Wint Vollering het WK, dan betaalt ze haar ploeg een bonus uit eigen zak


FOTO ANP 

De Nederlandse wielervrouwen liepen de afgelopen jaren wereldtitels mis doordat er te veel favorieten aan boord waren. Bij het WK op de weg in Montreal (Canada) kiest de ploeg zaterdag voor een nieuwe tactiek: Demi Vollering als onbetwiste kopvrouw.

Dat romantische beeld van een vriendinnenclubje dat voor Nederland rijdt, dat bestaat niet

26 set 2026 - NRC
Sam de Voogt

De verkenning van het wedstrijdparcours in Montreal was woensdag bijna afgelopen toen ineens een oranje trein van vier rensters met grote snelheid op de beklimming van de Mont Royal afreed. Karlijn Swinkels, Femke de Vries, Puck Pieterse en Demi Vollering snelden iedereen voorbij en bleven doorstampen, volle bak, ook bergop, zonder reserve.

Het was een poging om Vollering op het klimmetje van 1,7 kilometer (stijgingspercentage van gemiddeld 7,4) in de Canadese metropool de snelste tijd ooit te laten rijden. De andere drie verzorgden de lead-out, haakten een voor een ruim voor de top af. Vollering knalde helemaal door. Met succes: met een tijd van 4 minuten en 6 seconden mag zij zich hier voortaan Queen of the Mountain noemen.

Vollering moet er twee dagen later in het rennershotel nog steeds om lachen. „Ik heb eigenlijk harder gereden dan de bedoeling van mijn training was. Maar we hebben er een hoop lol van gehad.” Het plan was een dag eerder spontaan ontstaan bij haar ploeggenoten, vertelt Vollering, nadat ze had aangegeven nog een goede training te willen doen.

Mooi om te zien, zegt bondscoach Laurens ten Dam in het hotel even buiten de stad. „Demi was ook sneller dan ik ooit in mijn loopbaan op die klim ben geweest, dus de bondscoach is trots.” Het tekent volgens hem de goede sfeer in de ploeg. En nog belangrijker: het laat zien hoe duidelijk de hiërarchie is. Want als er iets zonneklaar is in aanloop naar de wegwedstrijd op deze WK wielrennen, is dat de Nederlandse vrouwenploeg één kopvrouw kent: Demi Vollering. Ze won dit seizoen de Tour de France, Giro d’italia, Luik-bastenaken-luik, de Ronde van Vlaanderen en nog drie andere koersen. Ten Dam: „Ze heeft het dit jaar echt zelf afgedwongen.”

Meerdere kapiteins aan boord

Eén kopvrouw: dat is in het recente verleden wel anders geweest bij de Nederlandse wielervrouwen. Sinds 2016 stond er eigenlijk altijd een ploeg met twee of meer topfavorieten aan de start van de wegrace op de WK wielrennen. In de eerste jaren liep dat goed af: van 2017 tot 2020 was het vier keer op rij een Nederlandse vrouw – Chantal van der Broekblaak, Anna van den Breggen, Annemiek van Vleuten en opnieuw Van den Breggen – die de regenboogtrui mocht aantrekken.

Maar sindsdien lukte dat alleen Van Vleuten nog eens, in 2022 in Australië. En als het misging, lag dat vaak aan het feit dat de Nederlandse ploeg meerdere kapiteins aan boord had, zegt de inmiddels gestopte Ellen van Dijk, die deze zaterdag de vrouwenkoers van commentaar voorziet bij de NOS. „Dat heeft zeker wel een wereldtitel gekost.”

Van Dijk deed tussen 2012 en 2022 aan tien WK’S mee. Zeker twee keer, vertelt ze, liep het verkeerd af vanwege een gebrek aan samenwerking: de Nederlandse vrouwen waren teveel met zichzelf bezig. In 2016 in Doha (Qatar) lag er een vlak parcours gemaakt voor een massasprint, en de Nederlandse equipe telde twee topsprinters: Marianne Vos en Kirsten Wild. En dan waren er ook nog rensters die dachten aan een ontsnapping, herinnert Van Dijk zich. „Iedereen was daar heel erg bezig met hoe ze voor zichzelf de beste kans konden creëren. Aan tafel liet niemand het achterste van zijn tong zien.” Uiteindelijk verloor Wild in de sprint van de Deense Amalie Dideriksen.

