"Gewoon geen goede dag""
De topfavoriet van het WK in Montréal had een offday. Remco Evenepoel (26) moest de finale ondergaan, finishte als twaalfde en zocht achteraf geen excuses. De andere kopman der Belgen, Wout van Aert (32), kon even meeschuiven met Mathieu van der Poel, maar kreeg al snel de rekening gepresenteerd.
“Het was echt afzien, doorbijten en af en toe iets proberen.
Het was wel duidelijk dat dit niet de dag was waarop ik kon winnen”
- Remco Evenepoel
"Of ik me even op een WK veldrijden waande
toen ik samen met Mathieu voorop zat?
Was het maar zo.
Dan waren we er na een uur al van af"
- Wout Van Aert
28 Sep 2026 - Het Belang van Limburg
Michaël Van Damme
“Ik heb de indruk dat Remco zich niet top voelde. Ik heb hem zoveel mogelijk aangemoedigd. Het is een dogfight.” De woorden van Thibau Nys bij Sporza voorspelden niet veel goeds toen die uit de wedstrijd was gestapt. Niet veel later zakte Remco Evenepoel een eerste keer door het ijs. Hij kwam nog een paar keer terug, maar een gooi doen naar een nieuwe wereldtitel zat er nooit in.
Hij was dan wel topfavoriet, maar toen het WK echt begon op het lokale circuit, had Evenepoel zelf al door dat hij dat statuut niet zou kunnen waarmaken. Bruno Armirail deed voor de Fransen een indrukwekkende kopbeurt en Evenepoel voelde het al wringen. “Ik had gewoon geen goede dag. Niet de dag om hier te kunnen winnen en dat is jammer”, reageerde Evenepoel in de mixed zone achteraf. “Het was een lastige koers en al vanaf de eerste ronde voelde ik dat er niet veel overschot op zat. Het is jammer dat zo’n dag net vandaag valt.”
Evenepoel bleef zich wel weren. “Ik hoopte nog om er in de laatste twee uur door te komen, maar dit is geen parcours waarop je gemakkelijk kunt herstellen, omdat je telkens snel weer aan de finish bent. Het was echt afzien, doorbijten en af en toe iets proberen. Het was wel duidelijk dat dit niet de dag was waarop ik kon winnen.”
Toch zat Evenepoel in de slotronde opnieuw in het achtervolgende groepje op wereldkampioen McNulty. Maar zelfs toen maakte hij zich geen illusies. “Ik ben inderdaad nog een paar keer teruggekeerd en heb het nog geprobeerd, maar dat was eerder in de hoop dat ze niet zouden reageren. Ik had het gevoel dat die move van mij in de voorlaatste ronde best een goede was, maar toen reed Del Toro het gat dicht. Dat is jammer, maar het was gewoon niet mijn beste dag. Mochten we de goede dagen voor het uitkiezen hebben, dan was het makkelijk. Dit is een parcours waarop je je niet kunt verstoppen, dus de sterkste heeft gewonnen. Dat is duidelijk. Er komt nog veel aan, dus ik hoop dat ik volgende week (op het EK, red.) betere benen zal hebben.”
Bescheiden Van Aert
Wout van Aert kon wel een stempel drukken, al was die bescheiden. Op zo’n 90 kilometer van de finish schoof hij mee in een sterke kopgroep waarin ook Mathieu van der Poel zat. Net toen het peloton die groep bij de lurven leek te vatten, plaatste Van Aert een nieuwe versnelling. MVDP reageerde en er vormde zich opnieuw een sterk groepje, maar toen de Nederlander een bom dropte op de Côte de Polytechnique plooide Van Aert. Onze landgenoot veranderde het geweer van schouder en deed even kopwerk voor mede-kopman Evenepoel. “Het was een superzwaar WK en voor mij gewoon te zwaar”, gaf Van Aert toe, die als 28ste finishte op 5’11”. “Ik heb een goede koers gereden, maar vier à vijf ronden voor het einde ging het licht al uit. Daar baal ik van, maar er zat niet meer in.”
“De Fransen maakten de koers ontzettend zwaar. Ik had verwacht dat het in zo’n wedstrijd voor mij moeilijk zou worden om een rol van betekenis te spelen als ik alleen maar zou volgen. Daarom denk ik dat het een goede keuze was om met Mathieu mee te schuiven. Bij die aanval liet hij al zien dat hij bijzonder sterk was. Dat draaide goed uit, maar toen ik vooraan moest passen, was het enige wat ik nog kon doen Remco weer in de wedstrijd proberen te brengen.”
