De wetenschap achter de wedstrijdbal: elke vier jaar iets beter

Dat er elke vier jaar een nieuwe bal is, 
is ook door commercie ingegeven

17 Jul 2026 - NRC
Door Joost Pijpker 
Infographic Fokke Gerritsma

LOUGHBOROUGH  - Elk wereldkampioenschap heeft zijn eigen bal, dit jaar de ‘Trionda’. Hoe groot zijn de verschillen? Welke veranderingen zijn functioneel, en welke vooral cosmetisch? Op zoek naar antwoorden, met hulp van een Britse voetbalrobot.

In een houten kast, pal achter zijn bureau, bewaart Ieuan Phillips een kartonnen doosje vol snippers kunststof. Ze zijn wit of deels gekleurd, glad of geribbeld – voor het ongetrainde oog een nauwelijks van elkaar te onderscheiden brei. Maar Phillips ziet meteen wat hij beet heeft als hij in het doosje grabbelt. Voor hem is dit, al zo’n vijf jaar lang, dagelijks studiemateriaal.

Hij houdt een flard van een stukgeknipte Adidas ‘Al Rihla’ omhoog, de officiële wedstrijdbal die werd gebruikt op het WK van 2022 in Qatar en waarmee Wout Weghorst gelijkmaakte in de kwartfinale tegen Argentinië. Dan toont hij een stukje van de volgens sommige voetballers zo onvoorspelbare ‘Jabulani’, de bal die Arjen Robben in de finale van het WK van 2010 op de teen van de Spaanse doelman Iker Casillas schoot.

Elk wereldkampioenschap heeft zijn eigen bal. En weinig mensen kunnen daar zo uitgebreid over vertellen als Phillips, wetenschapper aan de universiteit van Loughborough, een klein Brits stadje op een halfuur rijden ten noorden van Leicester. Zijn instituut voor sporttechnologie doet al bijna een kwarteeuw onderzoek naar de fysieke eigenschappen van de voetbal. Hoe hij stuitert, hoe hij vliegt, hoe hij van een voet krult – ze weten het hier allemaal.

Overal op zijn afdeling liggen ballen. In een soort glazen prijzenkast meteen bij de ingang, in de twee laboratoria aan weerszijden van het pand, op de kantoorkast achter Phillips’ werkplek. Moderne exemplaren, maar ook klassieke, van donkerbruin leer, dichtgestikt met een veter. Met de bijbehorende halfhoge voetbalschoenen, het type waarmee de hoofdpersoon in de stripreeks De Wondersloffen van Sjakie elke wedstrijd naar zijn hand wist te zetten.

Geen plek

Die prijzenkast moet hij een beetje gaan herinrichten, glimlacht Phillips tijdens een rondleiding. Want er is nu geen plek voor de nieuwste aanwinst, de Adidas ‘Trionda’, de wedstrijdbal voor het WK dat nu wordt gespeeld in Noord-Amerika. Een object vol „cruciale vernieuwingen”, aldus de fabrikant.

Nog voor de WK-bal van 2022 door de stadions in Qatar rolde, was in Herzogenaurach de zoektocht naar de opvolger al begonnen. Het Duitse stadje vormt de thuisbasis van Adidas, sinds 1970 de vaste leverancier van de ballen voor het wereldkampioenschap. Van begin tot eind nam de ontwikkeling van de Trionda bijna drieënhalf jaar in beslag, zegt Solène Störmann, hoofd van de productcategorie voetbal.

Zo’n proces begint met een concept, vertelt ze. Het vangen van de gevoelens en associaties die leven rond een toernooi, en die vertalen naar grafische ontwerpen. Op het vlak van technische prestaties besloot Adidas dat de wedstrijdbal van 2026 „in elk geval net zo goed” moest als zijn voorganger, „liefst nog een klein beetje beter”, aldus Störmann. Omdat „hele grote sprongen” simpelweg niet realistisch zijn, bij een product waar al zo lang aan wordt gesleuteld.

Belangrijker was misschien nog wel dat de nieuwe bal zich overal op nagenoeg dezélfde manier moest gedragen, in een toernooi met zestien speelsteden verspreid over een heel continent. „Of het nu warm of koud is, nat of droog”, zegt Störmann. „Of je nu in Vancouver speelt op zeeniveau, of in Mexico-Stad op ruim tweeduizend meter hoogte.”

Het leidde tot zo’n tweehonderd ontwerpen, schat ze, waarvan verreweg de meeste alleen digitaal hebben bestaan. De computer kan tegenwoordig voorspellen hoe een bal stuitert of vliegt. Zo bracht Adidas de selectie terug tot „ongeveer tien” exemplaren die daadwerkelijk zijn geproduceerd, om uitvoeriger te kunnen testen.

Luka Modric

Een deel van die testen vond plaats op het hoofdkantoor van het sportmerk, een deel op de Universiteit van Loughborough. Phillips en zijn collega’s worden vaker door sportmerken ingeschakeld vanwege de grote verscheidenheid aan testmethodes waarover hun universiteit beschikt. In de laboratoria staan onder meer een pers die registreert hoe een voetbal vervormt onder impact en een machine die het materiaal van de bal uit elkaar trekt om te zien hoe stijf het is. Elders op de campus is een windtunnel, waarmee ze kunnen bepalen hoe stabiel een bal is tijdens de vlucht.

