De imaginaire gesprekken van Virgil


Je zult maar een jonge voetballer zijn en die bagger over je heen krijgen

26 Sep 2026 - NRC
MARIJN DE VRIES

In mijn hoofd voer ik veel imaginaire gesprekken. Als ik in bed lig, of op de fiets zit, dan ontspint het zich automatisch en zit ik in gedachten ineens midden in een dialoog met iemand die ik graag de waarheid eens zou zeggen. Of ik herkauw een gesprek dat ik al gevoerd heb, bedenk wat ik beter had kunnen zeggen, of beter niet had kunnen zeggen. Heeft iedereen dat?

Virgil van Dijk wel, denk ik. Aan de blik in zijn ogen, aan zijn bedachtzaamheid, aan de manier waarop hij op zijn lip bijt kun je het zien, tijdens de persconferentie in aanloop naar Nederland-duitsland. De aanvoerder van het Nederlands elftal, de bijna honderdvoudig international, de vaste waarde bij zijn club Liverpool: het kan haast niet anders dan dat hij het gesprek dat zich voor het oog van de camera ontvouwt al vele malen in zijn hoofd gevoerd heeft.

Hij oogt doodkalm en kijkt Valentijn Driessen van De Telegraaf, die al even aan het dreinen en drenzen is, recht aan. Die zegt: „Ik vind dat jij niet bent zoals je normaal bent met persconferenties”. „Nee?”, vraagt Virgil. „Nee, je bent een beetje kortaf. Alsof het je nog steeds dwars zit, de verhouding met de media”. Gaat zijn hartslag omhoog nu hij eindelijk repliek kan geven? Bij mij zou dat gebeuren. „Met heel veel media heb ik geen problemen, nooit gehad. Maar als er onzin de wereld in wordt gestuurd, wat moet ik daar dan mee?”, antwoordt Virgil op de vraag die geen vraag is.

Hoe vaak merkte hij de afgelopen maanden op onbewaakte ogenblikken dat hij dit gesprek al voerde, in gedachten? Onder de douche, of in de auto. „Luister, meneer de journalist, met je toon waar de honden geen brood van lusten. Waar ben je eigenlijk op uit als je zegt dat ik het Nederlandse voetbal heb kapotgemaakt op het WK? Op een rel? Op clicks? Op likes? Krijg je er extra voor betaald? Of is het echt alleen je ego?”

Als ik Virgil van Dijk was, zou het gesprek in mijn hoofd zo gaan. „Waarom zie je het verschil niet tussen inhoudelijke kritiek op ons spel, en een persoonlijke aanval aan mijn adres? Of zie je dat wel en doe je het expres, uit effectbejag?” In andere versies zou ik in mijn hoofd helemaal geen antwoord geven. De zuigende journalist gewoon negeren. Of nog veel korter reageren, met alleen maar „ja” en „nee”.

Legitieme kritiek, daar is niks mis mee, maar het slaat steeds vaker door in uitlokken, zei Van Dijk begin dit jaar tegen Sky Sports. Pure clickbait, zonder rekening te houden met de gevolgen voor de persoon over wie het gaat. Je zult maar een jonge voetballer zijn in deze tijd en al die bagger over je heen krijgen. „Hoezo moet die daar maar tegen kunnen”, zou het gesprek in mijn hoofd alweer verder gaan. „We zijn voetballers, geen boksbal. Doe gewoon normaal.”

Ik weet niet of hij imaginaire gesprekken voert in alle versies, zoals ik, maar Virgil blijft de journalist strak aankijken, die zeurt: „Dan kan je toch degene die de onzin de wereld in stuurt aanspreken.” Zonder een spier te vertrekken antwoordt Virgil: „Daar praat ik nu mee, toch”. Zonder omhaal, op de bal. Niet op de persoon. En met een kalmte om een puntje aan te zuigen. Wat een verademing.

