TOUR DE FRANCE - Girona is het wielermekka van Europa – maar met het cicloturismo komt gentrificatie
4 Jul 2026 - NRC
Thijs Niemantsverdriet
GIRONA - Dit weekend gaat de Tour de France van start in Catalonië. De Spaanse regio, met name de stad Girona, geldt als een walhalla voor wielerprofs en fietsrecreanten. Zij brengen Girona welvaart en kwaliteit van leven, maar leiden ook tot protest tegen gentrif
Ze staan er iedere dag, tussen negen en tien uur ’s ochtends, de groepjes mannen en vrouwen met racefietsen. De Pont de Pedra, een oude stenen brug in het centrum van Girona, is hét verzamelpunt voor renners – profs en recreanten – voor een trainingsrit door de omliggende heuvels.
Zo ook deze zaterdagochtend in juni. Aan de ene kant van de brug staan twee jonge renners-in-opleiding van de Britse ploeg Ineos. Even verderop: een viertal vrouwelijke renners, onder wie een jonge prof uit Australië. Aan het andere einde van de brug: een jong stelletje in wieleroutfit. Ivana Fraixino komt uit de buurt van Girona, haar Belgische vriend Kamiel Bonneu is beroepsrenner in Italiaanse dienst. „We wonen hier verderop in de barri vell, het oude centrum”, zegt Faixino.
Girona (108.000 inwoners) is het wielermekka van Europa. Nergens anders op het continent tref je zoveel renners, wielerzaken, fietscafés en fietsverhuurwinkels per vierkante meter als in deze stad, gelegen op anderhalf uur rijden van Barcelona – waar dit weekend de 113e Tour de France van start gaat. Je ziet voortdurend renners door de smalle straatjes in het centrum sturen. Op terrassen en in restaurants zitten tengere mannen en vrouwen met geschoren benen en roodverbrande hoofden.
Het zijn niet de grote wielersterren die het straatbeeld domineren: die wonen veelal in Monaco of Andorra, waar het belastingklimaat gunstig is, of aan de zuidelijker gelegen Costa Blanca. De wielerpopulatie van Girona is breder en gevarieerder: beginnende profs, ervaren gravelfietsers, vrouwelijke renners die van hun sport kunnen leven sinds er een minimumsalaris is ingevoerd, en toegewijde recreanten uit de hele wereld die hun hobby combineren met remote werken.
Trainingsparadijs
Een van die wielermigranten is oud-renner Jetse Bol (36). Hij verhuisde in 2014 met zijn Mexicaanse vrouw van Avenhorn (Noordholland) naar Girona. „Voor mijn vrouw liep het stroef in Avenhorn, ze kon daar moeilijk aarden”, vertelt Bol op het terras van koffiebar La Fabrica, een paar straten achter de Pont de Pedra. „We hadden een trainingskamp hier met mijn ploeg. Ik kwam terug en zei tegen mijn vrouw: aan het einde van het jaar pakken we onze spullen en kijken we of we het in Girona beter naar onze zin hebben. We zijn nooit meer teruggegaan.”
Wat maakt Girona zo aantrekkelijk voor fietsers? De redenen die Bol opsomt, hoor je uit de mond van iedere renner. Eén: het klimaat is er geweldig, met korte, milde winters – je kunt het hele jaar door trainen. Twee: ligging en bereikbaarheid zijn uitstekend, met een eigen vliegveld en een hogesnelheidstrein die je in ruim een half uur in Barcelona brengt – ideaal voor beroepsrenners die het continent doorkruisen, van koers naar trainingskamp naar koers.
FOTO’S MIREIA COMAS - Fietswinkels en fietsers in Girona,
een „klein, schattig stadje” waar de laatste jaren veel wielerprofs en recreanten naartoe trekken.
De derde reden: de omgeving van Girona is een trainingsparadijs, vol rustige, veilige achterafweggetjes. Je kunt er terecht voor alle trainingsvormen: lange beklimmingen richting de Pyreneeën, vlakkere ritten langs de kust, ontelbaar veel heuvels voor het korte, punchy werk – bijvoorbeeld de bekende klim naar Els Àngels, vijf kilometer ten zuiden van Girona. „Je rijdt hier de stad uit”, zegt Bol, „en je zit meteen op de mooiste wegen”.
Bol en zijn vrouw werden na hun verhuizing meteen in de armen gesloten door de wielergemeenschap, vertelt hij. Via het fietsen bouwden ze een nieuwe vriendenkring op – niet alleen van buitenlandse renners, maar ook van Catalanen. „Mijn zoontje van vijf spreekt beter Catalaans dan Nederlands.” Dus toen Bol in 2024, na zeven jaar dienst bij de Spaanse ploeg Burgos, een punt zette achter zijn wielerloopbaan, was de keuze simpel: ze bleven in Girona. „Iedere dag dat we hier blijven, wordt de kans dat we teruggaan naar Nederland of Mexico kleiner.”