Vijf jaar later, in het Belgische Leuven, was het „echt crisis” in het Nederlandse team, zegt Van Dijk. Daar speelde ze zelf een rol in. Ze wist in de finale van de wedstrijd met goede benen in de kopgroep te komen, na een dag vol aanvallen van de Nederlandse rensters. Van Dijks ultieme ontsnappingspoging mislukte echter, waarna ze op halve kracht de sprint aantrok voor Vos – die verloor van de Italiaanse Elisa Balsamo. „Er was die dag geen plan, het was ieder voor zich. Toen het op de sprint aankwam, had iedereen zijn pijlen al verschoten.”

Volgens Van Dijk is de verklaring voor het gebrek aan samenhang destijds logisch: als je veel rensters hebt die bij de favorieten horen, dan ga je op een gegeven moment niet voor elkaar maar tégen elkaar rijden. Dat doen de rensters immers het hele jaar door in dienst van hun goedbetalende commerciële ploegen. „Dat romantische beeld van een vriendinnenclubje dat voor Nederland rijdt, dat bestaat niet.”

Dat was een van de belangrijkste zaken waarmee Ten Dam aan de slag wilde gaan toen hij in 2024 begon als bondscoach: het scheppen van groepsgevoel. Hij zocht meer persoonlijk contact met de rensters, drong erop aan dat ze onderlinge animositeit uitpraatten en probeerde met teamdagen een betere sfeer te creëren.

Het leidde vorig jaar op de WK in het Rwandese Kigali, waar Nederland zónder uitgesproken kopvrouw aan de start verscheen, nog niet tot succes. Al had dat meer te maken met het buikvirus die de Nederlandse selectie daar opliep dan met een gebrekkige teamtactiek. „De tactiek was top, ze hebben allemaal geluisterd, die opdracht is volbracht”, zei Ten Dam na afloop van die wedstrijd tegen NRC.

Vollering betaalt

Dit jaar heeft Ten Dam in Vollering wel een kopvrouw aangewezen en zijn selectie daar volledig op aangepast. Oudere veelwinnaars als Anna van den Breggen (36) en Marianne Vos (39) zijn thuisgelaten vanwege ziekte en gebrek aan vorm. Voor sprintster Lorena Wiebes werd het parcours, dat voornamelijk bestaat uit rondjes met steile klimmetjes rond de Mont Royal, te zwaar geschat. De ploeg die van start gaat, bestaat uit rensters uit de generatie van Vollering (29) – of zijn jonger. Aan elk van de zes rensters die naast de kopvrouw mee zijn, legde de bondscoach een keuze voor: ik heb je graag bij de selectie, maar dan rijd je wel voor Vollering.

Riejanne Markus is een van de rensters die met die verhoudingen akkoord ging, ook al finishte ze de afgelopen drie WK’S telkens in de top tien. „Ik denk niet dat dat dit jaar gaat lukken”, zegt ze vrijdag. Markus is dit jaar aangewezen als wegkapitein, die in koers het overzicht

bewaart en de tactiek aanstuurt. „Ik zie het als een soort nieuwe uitdaging om die taak goed te doen en ga er heel veel voldoening uithalen als Demi wereldkampioen wordt.”

Wat de rensters in dat scenario ook krijgen, is een financiële bonus die Vollering uit eigen zak betaalt. Niet dat de rensters dat nodig hebben, meent Markus, „maar het maakt het allemaal nog een stuk makkelijker en duidelijker.”

Bij die duidelijkheid is Vollering zeer gebaat, menen haar ploeggenoten en de bondscoach. „Bij haar Franse commerciële ploeg rijden ze ook allemaal volle bak voor Demi, dat is ze gewend”, zegt Femke de Vries, die voor haar tweede Wk-deelname staat. Over de tactiek die Nederland zaterdag zal uitvoeren – de koers zwaar maken tot Vollering met een demarrage bergop het verschil kan maken – heeft de kopvrouw zelf mogen meedenken, zegt Ten Dam: „Ze weet wat en hoe we het gaan uitvoeren en krijgt de kans om te doen waar ze goed in is. Daar gaat ze goed op.”

Dat beaamt Vollering. Op deze manier kan ze zich niet verschuilen achter andere rensters zoals ze in het verleden wel eens heeft gedaan, zegt ze. De wetenschap dat alle druk op haar ligt en iedereen het voor haar doet, „geeft me net een procentje extra.”