***

Le conversazioni immaginarie di Virgil

Prova a immaginare di essere un giovane calciatore e di dover sopportare tutte quelle critiche

26 settembre 2026 - NRC
MARIJN DE VRIES

Nella mia testa conduco molte conversazioni immaginarie. Quando sono a letto o in sella alla bicicletta, la mente inizia automaticamente a vagare e all’improvviso mi ritrovo col pensiero nel bel mezzo di un dialogo con qualcuno a cui vorrei dire la verità. Oppure rimugino su una conversazione che ho già avuto, pensando a che cosa avrei potuto dire di meglio o a che cosa avrei fatto meglio a non dire. Succede a tutti?

A Virgil van Dijk sì, credo. Lo si vede dallo sguardo dei suoi occhi, dalla sua ponderatezza, dal modo in cui si morde il labbro, durante la conferenza stampa alla vigilia di Paesi Bassi-Germania. Il capitano della nazionale neerlandese, con quasi cento presenze in nazionale, un punto fermo nel suo club, il Liverpool: è quasi inevitabile che abbia già ripetuto nella sua mente molte volte la conversazione che si sta svolgendo davanti le telecamere.

Sembra perfettamente calmo e guarda dritto negli occhi Valentijn Driessen de «De Telegraaf», che sta già da un po’ di tempo a fare domande insistenti. Quest’ultimo dice: «Mi sembra che tu non sia come al solito durante le conferenze stampa». «No?», chiede Virgil. «No, sei un po’ brusco. Come se il rapporto con i media ti pesasse ancora». Il suo battito cardiaco sta accelerando ora che può finalmente rispondere? A me succederebbe proprio questo. «Con gran parte dei media non ho problemi, non ne ho mai avuti. Ma se vengono diffuse sciocchezze, che cosa dovrei farci?», risponde Virgil alla domanda che non è una domanda.

Quante volte, negli ultimi mesi, in momenti di distrazione, si è reso conto di stare già facendo questa conversazione, nella sua mente? Sotto la doccia o in macchina. «Senta, signor giornalista, con quel tono che non convince nessuno. Che cosa vuole ottenere in realtà quando dice che ho rovinato il calcio neerlandese ai Mondiali? Vuole scatenare un polverone? Vuole clic? Vuole like? La pagano di più per questo? O è davvero solo per il suo ego?».

Se fossi Virgil van Dijk, la conversazione nella mia testa andrebbe così. «Perché non capisci la differenza tra una critica costruttiva sul nostro gioco e un attacco personale nei miei confronti? O forse la capisci e lo fai apposta, solo per fare scalpore?» In altre versioni, nella mia testa non risponderei affatto. Ignorerei semplicemente quel giornalista fastidioso. Oppure risponderei in modo ancora più laconico, limitandomi a «sì» e «no».

«La critica legittima non ha niente di male, ma sempre più spesso sfocia in provocazioni», ha dichiarato van Dijk all’inizio di quest’anno a Sky Sports UK. Puro clickbait, senza tenere conto delle conseguenze per la persona in questione. Immaginate di essere un giovane calciatore al giorno d’oggi e di dover sopportare tutto quel fango che vi viene riversato addosso. «Perché dovrebbe sopportarlo?», continuerebbe la conversazione nella mia testa. «Siamo calciatori, non sacchi da boxe. Comportati normalmente...».

Non so se, come me, intrattenga conversazioni immaginarie in tutte le versioni, ma Virgil continua a fissare con sguardo severo il giornalista, che insiste: «Allora potresti rivolgerti a chi diffonde queste sciocchezze». Senza muovere un muscolo, Virgil risponde: «È proprio con chi sto parlando, no?». Senza giri di parole, dritto al punto. Senza attaccare la persona. E con una calma da far venire l’acquolina in bocca. Che sollievo.

Commenti

Post popolari in questo blog

'SONO LORO I MIEI CARCERIERI SEI ANNI FA RAPIRONO ANCHE ME'

I 100 cattivi del calcio

Top 8 Argentinians Who Made It to the NBA