“De volgende dagen mogen jullie gerust ook een truitje meepakken”
© DARIO BELINGHERI Van start tot finish de snelste.
«Als het lang duurt voor Remco na zijn start weer gaat zitten,
weet ik dat hij goed is. Kijk maar na:
hij is van alle renners het langst blijven rechtstaan»
- Patrick Evenepoel
Vader van Remco wist al na 20 meter dat het goed zit
«Remco reed op een nieuw frame.
Alles was nieuw, tot de olieleidingen toe.
Laten we zeggen dat ik pas gerust was toen Remco over de streep reed»
- Dario Kloeck
Mechanieker
22 Sep 2026
Het Belang van Limburg
Zondagmiddag 14.30 uur plaatselijke tijd aan het Parc JeanneMance in Montréal. Remco Evenepoel is twintig meter ver in zijn tijdrit en vader Patrick weet al dat het goed zit. Hij ziet hoe zijn zoon even knipoogt bij het passeren, terwijl hij nog altijd recht op de pedalen staat.
“Als het lang duurt voor Remco na zijn start weer gaat zitten, weet ik dat hij goed is”, zegt Patrick. “Kijk maar na: hij is van alle renners het langst blijven rechtstaan.”
In de volgwagen achter Evenepoel rijdt bondscoach Serge Pauwels, met naast hem in de passagiersstoel Red Bull-ploegleider Klaas Lodewyck. Mechanieker Dario Kloeck zit op de achterbank.
In de auto weten ze niet goed hoe ze de eerste kilometers van Evenepoel moeten inschatten. Vooraf is met de simulatietool van Red Bull – BORA – hansgrohe een pacing plan opgesteld, maar of Evenepoel daar nu onder of boven zit? “De start was heel technisch met veel bochten”, zegt Lodewyck.
“Dan is het moeilijk om echt zicht te hebben op vermogens of snelheid. We hadden wel het gevoel dat Remco stevig vertrokken was.”
Excel-document
Het eerste tussenpunt is er pas na 10,5 kilometer, maar de Belgische federatie heeft na vijf kilometer al een eigen mannetje staan. Bram De Meulenaere is verzorger bij Red Bull – BORA – hansgrohe. Op dit WK is hij aan de slag voor Nieuw-Zeeland, maar omdat zij geen tijdrijders hebben, kan hij bijspringen bij de Belgen.
De opdracht van De Meulenaere is nog best complex. Telkens als er een favoriet bij hem passeert, neemt hij een screenshot van de wereldklok. Die foto stuurt hij vervolgens naar de mensen van de Belgische bond.
Serge Pauwels: “De exacte tijd die Bram doorstuurt, wordt ingegeven in een Excel-bestand. Via een automatische berekening zien we dan de onderlinge verschillen tussen alle renners.”
Excel brengt goed nieuws: Evenepoel heeft na vijf kilometer al tien seconden voorsprong op Jakob Söderqvist. Filippo Ganna volgt nog een heel eind verder. Bij het eerste officiële tussenpunt op de Rue Estacade du Champlain ligt de Italiaan al drieëntwintig seconden achter.
Nieuw frame
In de volgwagen is de spanning te snijden. Mechanieker Dario Kloeck is beducht voor materiaalpech. “Remco reed op een nieuw frame”, vertelt hij. “Dat kwam pas vier dagen voor de start toe. Ik heb de fiets deze week helemaal moeten opbouwen. Remco heeft er vrijdag voor het eerst mee getraind en zaterdag ook de verkenning mee gedaan. Er moest niets meer aan veranderd worden, wat heel positief was. Maar een wedstrijd is nog anders, dan komt er nog zoveel meer power op het materiaal. Alles was nieuw, tot de olieleidingen toe. Laten we zeggen dat ik pas gerust was toen Remco over de streep reed.”
Lodewyck geeft in de volgauto de commando’s over de radio. Dat gebeurt zoals Evenepoel het graag heeft, met zo weinig mogelijk woorden. “We hebben daarin onze routine”, geeft Lodewyck aan. “Ik zeg bijvoorbeeld: driehonderd meter, negentig graden, uit.” Dat is respectievelijk de afstand tot de bocht, de hoek die de bocht maakt en de positie die Evenepoel moet aanhouden: in of uit de beugel.
