‘Ik zie nu ook wel de schoonheid van het sprinten’


FOTO JASPER JACOBS/ANP 
Huub Artz van Lotto Intermarché in Chambéry voor de start 
van de zeventiende etappe van de Tour, afgelopen woensdag.

Huub Artz ging naar de Tour als aanvaller, maar toen ploegmaat en beoogd topsprinter Arnaud De Lie uitviel, ontdekte hij dat de massasprint hem ook erg goed ligt. „Ik kan op het juiste moment een move maken. Ik doe geen trap te veel.”

«Ik ben kritischer gaan kijken naar hoe ik met mezelf omga, 
hoe ik voor mezelf zorg»

25 Jul 2026 - NRC
Door Koen Marée

Huub Artz gaapt. De 24-jarige Nederlander is net neergeploft op de bank in de foyer van een ketenhotel op een industrieterrein in Saint-genis-pouilly, vlak bij het Meer van Genève. Het is half één ’s middags op de tweede rustdag in de Tour de France. Op zo’n dag, zegt hij, na twee weken koers, laat hij zijn lichaam even toe om tot rust te komen. „Dan voel je hem wel.” Zijn geblondeerde haar is nog nat van de douche. De ploeg had vanmorgen een cadeau voor hem: een nieuwe, rood-wit-blauw gespoten tijdritfiets. Verdiend met het winnen van het Nederlands kampioenschap tijdrijden, afgelopen juni. Hij heeft er meteen een testrondje op gemaakt. „Het voelt vlot”, lacht hij, „sneller dan een andere tijdritfiets.” Van alle Nederlandse renners die meedoen aan de Tour is debutant Artz de grootste verrassing. Zijn Belgische ploeg Lotto-intermarché nam hem als aanvaller mee, maar nadat de beoogde afmaker Arnaud De Lie al vroeg uitviel, kreeg hij de ruimte om zelf te sprinten. Dat ging boven verwachting goed. Tot maandag finishte hij vier keer in de top-10 in de massasprint; woensdag werd hij in Voiron zevende; zijn vijfde top-10-notering.

„Hier had ik niet van durven dromen”, zegt Artz – zachte stem, Brabantse tongval – in de foyer. „Van de goede uitslagen, maar ook van de manier waarop. Als sprinter, in de Tour de France. Het is ook geen gelukje geweest dat ik er steeds bij zat.” Hardop vraagt hij zich inmiddels af of hij zich niet meer op het sprinten moet gaan richten, als het zonder gerichte voorbereiding al zo goed gaat.

Je noemt jezelf net een sprinter, eerder deze Tour wilde je daar nog niets van weten. Wat zegt dat over de ontwikkeling die je doormaakt?

„Op dit niveau is het misschien ook moeilijker om je aanvaller te noemen. Je moet echt heel sterk zijn, een goede dag hebben om mee te zitten in de vlucht. Ik heb die wel gehad, maar dan waren de parcoursen niet geschikt. Dus misschien ben ik daarom wat bescheidener. Er zijn ook zo weinig kansen voor de vluchters, nu UAE [de ploeg van Tadej Pogacar] niks overlaat. En ik denk dat er op de sprint nog marge zit.”

Speelt de dominantie van rijke ploegen als UAE mee in je afweging om je in de toekomst op sprinten te focussen?

„Ja, ik denk het wel. Het is ook niet dat ik, als ik me richt op het sprinten, al mijn kwaliteiten als hardrijder wil verliezen. Ik denk dat het juist goed is dat ik die kant heb en dat ik daarnaast mijn sprint nog iets probeer te verbeteren. Dat ik nog net wat explosiever ben in de finale. De vier kansen die ik in deze Tour heb gehad, de ervaring die ik heb opgedaan, hebben me ook aan het denken gezet. Ik zie nu ook wel de schoonheid van het sprinten.”

Een pure sprinter is Artz niet, weet hij ook. Tijdens trainingen wint hij zelden een bordjessprint tegen ploeggenoten – een wedstrijdje wie als eerste een dorp binnenrijdt. Ook in de Tour was hij na het uitvallen van De Lie niet de eerstvolgende in de pikorde. Artz zou in de vijfde etappe naar Pau rijden voor de kansen van Jenno Berckmoes, maar raakte zijn ploegmaat kwijt in de chaos. Vervolgens sprintte hij zelf naar plek vier. „Je moet nooit de benen stilhouden als je in goede positie zit. Jenno zou hetzelfde hebben gedaan.”

Heeft die uitslag de strategie bij de ploeg doen veranderen?

„Ik heb toen gezegd dat ik het nog een keer wilde proberen, maar ook dat Jenno gewoon de kans moest krijgen. Ik vond het sowieso wel prettig dat niet het hele team in het teken van mij stond. Zo kon ik mezelf rustig uitvinden. Hij kreeg de steun van het team, ik een vrije rol. En dat werkte perfect.”

Het is je telkens gelukt om je perfect te positioneren voor de sprint. Hoe komt het dat je daar zo goed in bent?

„Ik koers al sinds mijn jeugd. Ik was bij de nieuwelingen niet zo sterk.” Dat is de categorie voor renners van vijftien en zestien jaar. „Er waren renners die erbovenuit staken, die door de wind naar voren konden fietsen en wonnen. Ik heb toen geleerd om efficiënt te fietsen, om zo min mogelijk energie te gebruiken door een goede positie in het peloton.”

