De discussie is beslecht: Evenepoel is de grootste tijdrijder aller tijden
© Loic Cousin/icon sport
Vier wereldtitels op rij, olympisch goud en al meer dan twee jaar ongeslagen in een echte tijdrit. Remco Evenepoel heeft zich zondag definitief in de geschiedenisboeken gereden.
In Merckx’ jaren was tijdrijden vooral heel hard fietsen. Vandaag is het een vak apart, dat om aparte, unieke kwaliteiten vraagt
21 Sep 2026 - De Standaard
Wim Vos
De discussie kan losbarsten. Is Remco Evenepoel, na zijn vierde wereldtitel op rij, de beste tijdrijder aller tijden? The TT-GOAT, de greatest of all time? Het antwoord, in de volle wetenschap dat onze mailbox straks zal volstromen met verontwaardigde mails: ja, dat is hij. En Merckx dan? Of Anquetil? Hinault? We horen de oudere wielerfans ons nu al de ene na de andere naam naar onze kop slingeren. En toegegeven, ze hebben zo hun argumenten.© Loic Cousin/icon sport
Een WK bestond niet in hun dagen. Dat kwam er pas in 1994. Die vergelijking loopt bij voorbaat mank. Terwijl Anquetil quasi onklopbaar was in de jaren 60 in het chronowerk. Niet de bergen, wel de tijdritten leidden hem naar vijf Tourzeges. En liefst negen keer won Anquetil de GP des Nations, toen zo’n beetje het officieuze WK. Een dominantie die Merckx evengoed kan voorleggen. Niet in die GP des Nations. Die won hij slechts één keer. Maar drieëntwintig tijdritzeges in Giro en Tour, plus een werelduurrecord dat twaalf jaar zou standhouden. Het zegt iets. Ter vergelijking: Evenepoel zit momenteel aan vijf stuks, en aan een werelduurrecord heeft hij zich nog niet gewaagd.
Vak apart
Waarom dan toch Evenepoel als de GOAT? Wat tijdrijden vandaag is, was het nog lang niet in de tijd van Anquetil of Merckx. Dat is: een hypergespecialiseerde discipline, waarin gesofisticeerd materiaal, wetenschappelijke omkadering, data en aerodynamica alles veranderd hebben. In Merckx’ jaren was een tijdritfiets een wegfiets met een groter verzet. Tijdrijden was vooral heel hard fietsen. Vandaag, en eigenlijk al sinds de late jaren 80, is het zoveel meer. Het is een vak apart, dat om aparte, unieke kwaliteiten vraagt. En in dat tijdrit-tijdperk doet niemand beter dan Remco Evenepoel.
Vier wereldtitels. Alleen al puur cijfermatig doen er maar twee evengoed. Maar neem de statistieken van Fabian Cancellara en Tony Martin en ook zij moeten buigen. Niet een van hen slaagde erin viermaal op rij te winnen. Of nog: Cancellara was al 29 bij zijn vierde titel, Martin zelfs al 31. Je vraagt je nu al af op hoeveel titels Evenepoel dan zal zitten. Hun hegemonie was ook nooit zo groot als die van hun Belgische opvolger vandaag.
Dan liet Cancellara zich in het doordeweekse chronowerk plots eens kloppen door ene Boasson Hagen of Kim Kirchen. Of was er plots Chris Froome of Bradley Wiggins die Martin het leven zuur maakten. Alweer iets wat je niet van Remco Evenepoel kunt zeggen. Vergeet de atypische klimtijdrit in de Tour vorig jaar – veel meer een bergrit dan een tijdrit – en Evenepoel is sinds zijn gouden medaille op de Spelen twee jaar geleden – nog zo’n trofee – letterlijk onklopbaar.
Maar misschien wel het beste teken van zijn historische almacht: hoe de tegenstand er vandaag zelfs niet aan denkt te kunnen winnen als Evenepoel nog maar aan de start staat. Of hebt u iemand de voorbije week horen beweren dat hij droomde van het goud? De meesten beginnen er zelfs niet meer aan. Waar zijn de nieuwe namen? Waar is het jonge geweld dat Evenepoel zelfs maar het vuur aan de schenen kan leggen? In Montréal was de 30-jarige Filippo Ganna opnieuw zijn dichtste belager. Nu ja, belager? Ooit kondigden we de duels tussen Evenepoel en Ganna nog aan als een ‘tweestrijd op het scherpst van de snee’. Ook daar zijn we al even mee gestopt. 57 seconden verschil. Volgens een – in tijdritten weliswaar weinig toepasselijk – wielercliché sta je dan niet op de foto.
Messi, Ronaldo of toch Pelé in het voetbal? Djokovic, Federer of de oude Sampras in het tennis? Merckx of Pogacar in de klassiekers en het rondewerk? Daar mag het debat nog even woeden. In het tijdrijden is de discussie beslecht. De GOAT is Remco Evenepoel, 26 jaar oud, uit Schepdaal.