“In het begin geef je veel tijdsverschillen door”, zegt Lodewyck. “Naar het einde toe bewaar ik zoveel mogelijk de radiostilte. Je weet dat een renner op dat moment pijn lijdt. Wat je zegt, leidt alleen af of komt niet meer goed binnen.” Bondscoach Pauwels omschrijft de communicatie tussen Lodewyck en Evenepoel als “heel sec en procesmatig. Een beetje zoals je een hond bevelen geeft. (lacht) Remco heeft het graag op die manier.”
Radiocommunicatie is in de tijdrit eenrichtingsverkeer. Evenepoel zelf kan niks laten weten. Het draagt bij aan de suspense. “Misschien was de tijdrit voor de kijkers niet zo spannend”, vertelt Pauwels. “Maar in de auto ben je voortdurend op je hoede. Wij rijden een eind achter Remco aan. Bij elke bocht verdwijnt hij even uit het zicht. Hij kan zelf niets laten weten. Dus met ons drieën zijn wij voortdurend heel alert: ‘Oké, hij is er goed doorheen gekomen’. Het is snel gebeurd: kijk naar de valpartij van Jakob Söderqvist helemaal op het einde.”
Schrikmomentje
Bij Evenepoel lijkt er ook even zo’n dramatisch moment in de maak. In het laatste kwart van de koers, vlak voor de U-bocht op de Rue Notre Dame, vertraagt hij nadrukkelijk. In die mate dat de televisie het nadien nog eens in slow motion herhaalt. Overal gaan alarmbellen af: de speaker op het parcours vraagt zich met luide stem af: ‘Is hier een Montréal-drama in de maak?’
In de volgwagen kijken ze naar de koers op Sporza. “Ik denk dat Renaat Schotte iets riep als ‘oei, oei, oei’’’, zegt Lodewyck. “Hij dacht aan een lekke band. Gelukkig komt die feed bij ons met vertraging binnen. Wij waren al voorbij die U-bocht en wisten al dat er niks aan de hand was. Wij waren nooit in paniek.” Waarom Evenepoel dan vertraagde? Het antwoord komt van Kloeck op de achterbank. Hij weet dat er afspraken zijn over het verzet waarmee Evenepoel uit de bocht moet komen. “Remco wilde zich ervan vergewissen dat hij zeker op het juiste kroontje lag.”
Champagnemoment
Bij het derde tussenpunt is er al lang geen twijfel meer dat Evenepoel het zal halen. Hij ligt meer dan achtenveertig seconden voor op Filippo Ganna, die zich na zijn trage start wel goed heeft herpakt. Toch is Evenepoel op elk stuk van het parcours zijn Italiaanse uitdager de baas. Hij is de snelste in het technische begin, maar ook in het vlakke stuk met lange kilometers rechtdoor. Ganna raakt er enigszins gedesillusioneerd door. “Ik reed mijn beste vijfenveertigminutenwaarde ooit”, merkt hij op aan de finish. Zijn achterstand daar bedraagt uiteindelijk zevenenvijftig seconden.
Evenepoel snapt de ontgoocheling: “Ik kan begrijpen dat hij de hoop verliest, zeker op dit vlakke parcours waarop hij in principe in het voordeel is. Maar dat hij zijn beste waarde ooit reed? Als ik win, zegt Filippo altijd dat hij zijn beste waardes heeft gereden. (lacht)”
Aan de finish viert Evenepoel tijdritwereldtitel nummer vier met het verrekijker-gebaar dat hij ook in Québec etaleerde. Is hij nu de beste tijdrijder ooit? Evenepoel wil het niet gezegd hebben: "Daarvoor zal ik volgend jaar nog een vijfde titel moeten winnen."