Verreweg het spectaculairste instrument staat in de ruimte onder Phillips’ werkplek: de voetbalrobot, waarvan er naar verluidt maar drie op de wereld zijn (de andere zijn in bezit van Nike en Adidas). Hiermee kan Phillips wat zelfs voetballers Lionel Messi of Luka Modric niet lukt: een bal vele honderden keren achtereen op exact dezelfde manier raken. Dat maakt de uitkomsten betrouwbaarder dan testen met levende voetballers, iets wat zijn afdeling overigens ook doet.

Phillips wijst naar de voet van de machine. Die kan hij op verschillende manieren draaien en kantelen. Ook het plateau waarop de bal ligt, is te verstellen. Zo kan de robot een voetbal op elke denkbare manier raken, van een droge knal met de wreef tot een lob of een krultrap. Met hogesnelheidscamera’s legt Phillips vervolgens vast hoe de bal de schoen verlaat en in een groen doek eindigt. „Aan de hand van de spin, de richting en de snelheid bij het lanceren, kunnen we dan berekenen hoe de verdere vlucht eruit zou zien.”

Zulke testen deed de universiteit ook met ballen in verschillende omstandigheden, waar de WK-bal van dit jaar ook mee te maken krijgt. Zo werden ze bijvoorbeeld opgewarmd tot verschillende temperaturen in een klimaatkamer aan de andere kant van het pand. Een risico, omdat de bal onderweg niet te veel mocht afkoelen, zegt hij. „Dus collega’s zagen me dan met een isolatietas op en neer door de gang rennen.”

Een rondere bal

Wit met zwart. Wie een voetbal tekent, komt waarschijnlijk uit bij het model dat voor het eerst werd gebruikt op het WK van 1970. Maar als Phillips de evolutie van de voetbal zou moeten indelen in periodes, dan gaat aan die wereldberoemde Adidas ‘Telstar’ nog een generatie vooraf. Al voegt hij meteen toe dat het lastig is om tijdperken heel strak af te bakenen, omdat sommige eigenschappen van de ene generatie overlopen in de volgende.

Hoe dan ook: de eerste lichting WK-ballen was bruin, van onbewerkt leer. De ene keer bestonden ze uit T-vormige panelen, een toernooi later uit gegolfde stroken. Altijd met een latex binnenbal, en op de eerste WK’s nog met de karakteristieke vetersluiting. Een groot nadeel ervan was dat het materiaal water absorbeerde, waardoor de bal in de regen zwaarder werd. Dat leidde vanaf 1958 tot een vernieuwing: leer met een waterafstotende laag.

Door die coating werd het mogelijk de bal een andere kleur te geven. Van wit, geel, oranje naar zwart-wit. De langwerpige panelen maakten plaats voor de welbekende zeshoekige delen, een vlakverdeling die doorliep tot diep in de derde generatie ballen, toen de leren buitenkant werd vervangen door polyurethaan. Dat materiaal gaf de voetbal meer demping, waardoor hij beter te controleren was, en maakte hem nog waterafstotender.

De huidige generatie ontstond vanaf het WK van 2006, toen Adidas met een nieuwe manier kwam om de panelen te verbinden. Sindsdien worden de losse delen niet langer gestikt, maar aan elkaar gesmolten, al geldt dat alleen voor de ballen in het hoogste segment. Wie in de fanshop voor een paar tientjes een WK-bal afrekent, krijgt alsnog een gestikte bal, zegt Phillips. Vaak met dichtgekitte naden, zodat het wel líjkt alsof de panelen zijn versmolten.

De constructiewijze maakt het mogelijk om de panelen een creatievere vorm te geven en maakt de buitenste schil luchtdicht, waardoor een losse binnenbal niet langer nodig is. Van het schuimrubber voor de demping, tot het geweven materiaal dat het karkas vormt, alles is nu verlijmd tot één laag.

Het gevolg is dat ballen een hogere stijfheid hebben, weet Phillips. En het klinkt misschien gek, zegt hij, maar ze zijn ook rónder dan in het verleden. Dat zie je pas als je twee exemplaren naast elkaar legt. De naden van een handgestikte bal zijn nooit overal even strak aangespannen, waardoor oneffenheden ontstaan. Een versmolten bal heeft dat niet, stuitert voorspelbaarder en glijdt stabieler door de lucht.

Minimale beroering

Een andere noviteit zit, sinds de versie van 2022, ín de bal: een sensor die onder meer bijhoudt hoe snel en in welke richting het object beweegt, en wanneer hij wordt aangeraakt. Dat moet scheidsrechters helpen bij gebeurtenissen die met het blote oog moeilijk zijn te zien, zegt Hannes Schäfke, hoofd ‘voetbalinnovatie’ bij Adidas.