„Op dat moment maakte ik me wel druk om het krachtsverschil. Maar achteraf denk ik dat die momenten heel belangrijk zijn geweest om het positioneren te ontwikkelen. Nu vul ik dat aan met meer kracht en kennis. Ik kan op het juiste moment een move maken. Ik ben ook supertevreden over hoe ik het in de sprintetappes heb aangepakt. Omdat ik geen trap te veel doe, en dan in de finale heel mooi de momenten kies om op te schuiven. Zo kom ik nooit in gevaar. Het is heel leuk dat het op dit niveau lukt, dat ik mezelf daar ook in kan vertrouwen. Want dat is ook moeilijk om achter te komen.”

Is dat vertrouwen er pas sinds deze Tour de France?

„Sinds dit jaar. In de Tirreno-adriatico in maart was ik fysiek niet goed, omdat ik in de aanloop vaak ziek was geweest. Maar ik was wel heel gemotiveerd om me voor het team in te zetten. Toen heb ik veel achterin gefietst om niet te hoeven wringen en krachten te sparen. En op het moment dat het tijd was om op te schuiven, lukte dat. Ik zat iedere keer precies waar ik moest zitten om het team te helpen. Ik wist wat ik aan het doen was en ben er steeds meer bewust mee omgegaan. De momenten uitkiezen is een combinatie van gevoel en logica. Waar komt de wind vandaan, waar rijdt een bepaald team en gaan ze misschien zo de bocht toch afsnijden. Daar kun je dan gebruik van maken.”

Veel renners komen al jong terecht bij een opleidingsploeg van een profteam. Jij werd pas drie jaar geleden opgepikt bij de Nederlandse semiprofs van Metec. Hoe kan dat?

„Bij de junioren had ik in 2020 een heel goed jaar. Het was wel tijdens Covid, dus ik moest het laten zien op trainingskampen met de nationale selectie en in de enkele koers die verreden werd. Het bleef niet onopgemerkt bij Team DSM (het huidige Picnic Postnl) en Jumbo-visma. Maar ze vonden me toch niet goed genoeg om bij hen aan te sluiten.

„Ik was toen wel een beetje op mijn teentjes getrapt. Dat is denk ik normaal voor die leeftijd. Want ja, ik reed wel erg goed. Toen heb ik mijn vwo-diploma gehaald en bij Metec de vrijheid gekregen. Zij zorgden voor de fietsen, de voeding en het vervoer; ik kon zo ver gaan als ik wilde. Toen was ik nog helemaal niet zo professioneel. Ik ging van nul naar honderd met trainen en was dan weer overtraind. Ik dacht dat ik goed bezig was, maar achteraf was het erg inconsistent. Ook in de uitslagen.

„Nadat ik in 2022 een blaasontsteking opliep die veel impact had op mijn seizoen, ben ik kritischer gaan kijken naar hoe ik met mezelf omga, hoe ik voor mezelf zorg. Het jaar erop ging erg goed en in 2024 ben ik bij Wanty terechtgekomen. Het laat goed zien dat ik tijd nodig had om mezelf te ontdekken. Ik denk dat bij veel opleidingsteams veel wordt voorgedaan. Dat het er heel professioneel aan toe gaat, maar dat de ontwikkeling als mens een beetje op de achtergrond staat. Alles is er zo gefocust op presteren. Dus deze weg is voor mij perfect geweest.”

Of Artz in de Tourselectie zou zitten, was nog even spannend. In de winter hoorde hij van zijn ploeg dat hij op de nominatie stond, nadat hij vorig jaar in de Vuelta zijn debuut in een grote ronde had gemaakt. „Toen dacht ik wel: heel erg vet.” Maar uitgerekend tijdens een hoogtestage in Spanje, begin juni, werd hij ziek. Het bleek een bacterie, waardoor hij aan een antibioticakuur moest en de stage afbrak.

Heb je twijfels gehad of je het zou halen?

„Ja, je hebt altijd concurrentie binnen het team. De beste renners gaan gewoon naar de Tour. Zij zaten op hoogte, terwijl ik een beetje half aan het trainen was. Ik probeerde er niet te veel mee bezig te zijn. Gelukkig hoorde ik een dag voor het NK tijdrijden al dat ik tot de selectie behoorde. De druk was eraf en dat heeft me zeker geholpen richting de winst.”

Hoe kijk je terug op je eerste Tour?

„Superpositief. Het is ruim boven verwachting gegaan. Ik zou het, als ik er een cijfer op moest plakken, nu al een 9,5 geven.”

***

CV 
Huub Artz

Wielrenner Huub Artz (2002) komt uit het Brabantse Wintelre. 
Na drie jaar bij de Nederlandse semiprofploeg Metec belandde hij in 2024 bij het Belgische Wanty. 
Dat jaar werd hij Europees kampioen op de weg in de beloftencategorie. 
Sinds 2025 rijdt hij voor Lotto-Intermarché, de ploeg die voortkomt uit een fusie tussen Lotto Cycling Team en Intermarché-wanty. In juni won hij het Nederlands kampioenschap tijdrijden. 
Dit is zijn eerste Tour de France.

Commenti

Post popolari in questo blog

'SONO LORO I MIEI CARCERIERI SEI ANNI FA RAPIRONO ANCHE ME'

I 100 cattivi del calcio

Echoes' Cycling Biography #4: Jean-Pierre Monseré