Na het podium gaat onze land- genoot op de foto met iedereen uit zijn vaste entourage: mama Agna, echtgenote Oumi en ver- zorger David Geeroms passeren de revue. Opvallend: osteo An- thony Pauwels, de broer van de bondscoach, steekt bij zijn foto-moment met Remco geen vier, maar vijf vingers op. "Een inside joke", legt hij uit. "Serge en ik zijn de enige mensen van de staf die bij alle wereldtitels van Remco waren. Vier in het tijdrijden en één op de weg. Elk jaar maken we een nieuwe foto, met een opge- stoken vinger meer. Als je die naast elkaar legt, is dat zo'n 'zoek de tien verschillen'-achtig iets. (lacht)"
"Dat Ganna zijn beste waarde ooit reed?
Als ik win, zegt Filippo altijd dat hij zijn beste waardes heeft gereden"
- Remco Evenepoel
Fast forward naar het champag- ne-moment dat omstreeks 19.15 uur plaatsvindt in Hotel Mortag- ne, de vaste verblijfsplaats van de Belgen in Montréal. In zijn over- winningsspeech maakt bonds- coach Pauwels een enigszins ge- waagd grapje. Hij vertelt dat hij Evenepoel donderdag nog een ap- pje stuurde, maar pas drie uur la ter antwoord kreeg. "Remco ex- cuseerde zich later: 'Sorry coach, ik had mijn gsm opzijgelegd. We waren met de ploegmaats Risk aan het spelen"."
Mens erger je niet
Metgevoel voortiming komt Pau- wels tot zijn punt: "Vandaag speelde hij een ander gezel-wegtrapte bij een fietswissel. Evenepoel kan het grapje wel smaken.
Zelf worstelt de viervoudige wereldkampioen een beetje met de kurk van de champagnefles. Die blijkt niet echt van kurk, maar welvan plastic te zijn. "On- ze Europese flessen zijn beter". laat hij aan de hotelmanagerwe- ten. "Die knallen echt."
Evenepoel deelt de glazen uit, eerst aan de vrouwen in de zaal. In zijn speech richt hij zich voor- al tot de vele jeugdrenners die mee aan tafel zitten: "De volgende dagen mogen jullie gerust ook een truitje meepakken. Ik hoop dat ik jullie van- daag een beetje heb geïnspireerd."
***
© REUTERS
De jetlag zou Van Aert zondag geen parten meer mogen spelen.
Van Aert en Van der Poel pas vandaag naar Canada
“Niemand moet zich ongerust maken, iemand als Van Aert zal tegen zondag helemaal aangepast zijn”
Kris Van der Mieren Bondsdokter
22 Sep 2026 - Het Belang van Limburg
Wim Vos
Het is een bekende formule voor wie een jetlag vreest. Wie een tijdsverschil van zes uur moet overbruggen, heeft zes dagen om zijn jetlag te verteren. Een dag per uur. Dus maakten wij de som: Van Aert en Van der Poel komen vandaag in Canada aan. Is dat dan wel op tijd? “Ja”, zegt bondsdokter Van der Mieren. “Topatleten kunnen altijd wat meer. Ook hier.”
Even tellen. Rond 11 uur vanochtend Canadese tijd landen Van Aert, Van der Poel, Thibau Nys, Gianni Vermeersch en Quinten Hermans in Montréal. Dan zal het al 17 uur in België zijn. Met de start van de wegrit zondag om klokslag 9 uur Canadese tijd, geeft hen dat vijf dagen om de jetlag achter zich te laten? Vijf dagen om zes uur te overbruggen? Is dat dan geen dag te weinig? Zeker voor iemand die zondag op het toppunt van zijn kunnen wordt verwacht?
“Voor de doorsnee mens mag je zo rekenen”, bevestigt Kris Van der Mieren, sportarts en lid van de Belgische delegatie in Montréal. “En ik wil de kwestie ook zeker niet minimaliseren. Ons slaap- en waakritme is door onze hersenen vrij secuur geregeld. Schuift dat allemaal zes uur op, is dat allemaal flink ontregeld. Concreet: de wegrit komt zondag rond 16 uur aan. Stel dat je dan nog volledig in je Europese ritme zit, zal je lichaam denken dat het al 22 uur is. Kortom: het maakt zich klaar voor de nacht, gaat minder cortisol produceren, minder testosteron ook, gaat al in recuperatiemodus… En ja, dat heeft zonder twijfel een impact. Dat is niet ideaal om zware inspanningen te leveren. Alleen spreken we hier wel over topatleten. En alle studies wijzen uit dat die zo’n jetlag veel sneller verteren. Dan spreek je niet van één dag per uur, wel van één dag per anderhalf of twee uur. Dus niemand moet zich ongerust maken: misschien dat sommigen de eerste dagen wat flauwe benen zullen hebben, maar iemand als Van Aert zal tegen zondag helemaal aangepast zijn.”