***
La questione è risolta:
Evenepoel è il più grande cronoman di tutti i tempi
Quattro titoli mondiali consecutivi, un oro olimpico e ormai da oltre due anni imbattuto in una vera cronometro. Remco Evenepoel domenica è entrato definitivamente negli annali
Ai tempi di Merckx, la cronometro consisteva soprattutto nel pedalare a tutta velocità.
Oggi è una disciplina a sé stante, che richiede qualità particolari e uniche.
21 settembre 2026 - De Standaard
Wim Vos
La discussione può avere inizio. Remco Evenepoel, dopo il suo quarto titolo mondiale consecutivo, è il miglior cronoman di tutti i tempi? Il TT-GOAT, il più grande di sempre? La risposta, ben sapendo che la nostra casella di posta si riempirà presto di e-mail indignate: sì, lo è. E Merckx allora? O Anquetil? Hinault? Sentiamo già gli appassionati di ciclismo più anziani snocciolarci uno dopo l’altro i loro nomi. E, ammettiamolo, hanno le loro ragioni.
Ai loro tempi i Mondiali a cronometro non esistevano. Sono stati introdotti solo dal 1994. Quel confronto è destinato a fallire in partenza. Anche se Anquetil era praticamente imbattibile negli anni ’60 nelle prove contro il tempo. Non le salite, ma proprio le prove a cronometro lo hanno portato a cinque vittorie al Tour de France. E ben nove volte Anquetil ha vinto il GP delle Nazioni, all’epoca praticamente il campionato del mondo non ufficiale. Un dominio che anche Merckx può vantare. Non nel GP delle Nazioni, che vinse solo una volta. Ma con ventitré vittorie nelle prove a cronometro al Giro e al Tour, più un record dell’ora rimasto imbattuto per dodici anni. Questo la dice lunga. A titolo di confronto: Evenepoel ne ha attualmente cinque, e non si è ancora cimentato in un record dell’ora.
Un caso a sé stante
Perché allora considerare Evenepoel il GOAT? La cronometro di oggi non era affatto così ai tempi di Anquetil o Merckx. Ovvero: una disciplina iperspecializzata, in cui attrezzature sofisticate, supporto scientifico, dati e aerodinamica hanno cambiato tutto. Ai tempi di Merckx, una bici da cronometro era semplicemente una bici da strada con un rapporto più lungo. La cronometro consisteva soprattutto nel pedalare molto forte. Oggi, e in realtà già dalla fine degli anni ’80, è molto di più. È una disciplina a sé stante, che richiede qualità specifiche e uniche. E in questa era della cronometro nessuno è migliore di Remco Evenepoel.
Quattro titoli mondiali. Solo in termini puramente numerici, solo altri due lo eguagliano. Ma se si considerano le statistiche di Fabian Cancellara e Tony Martin, anche loro devono inchinarsi. Nessuno dei due è riuscito a vincere quattro volte in fila. Oppure: Cancellara aveva già 29 anni al momento del suo quarto titolo, Martin addirittura 31. Ci si chiede già quanti titoli riuscirà a conquistare Evenepoel. La loro egemonia non è mai stata così grande come quella del loro successore belga oggi.
Poi, in una cronometro infrasettimanale, Cancellara si è fatto battere all’improvviso da un certo Boasson Hagen o da Kim Kirchen. Oppure sono spuntati all’improvviso Chris Froome o Bradley Wiggins a rendere la vita difficile a Martin. Ancora una volta, cosa che non si può dire di Remco Evenepoel. Se si esclude l'atipica cronoscalata del Tour dello scorso anno – molto più simile a una tappa di montagna che a una cronometro – Evenepoel è letteralmente imbattibile sin dalla medaglia d’oro conquistata alle Olimpiadi di due anni fa – un altro trofeo del genere.
Ma forse il segno più evidente della sua storica onnipotenza è proprio questo: il fatto che oggi gli avversari nemmeno pensino di poter vincere se Evenepoel è ancora al via. O forse avete sentito qualcuno la scorsa settimana affermare di sognare l’oro? La maggior parte nemmeno ci prova più. Dove sono i nomi nuovi? Dov’è quella forza giovane che possa anche solo mettere Evenepoel alle strette? A Montréal, il trentenne Filippo Ganna è stato ancora una volta il suo avversario più agguerrito. Ma sì, rivale? Un tempo annunciavamo i duelli tra Evenepoel e Ganna come una «sfida all’ultimo sangue». Anche lì abbiamo smesso da un po’. 57 secondi di differenza. Secondo un cliché del ciclismo – per quanto poco applicabile alle prove a cronometro – con un distacco del genere nemmeno si finisce nella foto.
Messi, Ronaldo o forse Pelé nel calcio? Djokovic, Federer o il vecchio Sampras nel tennis? Merckx o Pogacar nelle classiche e nei giri a tappe? Là il dibattito può ancora infuriare per un po’. Nelle prove a cronometro la discussione è chiusa. Il GOAT è Remco Evenepoel, 26 anni, di Schepdaal.
Commenti
Posta un commento