Van afgeschreven wielrenner tot de verrassende winnaar van de Vuelta
De carrière van Enric Mas (31) leek als een nachtkaars uit te gaan. In zijn tiende seizoen als wielerprof wint hij de Vuelta.
"In de rode trui bleek Enric Mas aanvallend
en vol zelfvertrouwen te kunnen koersen"
14 Sep 2026 - NRC
Thijs Niemantsverdriet
AMSTERDAM - Enric Mas kwam nauwelijks uit zijn woorden, afgelopen zaterdag na afloop van de etappe naar Collado del Alguacil. Voor de camera van Eurosport mompelde hij dat hij de laatste kilometers had afgeteld, bedankte zijn ploeggenoten en zei: „Ik heb me niet eerder zo gevoeld in mijn leven.” Het interview duurde niet langer dan een minuut.
Mas had zojuist de eindzege in de Vuelta veiliggesteld, in een loodzware bergrit in Sierra Nevada. Zondagavond kwam hij in Granada over de finish als winnaar van de 81e Vuelta a Espana – met een voorsprong van 2 minuten en 15 seconden op nummer twee Primož Roglič.
Mas’ triomf komt op een moment dat niemand – inclusief, vermoedelijk, hijzelf – er meer in geloofde dat hij ooit nog eens een grote ronde zou winnen. Zijn carrière zat in het slop de laatste seizoenen.
Vier jaar lang wist hij geen enkele wedstrijd te winnen, deelnames aan de Giro d’Italia, Tour de France en Vuelta liepen telkens uit op een teleurstelling. Van de grote verwachtingen bij zijn debuut in het peloton – hier reed de opvolger van de grote Spaanse kampioenen Alejandro Valverde en Alberto Contador – was weinig meer over.
Maar in zijn tiende seizoen als profrenner was het lot Mas gunstig gezind. In de achtste etappe van de Vuelta kwam vijfvoudig Tourwinnaar Tadej Pogačar, vanaf dag één onbedreigd op weg naar de eindzege, hard ten val. Einde Vuelta voor de Sloveen. Als nummer twee in het klassement kreeg Mas de rode trui om zijn schouders – en stond hem in de resterende twee weken niet meer af.
Niet bestand tegen de druk
Zijn eerste drie seizoen als wielerprof reed Mas, geboren en getogen op Mallorca, voor de Belgische ploeg Quick-Step. Hij werd daar binnengehaald als „de hoop voor het algemeen klassement”, zegt Michael Mørkøv, in die jaren zijn ploeggenoot. De Deense oud-renner zag bij Mas een opvallende combinatie van „nederigheid en zelfvertrouwen”, zegt hij. „Hij was zeer professioneel, lette op alle details.” In zijn tweede seizoen als prof werd hij tweede in de Vuelta.
In 2020 stapte Mas over naar de Spaanse formatie Movistar, waar zijn ontwikkeling stagneerde. Hij eindigde nog twee keer als tweede in de Vuelta, maar de gehoopte opvolger van Valverde en Contador werd hij nooit. Mas bleek niet bestand tegen de druk van pers en publiek in Spanje en worstelde na een ernstige valpartij met angst voor het dalen. De Tour de France van 2022 was om die reden „een ramp”, vertelde hij aan Cycling News. „Ik kan hem beter uit mijn geheugen wissen, het was afschuwelijk van begin tot eind.” Later overwon Mas zijn daalangst met behulp van een psycholoog.
Een andere belemmerende factor voor succes was Mas’ ploeg. Het Spaanse Movistar is een collectief in verval, zoals pijnlijk blijkt uit de documentaireserie El día menos pensado. Botsende ego’s, achterhaalde trainingsvormen en een compleet gebrek aan wedstrijdtactiek maakten Movistar de laatste jaren regelmatig tot het lachertje van het peloton. Desondanks bleef Mas de ploeg trouw.
Bij deze Vuelta waren de verwachtingen rond Mas opnieuw laag. Maar wie goed oplette, zag dat hij goed in zijn vel zat. Aan El País vertelde hij bij de start dat hij na al die moeizame jaren, „opnieuw geniet van het lijden”. En in de eerste week deed hij iets waarin vrijwel geen enkele renner de afgelopen jaren slaagde: hij haalde Pogačar bij in een klim.
Toen Pogačar twee dagen later moest afstappen en Mas de rode trui kreeg, was een eindzege nog verre van zeker: het verschil met de nummer zes in het algemeen klassement bedroeg slechts 2:22 minuut. In de twee weken die volgden, bouwde Mas stapsgewijs zijn voorsprong op de concurrentie uit. In de 12e etappe naar de Calar Alto in de Sierra Nevada pakte hij bijna een halve minuut op zijn voornaamste rivalen Primož Roglič en Felix Gall. Twee dagen later wist hij Roglič op de slotklim naar Sierra de la Pandera nog eens 25 seconden aan te smeren.
Op die manier verzamelde Mas genoeg voorsprong om afgelopen donderdag stand te kunnen houden in de tijdrit, een discipline die hij niet bijzonder goed beheerst. In de 32,5 kilometer tegen de klok naar Jerez de la Frontera steeg Mas boven zichzelf uit: slechts iets meer dan een halve minuut gaf hij prijs aan Roglič. Tijdens de koninginnenrit van zaterdag kwam zijn eerste plek niet meer in gevaar.
In de rode trui bleek Mas iets te kunnen wat hij al jaren – en misschien wel nooit eerder – had laten zien: aanvallend en met zelfvertrouwen koersen, zonder te bezwijken onder de druk. Veelzeggend voor zijn flow was het moment in de twaalfde etappe waarin Mas – doorgaans niet de meest behendige coureur – achteloos een steentje van het asfalt tikte met zijn voorwiel.
‘Geboren superster’
Misschien wel nóg opvallender was hoe goed zijn ploeg ineens reed. Met Mas als klassementsleider bleek Movistar ineens intelligent en gedisciplineerd te kunnen koersen. In de rit naar Calar Alto werd Raúl García Pierna als ‘satellietrenner’ mee vooruit gestuurd in de ontsnapping van de dag, om zijn kopman Mas later in de slotklim te kunnen bijstaan – een tactiek die de ploeg nog een aantal keer zou herhalen. „Als een team de leiding heeft, zie je vaak dat het makkelijker gaat”, zegt Michael Mørkøv. „Met een belangrijk doel is het eenvoudiger om iedereen bij de les te houden en een duidelijke taak te geven.”
De herrijzenis van Mas, zegt Mørkøv, komt voor hem niet echt als een verrassing. Achter de jarenlang ondermaats presterende renner ging in zijn beleving „een kalm en zelfverzekerd persoon” schuil. „Hij is een geboren superster. Eerlijk gezegd was ik meer verrast dat hij al die jaren niet meedeed met de absolute top. Hoe hij nu rijdt, past veel meer bij hem.”

Commenti
Posta un commento