Bovendien zijn er ook manieren om nog voor je vertrek op die jetlag te anticiperen, zegt Van der Mieren. De wielerbond belegde om die reden maanden geleden al een vergadering met de trainers van Belgian Cycling. Samen werd een schema opgesteld om zo goed mogelijk voorbereid naar Canada af te zakken en niet ‘abrupt’ van de ene tijdszone in de andere te belanden. Van der Mieren: “Dat is allemaal niet zo ingewikkeld, hoor. Ga de dagen vooraf al een uurtje vroeger slapen, schuif je eetpatroon wat naar voren op… Zo win je kostbare tijd in Canada.”
Businesszitje
Wat uiteraard ook helpt: een kommerloze vlucht. Voor Van Aert en Van der Poel betekent dat straks een zitje in business. Let wel: die meerkost betaalt alvast Van Aert zelf. De Belgische wielerbond voorziet standaard zitjes in economy-klasse. Onder meer Thibau Nys heeft daar voldoende aan. Voor de duur van de vlucht heeft de bondsdokter geen direct advies. Wel slapen of net niet slapen? “Wie als renner gewoon is om thuis overdag ook een dutje doen, mag dat gerust ook in het vliegtuig doen.”
Waar de bondsdokter weinig heil in ziet: allerhande modernistische snufjes à la zogenaamde anti-jetlagbrillen. Dat zijn brillen die een blauw licht genereren en de biologische klok artificieel kunnen bijsturen. Onder meer Anderlecht maakte er onlangs, bij zijn vlucht naar Almaty in het negen tijdszones verderop gelegen Kazachstan, nog gebruik van. “Mijn advies: pas eerst de basisregels toe”, repliceert Van der Mieren. “Dan voegen dit soort snufjes weinig toe.”
***
© DARIO BELINGHERI
Il più veloce dall’inizio alla fine.
“Nei prossimi giorni potete tranquillamente portare con voi anche una maglietta”
«Se Remco impiega molto tempo a rimettersi in sella dopo la partenza,
so che sta andando bene. Guardate voi stessi:
è quello che è rimasto in piedi più a lungo tra tutti i corridori»
- Patrick Evenepoel
Il padre di Remco sapeva già dopo 20 metri che sarebbe andata bene
«Remco correva con un telaio nuovo.
Tutto era nuovo, persino le guaine dei freni.
Mi sono tranquillizzato solo quando
Remco ha tagliato il traguardo»
- Dario Kloeck
(cugino e) meccanico di Remco Evenepoel
22 settembre 2026
Het Belang van Limburg
Domenica pomeriggio, 14.30 ora locale, al Parc Jeanne-Mance di Montréal. Remco Evenepoel ha percorso appena venti metri nella sua cronometro e suo padre Patrick sa già che andrà tutto bene. Vede suo figlio fargli un occhiolino mentre passa, pur rimanendo in piedi sui pedali.
«Se Remco impiega molto tempo a rimettersi in sella dopo la partenza, so che sta andando bene», dice Patrick. «Guarda un po’: tra tutti i corridori, è quello che è rimasto in piedi più a lungo».
Nell’ammiraglia al seguito dietro Evenepoel c’è il commissario tecnico belga Serge Pauwels, con accanto sul sedile del passeggero il direttore sportivo della Red Bull, Klaas Lodewyck. Il meccanico (e cugiono di Remco, ndr) Dario Kloeck è seduto sul sedile posteriore.
In auto non sanno bene come valutare i primi chilometri di Evenepoel. In precedenza era stato elaborato un piano di ritmo con lo strumento di simulazione della Red Bull-BORA-hansgrohe, ma Evenepoel si trova al di sotto o al di sopra di quel ritmo? “La partenza è stata molto tecnica, con molte curve”, dice Lodewyck. «In questi casi è difficile avere un quadro preciso della potenza o della velocità. Avevamo comunque la sensazione che Remco fosse partito bene».
