit WK maar een kleine 38 minuten stil, zeven minuten minder dan in Qatar. Toch leidt het niet tot méér voetbal – net als in 2022 opgeteld ruim 59 minuten. Vooral tot minder uitloop door blessuretijd.

De grootste verschillen zijn logischerwijs zichtbaar bij situaties waarvoor de nieuwe regels gelden. De gemiddelde tijd die verloren gaat aan een inworp is in vergelijking met 2022 teruggelopen van 15,7 naar 13,3 seconden. Het nemen van een doeltrap kostte gemiddeld 23,8 seconden, ruim vier tellen minder dan in Qatar. Bij andere spelhervattingen is het tijdverlies daarentegen gelijk gebleven, en bij strafschoppen zelfs gestegen.

Toch springt de gemiddelde duur van een wissel misschien wel het meest in het oog, gezien de nieuwe regel die spelers verplicht het veld binnen tien seconden te verlaten. Maar conclusies daarover zijn niet helemaal eerlijk, zegt Wesley Mak van Opta. Een wissel vindt namelijk altijd plaats tijdens een andere onderbreking. Als dat toevallig een strafschop is, kan een wisselmoment al gauw drie minuten duren.

Zijn de aanpassingen daarmee een succes? Voor wie had verwacht dat élke ingooi in het vervolg hooguit vijf seconden zou duren wellicht niet. In de praktijk blijken scheidsrechters de nieuwe regels vooral naar eigen inzicht te gebruiken. Zodra zij vinden dat een voetballer treuzelt beginnen ze met aftellen. Wanneer dat punt is aangebroken verschilt per individu en situatie. Er blijft dus ruimte voor meningsverschillen.

Zo staat Meunier in de wedstrijd tegen Iran bijvoorbeeld al na vier seconden klaar om in te gooien, maar gebaart scheidsrechter Herrera pas na achttien seconden om tempo te maken. Vanaf dat moment duurt het nog zeven seconden voor hij begint af te tellen. Tegen de tijd dat hij affluit en de ingooi aan Iran geeft, zijn er inmiddels dertig seconden verstreken. Een ander grijpt wellicht eerder in.

Dat er manieren zijn om tóch alle tijd te nemen, bleek bovendien al binnen zeven wedstrijden, bij een inworp voor de Schotse aanvoerder Andy Robertson. In het groepsduel tegen Haïti besloot hij vanaf de zijlijn eerst zijn teamgenoten uitgebreid naar de juiste plek te dirigeren. Pas daarna raapte hij de bal van de grond, om in te gooien.



Commenti

Post popolari in questo blog

I 100 cattivi del calcio

Echoes' Cycling Biography #4: Jean-Pierre Monseré

L'origine de Maghnes Akliouche : Histoire et Racines