Vernieuwde groep

Maar ook met duidelijke afspraken en een uitgesproken kopvrouw kan het misgaan, zo bleek wel in 2024 toen Nederland een wereldtitel door tactisch geblunder weggaf. In het Zwitserse Zürich was Vollering ook het kopstuk van de oranje equipe, maar tijdens de wedstrijd wisten Vos en Riejanne Markus zich in een kopgroep van vier te rijden. Een numeriek overtal, ideaal voor

Nederland, tót Vollering besloot de achtervolging in te zetten. Ze reed het gat dicht – en met een daaropvolgende demarrage haar ploeggenoten uit kansrijke positie. Uiteindelijk was het de Belgische Lotte Kopecky die daarvan profiteerde en won.

Van die ploeg zijn alleen Vollering, Markus en Pieterse er dit jaar bij. Die vernieuwing moet voorkomen dat het scenario van twee jaar geleden zich herhaalt, zegt Markus. „Dat de hele groep nu heel anders is, geeft een andere vibe. De sfeer aan tafel is goed, je blijft snel een uurtje extra hangen. Dat geeft vertrouwen dat we in de race op elkaar kunnen bouwen.”

Bondscoach Ten Dam is ervan overtuigd dat de wedstrijd anders zal verlopen dan in 2024, toen hij nog geen bondscoach was, alleen al omdat hij de tactiek veranderd heeft. Destijds mocht er eerder in koers door verschillende rensters worden aangevallen. Nu telt alleen Vollering, en dat plan is Ten Dam al sinds de Tour de France, zeven weken geleden, aan het inmasseren bij zijn rensters. „Ik weet niet of we gaan winnen, maar dat het plan goed gaat worden uitgevoerd, daar ben ik van overtuigd.”

Vollering gaat in ieder geval van haar eigen kracht uit, zegt ze. Wellicht dat haar demarrage van afgelopen woensdag richting de beboste top van de Mont Royal de buitenlandse concurrentie wat angst heeft ingeboezemd, dat zou mooi zijn. Maar het belangrijkste aan die snelle klim vond ze niet het signaal dat ze daarmee mogelijk afgaf, zegt Vollering. „Ik vond het vooral erg leuk dat die meiden zelf met het idee kwamen om het voor mij te proberen”

***

Se Vollering vincerà i Mondiali, pagherà alla sua squadra un bonus di tasca propria

Negli ultimi anni le cicliste olandesi hanno mancato i titoli mondiali perché in squadra c’erano troppe favorite. Ai Mondiali su strada di Montréal (Canada), sabato la nazionale opterà per una nuova tattica: Demi Vollering come leader indiscussa.

"Quell’immagine romantica di un gruppetto di 
amiche che corre per i Paesi Bassi non esiste"
   - Ellen van Dijk

26 settembre 2026 - NRC
Sam de Voogt

Mercoledì, il sopralluogo del percorso di gara a Montréal era quasi terminato quando improvvisamente un “treno arancione” composto di quattro cicliste è sceso a tutta velocità dalla salita del Mont Royal. Karlijn Swinkels, Femke de Vries, Puck Pieterse e Demi Vollering hanno superato tutte le altre e hanno continuato a pedalare a tutta forza, anche in salita, senza risparmiare energie.

Si trattava di un tentativo di far registrare a Vollering il tempo più veloce di sempre sulla salita di 1,7 chilometri (pendenza media del 7,4%) nella metropoli canadese. Le altre tre hanno fatto da lepri, staccandosi una dopo l’altra ben prima della vetta. Vollering ha continuato a spingere fino in fondo. Con successo: con un tempo di 4 minuti e 6 secondi, d’ora in poi potrà definirsi Queen of the Mountain.

Due giorni dopo, all’hotel dei corridori, Vollering non riesce ancora a trattenere una risata. «In realtà ho pedalato più forte di quanto previsto dal mio programma di allenamento. Ma ci siamo divertite un mondo». L’idea era nata spontaneamente il giorno prima tra le sue compagne di squadra, racconta Vollering, dopo che lei aveva espresso il desiderio di fare ancora un buon allenamento.

È bello da vedere, afferma il commissario tecnico Laurens ten Dam nell’hotel appena fuori città. «Demi è stata anche più veloce di quanto io sia mai stato in tutta la mia carriera su quella salita, quindi il commissario tecnico è orgoglioso». Secondo lui, questo riflette il buon clima che regna nella squadra. E, cosa ancora più importante: dimostra quanto sia chiara la gerarchia. Perché se c’è una cosa chiarissima alla vigilia della gara su strada di questi Mondiali di ciclismo, è che la nazionale femminile neerlandese ha un’unica leader: Demi Vollering. In questa stagione ha vinto il Tour de France, il Giro d’Italia, la Liegi-Bastogne-Liegi, il Giro delle Fiandre e altre tre gare. Ten Dam: «Se l’è davvero guadagnata da sola quest’anno».