Documento Excel
Il primo punto di rilevamento si trova solo dopo 10,5 chilometri, ma la federazione belga ha già un proprio osservatore posizionato dopo cinque chilometri. Bram De Meulenaere è assistente tecnico presso la Red Bull – BORA – hansgrohe. In questi Mondiali lavora per la Nuova Zelanda, ma poiché questa squadra non ha cronoman, può dare una mano ai belgi.
Il compito di De Meulenaere è piuttosto complesso. Ogni volta che un favorito gli passa davanti, scatta uno screenshot dell’orologio mondiale. Invia poi quella foto ai responsabili della federazione belga.
Serge Pauwels: «Il tempo esatto che Bram ci invia viene inserito in un file Excel. Grazie a un calcolo automatico, possiamo poi vedere le differenze tra tutti i corridori».
Excel porta buone notizie: dopo cinque chilometri, Evenepoel ha già dieci secondi di vantaggio su Jakob Söderqvist. Filippo Ganna segue ancora molto più indietro. Al primo punto intermedio ufficiale sulla Rue Estacade du Champlain, l’italiano è già indietro di ventitré secondi.
Nuovo fotogramma
Nella vettura di scorta la tensione è palpabile. Il meccanico Dario Kloeck teme un guasto al materiale. «Remco correva con un telaio nuovo», racconta. «È arrivato solo quattro giorni prima della partenza. Questa settimana ho dovuto montare la bici da zero. Remco si è allenato con quella per la prima volta venerdì e sabato ha fatto anche il sopralluogo. Non c’era più nulla da modificare, il che è stato molto positivo. Ma una gara è tutta un’altra cosa: il materiale viene sottoposto a una forza molto maggiore. Tutto era nuovo, persino le guaine dell’olio (dei freni a disco, ndr). Diciamo che mi sono tranquillizzato solo quando Remco ha tagliato il traguardo.»
Lodewyck impartisce le indicazioni via-radio dall'ammiraglia. Lo fa come piace a Evenepoel, con il minor numero possibile di parole. «Abbiamo la nostra routine in questo», spiega Lodewyck. «Ad esempio dico: trecento metri, novanta gradi, fuori.» Si tratta rispettivamente della distanza dalla curva, dell’angolo della curva e della posizione che Evenepoel deve mantenere: dentro o fuori dalla curva.
«All’inizio comunichi molte differenze sui tempi», dice Lodewyck. «Verso la fine mantengo il silenzio radio il più possibile. Sai che in quel momento un corridore sta soffrendo. Quello che dici lo distrae o non viene più recepito bene». Il Ct Pauwels descrive la comunicazione tra Lodewyck ed Evenepoel «molto concisa e procedurale. Un po’ come quando dài gli ordini a un cane. (ride) A Remco piace così».
Nella cronometro, la comunicazione radio è a senso unico. Evenepoel non può comunicare nulla. Questo contribuisce a creare suspense. «Forse la cronometro non è stata così emozionante per gli spettatori», racconta Pauwels. «Ma in auto si è costantemente all’erta. Noi lo seguiamo a una certa distanza da Remco. A ogni curva scompare per un attimo dalla nostra vista. Lui non può farci sapere niente. Quindi noi tre siamo costantemente molto attenti: ‘OK, ce l’ha fatta senza problemi’. Succede in un attimo: guardate la caduta di Jakob Söderqvist proprio alla fine.”
Un momento di paura
Anche per Evenepoel sembra profilarsi un momento così drammatico. Nell’ultimo quarto di gara, poco prima della curva a U in Rue Notre Dame, rallenta nettamente. A tal punto che la televisione lo ripropone in seguito al rallentatore. Ovunque suonano i campanelli d’allarme: lo speaker sul percorso si chiede ad alta voce: «Si sta consumando un dramma a Montréal?»