Lance Armstrong
Catalonië is niet de Spaanse regio met de grootste wielertraditie – voor echte fietsgekte moet je in Baskenland zijn. Girona was lange tijd vooral een pleisterplaats voor mountainbikers, maar kwam in beeld als wielerwalhalla in het jaar 2000, toen Lance Armstrong zich er vestigde. In het kielzog van de Amerikaanse renner – later ontmaskerd als dopingzondaar – volgden vrijwel al zijn secondanten uit de US Postal-ploeg: Tyler Hamilton, Frankie Andreu, George Hincapie. Een andere Amerikaanse ploeg, Garmin (tegenwoordig EF), opende een paar jaar later een Europese uitvalsbasis in Girona.
Van een wielerscene was in die jaren nog nauwelijks sprake. Er was één fietsenmaker, in cafés werd louter loeihete Spaanse koffie geschonken en de stad telde precies één bankmedewerker die Engels sprak. Dat veranderde in 2015, toen koffiebar La Fabrica zijn deuren opende, opgezet door de Canadese renner Christian Meier en diens vrouw Amber. Daarna kwamen er steeds meer beroepsrenners, onder wie ook de Nederlander Robert Gesink. Hij kocht het oude appartement van Armstrong, aan een pleintje in de oude Joodse buurt.
Gesink werd ook mede-eigenaar van een nieuw wielercafé, Hors Categorie, dat uitgroeide tot pleisterplaats voor profs en recreanten. De keuken is er de hele dag geopend; langs de wanden staan oude tijdritfietsen uit de jaren negentig. Op het terras noemt Gesinks zakenpartner Josep Rubio, een voormalige mountainbiker die zijn autohandel verkocht om Hors Categorie te beginnen, het wielrennen „een superbusiness”. „Het gaat ieder jaar omhoog qua toeristen.”
Toen Hors Categorie zijn deuren opende, woonden er volgens Rubio zo’n zestig tot zeventig profrenners in Girona. Veel van hen zijn ondertussen naar Andorra verhuisd, onder wie Gesink (inmiddels met wielerpensioen).
Maar de meeste renners, zegt Rubio, bezitten nog steeds een appartement in de stad. „Ze komen hier trainen in de wintermaanden, als er te veel sneeuw ligt in Andorra.” En belangrijker: in het spoor van de gevestigde profs volgden de jonge renners, triatleten en toegewijde recreanten. Daarnaast groeide Girona uit tot Europese hoofdstad van het ‘gravelen’ – fietsen over onverharde wegen. De Traka, een gravelwedstrijd van meer dan 300 kilometer, trekt jaarlijks vijfduizend deelnemers; veel bekende gravelprofs hebben een pied-à-terre in de stad.
Het straatbeeld in Girona is de laatste jaren ingrijpend veranderd. Tientallen koffiebarretjes, restaurants en boutique hotels speciaal voor fietsers openden hun deuren. De stad telt inmiddels meer dan veertig fietsenzaken: alle grote merken hebben een glanzende winkel vol fietsen, wielerkleding en andere accessoires.
De laatste aanwinst is Velodrom Odeon, gevestigd in een voormalig theater midden in het oude centrum. ‘Een culturele hub’, zo noemen de eigenaren hun winkel. Er is een espressobar, langs de wanden staan de nieuwste modellen fietsen van alle topmerken, smaakvol uitgelicht. In de rekken: wielerkleding van top end merken als Rafa en Maap. De mannenshirts beginnen bij 200 euro, een wielerbroekje à 280 euro is niet uitzonderlijk.
Demonstraties en protest
Toch is niet iedereen in Girona blij met de wielrenners. De laatste jaren is een protestbeweging ontstaan tegen de gentrificatie die hun komst met zich mee heeft gebracht: monocultuur, stijgende kosten van levensonderhoud, hoge huren, huizentekort. De welvarende buitenlandse fietsers, zo is het gevoel, hebben de stad overgenomen ten koste van de inwoners. Twee jaar geleden publiceerde een platform van linkse activisten een ‘manifest ter vermindering van het toerisme in Girona’. Er zijn demonstraties en met enige regelmaat worden er leuzen gekalkt (‘weg met het toerisme’) op prominente fietsenzaken. Op verschillende plekken in de stad hangen stickers met de tekst ‘Eat Sleep Gentrify’ – een verwijzing naar de bekendste fietswinkel van de stad, Eat Sleep Cycle.