Più capitane a bordo

Un’unica leader: nel recente passato le cose sono andate diversamente per le cicliste olandesi. Dal 2016, infatti, alla partenza della gara su strada ai Mondiali di ciclismo si è sempre presentata una squadra con due o più favorite. Nei primi anni la cosa ha funzionato bene: dal 2017 al 2020 è stata per quattro volte consecutive una olandese – Chantal van der Broekblaak, Anna van den Breggen, Annemiek van Vleuten e di nuovo Van den Breggen – a indossare la maglia iridata.

Da allora, però, solo van Vleuten è riuscita a ripetersi, nel 2022 in Australia. E quando le cose andavano male, spesso era perché la squadra neerlandese aveva più capitane a bordo, afferma Ellen van Dijk, ormai ritiratasi, che questo sabato commenterà la gara femminile per la NOS. «Questo ci è sicuramente costato un titolo mondiale».

Van Dijk ha partecipato a dieci Campionati del Mondo tra il 2012 e il 2022. Almeno due volte, racconta, le cose sono andate male a causa di una mancanza di collaborazione: le neerlandesi erano troppo concentrate su se stesse. Nel 2016 a Doha (Qatar) il percorso pianeggiante era stato concepito per uno sprint di gruppo, e la squadra olandese contava due velociste di punta: Marianne Vos e Kirsten Wild. E poi c’erano anche atlete che pensavano a una fuga, ricorda Van Dijk. «Lì tutte erano molto concentrate su come crearsi le migliori opportunità per sé stesse. A tavola nessuna ha detto quello che pensava davvero». Alla fine Wild ha perso lo sprint contro la danese Amalie Dideriksen.

Cinque anni dopo, a Lovanio, in Belgio, nella squadra neerlandese c’era una «vera e propria crisi», racconta van Dijk. Lei stessa ne fu protagonista. Nella fase finale della gara riuscì a inserirsi nel gruppo di testa grazie alle gambe fresche, dopo una giornata piena di attacchi da parte delle neerlandesi. L’ultimo tentativo di fuga di van Dijk fallì, però, dopodiché lanciò lo sprint a metà potenza per Vos – che perse contro l’italiana Elisa Balsamo. «Quel giorno non c’era una tattica, ognuna correva per conto proprio. Quando si è arrivati allo sprint, tutte avevano già esaurito le energie».

Secondo van Dijk, la spiegazione della mancanza di coesione di allora è logica: se hai molte favorite, a un certo punto non si corre più l’una per l’altra, ma l’una contro l’altra. Dopotutto, è quello che fanno le atlete tutto l’anno al servizio delle rispettive squadre di club, e ben pagate. «Quell’immagine romantica di un gruppetto di amiche che corre per i Paesi Bassi non esiste».

Questa era una delle principali questioni su cui Ten Dam voleva concentrarsi quando ha assunto l’incarico di Ct della nazionale femminile nel 2024: creare uno spirito di gruppo. Ha cercato un contatto più personale con le cicliste, ha insistito affinché chiarissero le reciproche animosità e ha cercato di creare un’atmosfera migliore con giornate di gruppo.

L’anno scorso, ai Mondiali di Kigali, in Ruanda, dove i Paesi Bassi si sono presentati al via senza una leader indiscussa, questo non ha portato al successo. Anche se ciò è dipeso più dal virus intestinale che ha colpito la squadra sul posto che da una carente strategia di squadra. «La tattica era ottima, tutte hanno ascoltato, l’obiettivo è stato raggiunto», aveva dichiarato Ten Dam al quotidiano NRC al termine della gara.

Vollering ripaga

Quest’anno Ten Dam ha designato Vollering capitana unica e ha adattato completamente le convocazioni in base a questa scelta. Atlete più anziane e plurivincitrici come Anna van den Breggen (36) e Marianne Vos (39) sono state lasciate a casa a causa di malattia e mancanza di forma. Per la velocista Lorena Wiebes, il percorso, costituito principalmente da giri con ripide salite intorno al Mont Royal, è stato ritenuto troppo impegnativo. La squadra che prenderà il via è composta da cicliste della generazione di Vollering (29 anni) – o più giovani. A ciascuna delle sei cicliste che affiancheranno la leader, il commissario tecnico ha posto una condizione: «Mi farebbe piacere averti nella selezione, ma in tal caso dovrai correre per Vollering».