In ammiraglia guardano la gara su Sporza. «Credo che Renaat Schotte abbia gridato qualcosa del tipo “oh oh oh”», dice Lodewyck. «Pensava a una foratura. Per fortuna quel feed ci arriva in differita. Avevamo già superato quella curva a U e sapevamo già che non c’era nulla di cui preoccuparsi. Non siamo mai stati in preda al panico». Perché allora Evenepoel ha rallentato? La risposta arriva da Kloeck, sul sedile posteriore. Sa che ci sono delle indicazioni precise sulla resistenza con cui Evenepoel deve uscire dalla curva. “Remco voleva assicurarsi di essere sulla corona giusta.”
Momento da champagne
Al terzo punto intermedio non c’è più alcun dubbio che Evenepoel ce la farà. Ha più di quarantotto secondi di vantaggio su Filippo Ganna, che dopo una partenza "lenta" è riuscito a recuperare bene. Tuttavia, Evenepoel ha la meglio sul suo sfidante italiano in ogni tratto del percorso. È il più veloce nella parte iniziale tecnica, ma anche nel tratto pianeggiante con lunghi chilometri in rettilineo. Ganna ne esce un po’ deluso. «Ho fatto il mio miglior tempo sui quarantacinque minuti di sempre», osserva al traguardo. Il suo distacco lì ammonta alla fine a cinquantasette secondi.
Evenepoel capisce la delusione: «Posso capire che perda le speranze, soprattutto su questo percorso pianeggiante dove in teoria è avvantaggiato. Ma che abbia fatto il suo miglior tempo in assoluto? Quando vinco, Filippo dice sempre di aver fatto i suoi tempi migliori (ride)».
All’arrivo, Evenepoel festeggia il quarto titolo mondiale a cronometro con il gesto del binocolo che aveva sfoggiato anche al Québec. È ora il miglior cronoman di sempre? Evenepoel non vuole sbilanciarsi: «Per dirlo, dovrò vincere un quinto titolo l’anno prossimo».
Dopo il podio, il nostro connazionale posa per una foto con tutti i membri del suo entourage abituale: la mamma Agna, la moglie Oumi e l’assistente David Geeroms sfilano uno dopo l’altro. Da notare: l’osteopata Anthony Pauwels, fratello del commissario tecnico, durante la foto con Remco non alza quattro, ma cinque dita. «È una battuta tra noi», spiega. «Serge e io siamo gli unici membri dello staff ad aver assistito a tutti i titoli mondiali di Remco. Quattro nella cronometro e uno su strada. Ogni anno scattiamo una nuova foto, con un dito in più alzato. Se le metti una accanto all’altra, è un po’ come un gioco del tipo ‘trova le dieci differenze’ (ride)”.
“Che Ganna abbia fatto il suo miglior tempo di sempre?
Quando vinco, Filippo dice sempre di aver fatto il suo miglior tempo»
- Remco Evenepoel
Avanti veloce al momento dello champagne che si svolge verso le 19.15 all’Hotel Mortagne, il luogo di soggiorno abituale dei belgi a Montréal. Nel suo discorso celebrativo, il Ct della nazionale Pauwels fa una battuta un po’ azzardata. Racconta di aver mandato un messaggio a Evenepoel giovedì, ma di aver ricevuto risposta solo tre ore dopo. «Remco si è scusato in seguito: “Scusa, coach, avevo messo da parte il cellulare. Stavamo giocando a “Non ti arrabbiare” con il compagno di squadra Risk”».
Non ti arrabbiare
Con un certo senso dell’umorismo, Pauwels arriva al punto: «Oggi ha giocato un altro gioco di società durante un cambio di bici». Evenepoel prende bene la battuta.
Il quattro volte campione del mondo fa un po’ fatica con il tappo della bottiglia di champagne. Si scopre che non è proprio di sughero, ma di plastica. «Le nostre bottiglie europee sono migliori», fa notare al direttore dell’hotel. «Quelle sì che fanno un bel botto».
Evenepoel distribuisce i bicchieri, prima alle donne presenti nella sala. Nel suo discorso si rivolge soprattutto ai numerosi giovani corridori seduti al tavolo: «Nei prossimi giorni potete tranquillamente mettervi anche voi una maglietta da ciclista. Spero di avervi ispirato un po’ oggi».
***
Il jet lag non dovrebbe più dare fastidio a Van Aert domenica.