De activisten reageren niet op interviewverzoeken. Maar Josep Coll, een lokale verslaggever die het protest tegen het wielertoerisme de afgelopen jaren van nabij volgde, wil wel uitleggen wat er gaande is in zijn stad. Una convivencia no buena (‘geen goede verstandhouding’), zo typeert hij de relatie tussen de wielrenners en inwoners van Girona. „In de oude binnenstad zijn veel panden verkocht of verhuurd aan wielerrecreanten”, zegt Coll. „Critici vinden dat ze de inwoners verdrijven uit hun eigen wijk en dat de lokale winkels lijden onder al die fietsenwinkels.”
Een ander verwijt, zegt Coll, is dat de buitenlandse fietstoeristen de „normen” en het „cultuurgoed” van Girona niet respecteren. Hij laat op zijn telefoon een screenshot zien van een recent filmpje: wielerrecreanten die de een oude stenen trap in de barri vell opfietsen, slingerend tussen voorbijgangers en een ober van een restaurant. De beelden, zegt Coll, gingen viral en veroorzaakten veel ophef in Girona. „Wielrenners zijn een heel zichtbaar doelwit voor het ongenoegen over massatoerisme.”
Volgens de critici doet Girona te weinig om het wielertoerisme te beperken. Een van de coalitiepartijen in het gemeentebestuur heeft een vergunningsstop voor fietsgerelateerde winkels voorgesteld, maar van dat plan is nog niets terecht gekomen. „De andere coalitiepartij houdt het tegen”, zegt Coll. „Die wil liever een beperking van het aantal 24-uurssupermarkten of telefoonhoesjeswinkels.”
Ook binnen de wielergemeenschap leeft het idee dat het cicloturismo uit de hand aan het lopen is. Volgens Amber Meier, eigenaar van koffiebar La Fabrica, „begint Girona zijn charme en finesse te verliezen” door de wildgroei aan koffiebars en fietsenzaken van grote merken. „Het slaat nergens op dat al die buitenlandse miljoeneninvesteerders zich vestigen in zo’n klein, schattig stadje als Girona”, zegt ze op het pleintje voor haar koffiebar. „Uiteindelijk zal het onbeheersbaar worden en zal de balans in de stad doorslaan in het nadeel van de fietsers.”
La Fabrica ontkomt niet aan de toorn van de toerismehaters, zegt Meier. „Hoewel we altijd klein en zelfstandig zijn gebleven, worden we gezien als de aanstichters van deze gekte, omdat we de eersten waren.” In de afgelopen jaren, vertelt Meier, werd hun zaak een aantal keer beklad met graffiti en is lijm in de sloten gesmeerd. „En we hebben ook wel eens hatemail en doodsbedreigingen ontvangen.”
Vervallen gebouwen
Josep Rubio van wielercafé Hors Categorie is een heel andere mening toegedaan: hij verwelkomt de fietsers en de grote merken. Het wielertoerisme, zegt hij, heeft zijn stad welvaart en kwaliteit van leven gebracht. Girona is volgens hem in de afgelopen jaren onherkenbaar veranderd – in positieve zin. „Voordat de wielrenners kwamen, hadden we hier meer dan honderd vervallen gebouwen. Die zijn nu allemaal opgeknapt.”
Wielrenners, zegt Rubio, „zijn de beste toeristen die je kunt hebben”: ze zijn bereid geld uit te geven, gedragen zich netjes en beleefd en gaan om tien uur naar bed. „Wat wil je dan? Toerisme zoals verderop aan de kust, waar het alleen maar om feesten draait? Of voetbalsupporters zonder T-shirts die alleen bier drinken en nul geld uitgeven in restaurants?”
Ook oud-renner Jetse Bol vindt dat de critici ongelijk hebben, zegt hij op het terras van La Fabrica. Ja, de hoge huren en stijgende kosten van levensonderhoud vormen een serieus probleem in Girona – maar beroepsrenners en wielerrecreanten zijn hier niet als enigen schuldig aan. Er wonen ook veel expats in de stad, vertelt hij, en forenzende Barcelonezen die zijn uitgeweken vanwege de hoge huizenprijzen. Ook hún ruim gevulde beurzen veroorzaken de huurstijgingen en woningkrapte in Girona. „Als de wielrenners niet waren gekomen, was het leven in de binnenstad nu ook niet te betalen geweest.”
Op de Pont de Pedra maken de plukjes jonge wielrenners zich in ieder geval niet zo druk om de protesten. „Ik zie af en toe wat mensen in de stad roepen: weg met de wielrenners, weg met de toeristen”, zegt Ivana Fraixino. „Maar alleen kleine mensen hebben een hekel aan fietsers.” Ze klikt haar pedaaltjes in en rijdt weg – een kilometer of honderd voor de boeg.

Commenti
Posta un commento