Riejanne Markus è una delle cicliste che ha accettato queste condizioni, anche se negli ultimi tre Mondiali è sempre arrivata tra le prime dieci. «Non credo che quest’anno ci riusciremo», ha dichiarato venerdì. Quest’anno Markus è stata designata capitano di strada, con il compito di mantenere la visione d’insieme durante la gara e guidare la tattica. «La vedo come una sorta di nuova sfida per svolgere bene questo compito e ne trarrò grande soddisfazione se Demi diventerà campionessa del mondo».

In questo scenario, le atlete riceveranno anche un bonus economico che Vollering pagherà di tasca propria. Non che le compagne ne abbiano bisogno, sostiene Markus, «ma rende tutto molto più facile e chiaro».

Questa chiarezza è di grande aiuto per Vollering, secondo le sue compagne di squadra e il commissario tecnico. «Anche nella sua squadra di club francese (la FDJ-Suez, ndr) corrono tutte a tutto gas per Demi, ed è una cosa a cui è abituata», afferma Femke de Vries, che si appresta a partecipare al suo secondo Mondiale. Riguardo alla tattica che i Paesi Bassi metteranno in atto sabato – rendere la gara impegnativa fino a quando Vollering potrà fare la differenza con uno scatto in salita – la stessa capitana ha potuto contribuire a definirla, dice Ten Dam: «Sa cosa e come faremo e avrà l’opportunità di fare ciò in cui eccelle. Questo le fa bene».

Vollering è d’accordo. In questo modo non può nascondersi dietro alle altre come ha fatto in passato, afferma. Sapere che tutta la pressione ricade su di lei e che tutte si danno da fare per lei, «mi dà quel piccolo extra».

Gruppo rinnovato

Ma anche con accordi chiari e una leader ben definita le cose possono andare male, come si è visto nel 2024 quando i Paesi Bassi hanno perso un titolo mondiale a causa di un errore tattico. Anche a Zurigo, in Svizzera, Vollering era la leader della nazionale oranje, ma durante la gara Marianne Vos e Riejanne Markus sono riuscite a inserirsi nel gruppetto di quattro battistrada. Una superiorità numerica, ideale per i Paesi Bassi, finché Vollering non decise di lanciarsi al loro inseguimento. Colmò il divario e, con una successiva fuga, allontanò le sue compagne da una posizione promettente. Alla fine fu la belga Lotte Kopecky a trarne vantaggio e a vincere.

Di quella squadra, quest’anno sono presenti solo Vollering, Markus e Pieterse. Questo rinnovamento dovrebbe impedire che si ripeta lo scenario di due anni fa, afferma Markus. «Il fatto che l’intero gruppo sia ora completamente diverso crea un’atmosfera diversa. L’atmosfera a tavola è buona, ci si trattiene volentieri un’ora in più. Questo ci dà fiducia nel fatto che, in gara, potremo contare l’una sull’altra».

Il commissario tecnico Ten Dam è convinto che la gara si svolgerà in modo diverso rispetto al 2024, quando non era ancora commissario tecnico, se non altro perché ha cambiato la tattica. All’epoca, diverse atlete potevano attaccare già nelle prime fasi della gara. Ora conta solo Vollering, e Ten Dam sta inculcando questo piano alle ragazze già dal Tour de France, sette settimane fa. «Non so se vinceremo, ma sono convinto che il piano verrà eseguito alla perfezione.»

Vollering punta comunque sulle proprie forze, afferma. Forse la sua fuga di mercoledì scorso verso la cima boscosa del Mont Royal ha incusso un po’ di timore nelle avversarie straniere, il che sarebbe bello. Ma la cosa più importante, di quella rapida scalata, non è stato il segnale che potrebbe aver lanciato, dice Vollering. «Mi ha fatto soprattutto molto piacere che siano state proprio le ragazze ad avere l’idea di provarci per me».

Commenti

Post popolari in questo blog

'SONO LORO I MIEI CARCERIERI SEI ANNI FA RAPIRONO ANCHE ME'

I 100 cattivi del calcio

L'origine de Maghnes Akliouche : Histoire et Racines