Van Aert e Van der Poel partiranno solo oggi per il Canada
«Nessuno deve preoccuparsi, uno come Van Aert
si sarà completamente adattato entro domenica»
- Kris Van der Mieren, medico della nazionale
22 settembre 2026 - Het Belang van Limburg
Wim Vos
È una formula ben nota a chi teme il jet lag. Chi deve superare un fuso orario di sei ore ha sei giorni per superare il jet lag. Un giorno per ogni ora. Abbiamo quindi fatto i conti: Van Aert e Van der Poel arrivano oggi in Canada. Ma in tempo? «Sì», afferma il medico della federazione Van der Mieren. «Gli atleti di alto livello riescono sempre a dare un po’ di più. Anche in questo caso.»
Facciamo due conti. Verso le 11 di questa mattina, ora canadese, Van Aert, van der Poel, Thibau Nys, Gianni Vermeersch e Quinten Hermans atterreranno a Montréal. A quel punto in Belgio saranno già le 17. Con la partenza della tappa su strada domenica alle 9 in punto, ora canadese, avranno cinque giorni per superare il jet lag? Cinque giorni per colmare sei ore di fuso orario? Non è forse un giorno di troppo poco? Soprattutto per chi domenica dovrà dare il massimo?
«Per la persona media si può ragionare in questi termini», conferma Kris Van der Mieren, medico sportivo e membro della delegazione belga a Montréal. «E non voglio certo minimizzare la questione. Il nostro ritmo sonno-veglia è regolato in modo piuttosto preciso dal nostro cervello. Se tutto questo si sposta di sei ore, il ritmo ne risente notevolmente. In concreto: il volo arriverà domenica intorno alle 16. Supponiamo che a quell’ora tu sia ancora completamente nel tuo ritmo europeo: il tuo corpo penserà che siano già le 22. In breve: si prepara per la notte, produce meno cortisolo, meno testosterone, entra già in modalità di recupero… E sì, questo ha un impatto. Non è l’ideale per affrontare sforzi intensi. Ma stiamo parlando di atleti di alto livello. E tutti gli studi dimostrano che questi ultimi superano il jet lag molto più rapidamente. Non si parla quindi di un giorno per ogni ora, ma di un giorno ogni ora e mezza o due ore. Quindi nessuno deve preoccuparsi: forse alcuni avranno le gambe un po’ molli nei primi giorni, ma uno come Van Aert si sarà completamente adattato entro domenica.”
Inoltre, ci sono anche modi per anticipare il jet lag prima ancora della partenza, afferma Van der Mieren. Per questo motivo, già mesi fa la Federazione ciclistica ha organizzato una riunione con gli allenatori della Belgian Cycling. Insieme è stato elaborato un programma per recarsi in Canada il più preparati possibile ed evitare di passare “bruscamente” da un fuso orario all’altro. Van der Mieren: «Non è poi così complicato, in realtà. Basta andare a dormire un’ora prima nei giorni precedenti e anticipare leggermente i pasti… In questo modo si guadagna tempo prezioso in Canada».
Posto in business class
Ciò che aiuta è anche un volo senza intoppi. Per Van Aert e Van der Poel questo significa che presto avranno un posto in business class. Attenzione però: quel costo aggiuntivo lo paga Van Aert di tasca propria. La Federazione ciclistica belga prevede di norma posti in classe economica. A Thibau Nys, tra gli altri, questo basta. Per quanto riguarda la durata del volo, il medico della federazione non ha consigli specifici. Meglio dormire o stare svegli? «Chi, come corridore, è abituato a fare un pisolino durante il giorno anche a casa, può tranquillamente farlo anche in aereo».
Ciò in cui il medico della federazione non vede grande utilità sono i vari gadget alla moda, come i cosiddetti occhiali anti-jet lag. Si tratta di occhiali che generano una luce blu e possono regolare artificialmente l’orologio biologico. Tra gli altri, l’Anderlecht ne ha fatto uso di recente, durante il volo per Almaty, in Kazakistan, a nove fusi orari di distanza. «Il mio consiglio: applicate prima le regole di base», ribatte Van der Mieren. «In quel caso, questo genere di espedienti non aggiunge granché.»
Commenti
Posta un commento