Zo kan de sensor uitwijzen of een speler de bal met de hand raakte: zelfs een minimale beroering wordt al geregistreerd. Wat dat oplevert, werd dit WK zichtbaar in het groepsduel tussen Zweden en Tunesië, toen de Zweedse Mattias Svanberg een doelpunt maakte. Aanvankelijk werd die treffer afgekeurd omdat hij bij de voorzet buitenspel stond. Maar door de sensor bleek dat de bal onderweg was aangeraakt door een Zweedse teamgenoot, en dat Svanberg op dat moment niét meer buitenspel stond. Reden om het doelpunt toch goed te keuren.

Al kwam die techniek ook in opspraak in de kwartfinale tussen Engeland en Noorwegen, toen de Noorse spelers claimden dat de bal bij een uittrap een kabel in de lucht raakte, waarna Engeland de bal onderschepte en scoorde. De FIFA zag „geen bewijs” daarvoor omdat de sensor niet uitsloeg, en keurde het doelpunt goed.

Over een nieuwe bal heeft iedereen een mening. Zelden zijn die zo uitgesproken als in 2010, bij de Jabulani. Al vanaf de eerste wedstrijden op dat WK waren er klachten over de merkwaardige zwabber die de bal soms vertoonde. Doelmannen mopperden over de onvoorspelbaarheid en dat schoten soms plotseling ingrijpend van koers veranderden.

Een mogelijke verklaring bleek later het geringe aantal panelen (8 stuks), wat maakte dat de bal relatief weinig naden had (in lengte), die bovendien ondiep waren en niet gelijkmatig over het oppervlak waren verdeeld. Daardoor reageerden verschillende kanten van de bal anders op de wind, iets wat destijds niet naar voren kwam bij de testen in Loughborough. Het was voor zijn afdeling aanleiding om in de jaren erop bij het testen veel nadrukkelijker ook naar de aerodynamische eigenschappen van ballen te kijken, zegt Phillips.

Stabieler in de lucht

Voor een voorspelbare bal geldt „hoe meer naden, hoe stabieler in de lucht”, zegt Phillips. Vergelijk het met een golfbal: die heeft putjes zodat de luchtstromen minder aan het oppervlak ‘kleven’, waardoor hij minder gevoelig is voor wind. In de laatste WK’s koos Adidas daarom juist weer voor meer panelen (2022) of het toevoegen van kunstmatige groeven (2018). Een andere oplossing: panelen met een ongewone vorm.

In de Trionda combineert het sportmerk meerdere van die strategieën. Zou je de bal uit elkaar halen, dan eindig je met vier stervormige panelen: slank in het midden met aan het uiteinde van elke arm een soort klompje. De keuze daarvoor was in de eerste plaats vanwege de symboliek, zegt Störmann: een verwijzing naar de samenwerking tussen de drie gastlanden. Groen voor Mexico, rood voor Canada, blauw voor de VS.

Een bijkomstigheid van die vorm is dat hij, door de vele kronkels, een relatief grote omtrek heeft, wat de bal veel naden geeft. Daarnaast heeft de Trionda groeven op de panelen, die zorgen dat „de lucht beter om de bal stroomt”, aldus Störmann. En ook: een lichte textuur op het oppervlak, wat veel van de moderne WK-ballen ook al hadden. „Dat geeft meer grip, waardoor spelers hem beter kunnen controleren.”

Maakt dat de Trionda daarmee ook een bétere bal dan zijn voorgangers? Het is in de eerste plaats afhankelijk van de meetlat die je hanteert, zegt Phillips. De FIFA onderwerpt ballen aan vrij eenvoudige testmethodes, voor onder meer gewicht, omgang, hoe hoog ze stuiteren en hoeveel water ze absorberen. „Veel van de leren ballen van vroeger zouden die testen óók nog doorstaan, met uitzondering van die voor absorptie.”

Met strengere eisen en specifiekere tests wordt wel degelijk zichtbaar dat de nieuwste generatie ballen „consistenter” is, aldus de wetenschapper. Tegelijkertijd: de verschillen tussen twee opeenvolgende WKballen zijn „vaak maar heel, heel klein”, ziet Phillips in zijn testen terug, en dus zijn de recente ballen redelijk gelijkwaardig.

Dat desondanks elke vier jaar een nieuwe bal verschijnt is natuurlijk ook ingegeven door commercie. Phillips: „Fabrikanten willen regelmatig een nieuwe bal verkopen”.

Testresultaten zeggen ook niet alles, vervolgt hij. Een goede bal is net zo goed een kwestie van persoonlijke voorkeur. „Een technische middenvelder wil waarschijnlijk het liefst een exemplaar dat minder stijf is, met een extra laag demping. Een echte spits vindt dat weer niks: die wil juist een stijvere bal, die van de schoen explodeert.” Zelfs over de beste ballen, is niet iederéén positief.

Commenti

Post popolari in questo blog

I 100 cattivi del calcio

Echoes' Cycling Biography #4: Jean-Pierre Monseré

L'origine de Maghnes Akliouche : Histoire et Racines