“Ik had vooraf niets afgesproken met Mathieu, maar iedereen kent zijn kwaliteiten. Ik zag dat hij niet gewoon aan het meeschuiven was, maar echt bezig was de koers te doen ontploffen. Hij oogdse supersterk en leek de juiste man om mee mee te glippen. Of ik me even op een WK veldrijden waande toen ik samen met Mathieu voorop zat? Was het maar zo. Dan waren we er na een uur al van af", zo kon Van Aert er nog mee lachen.
***
Wereldtitel met Belgisch randje
28 Sep 2026 - Het Belang van Limburg
Maxime Caeyman
Niet Tadej Pogacar, niet Isaac del Toro, maar Brandon McNulty (28) heeft UAE Team Emirates een derde opeenvolgende wereldtitel bezorgd. Wie is die Amerikaanse wereldkampioen?
“Deze ochtend grapte ik erover met mijn vrouw dat ik wereldkampioen zou worden. Ik dacht dat er een mirakel voor nodig was, maar het mirakel heeft zich voltrokken” Brandon McNulty
Hoe vaak zou Brandon McNulty over de tongen gegaan zijn in alle voorbeschouwingen op het WK? Amper, zo durven we te beweren. Of toch niet zijn naam alleen. Want, zo werd de laatste dagen regelmatig opgemerkt: het sterke blok van de Amerikanen. Simmons, McNulty, Jorgenson: een gevaarlijk ploegje. Maar wereldkampioen worden? Moeilijk. Zeker omdat geen van de drie veelwinnaar is. Ook McNulty niet.
Al moeten we ook zeggen: 23 profzeges terwijl je bij UAE 99 procent van de tijd in dienst van een kopman moet rijden, dat zegt ook wel iets. Op die erelijst staan zeges in de Giro, Vuelta en op het WK tijdrijden bij de junioren in 2016. Een goeie tijdrit, dat was exact wat hij zondag nodig had om wereldkampioen te worden. Bij de profs werd hij ook al eens vierde op het WK tijdrijden in 2023.
Eén overwinning op zijn erelijst springt alvast in het oog: de GP Montréal van vorig jaar. Toen ‘kreeg’ hij de zege cadeau van kopman Pogacar, maar was hij wel sterk genoeg om de rest van het peloton uit het wiel te rijden. Het bleek een voorteken voor zijn wereldtitel. Al overheerste na af loop vooral ongeloof bij de kersverse wereldkampioen. “Deze ochtend grapte ik erover met mijn vrouw dat ik wereldkampioen zou worden. Ik dacht dat er een mirakel nodig was om wereldkampioen te worden, maar het mirakel heeft zich voltrokken.”
Mirakeldag
Het is wel een beetje typisch voor McNulty om bepaalde dagen boven zichzelf uit te stijgen - noem het een mirakeldag. Zo herinneren we ons nog rit zeventien van de Tour van 2022 naar de Peyragudes.
De Amerikaan reed bergop het hele peloton aan gort, tot enkel Pogacar en Vingegaard konden volgen en de Sloveen het afmaakte. Om maar te zeggen: op een begenadigde dag kan McNulty, die zeker geen rasklimmer is, verrassend uit de hoek komen.
De Belgische ploeg stelde in Montréal teleur, al heeft de wereldtitel van McNulty toch een heel klein weliswaar - Belgisch randje: de Amerikaan trok als nieuweling al naar België om er te koersen en de kneepjes van het vak te leren. Via ploegjes als LUX Cycling en Rally Cycling kwam hij in 2020 bij UAE terecht, waar hij zich ontpopte tot trouwe luitenant van Pogacar. En ook in zijn regenboogtrui zal hij blijven doen wat hij goed kan: op kop beuken voor zijn Sloveense kopman.
***
“Koers gereden die ik wilde rijden”
Een gretige Mathieu van der Poel was constant vooraan te zien, maar moest uiteindelijk vrede nemen met een bronzen medaille.
28 Sep 2026 - Het Belang van Limburg
DERDE
(red)
“Uiteraard kwam ik naar hier om wereldkampioen te worden, of toch te proberen”, vertelde hij. “Ik heb de koers gereden die ik wilde rijden: altijd anticiperend en altijd voorop. Ik had wel in gedachten om er een lange finale van te maken. Je merkte dat ook op het einde het vat af was bij de beste klimmers. Dat wilde ik bereiken.”
Al zat een wereldtitel er niet in: “Ik denk niet dat het aan mij was om achter McNulty te rijden. Ik zat natuurlijk ook op de limiet met alles wat ik al gedaan had. Op dat moment moest ik ook een beetje gokken.”
“McNulty heeft hier een geschiedenis. Vorig jaar kwam hij in de GP de Montréal hier al samen met Pogacar over de meet. Ik denk dat hij vandaag de verdiende winnaar is. Het is wel een unieke kans die gaan vliegen is zonder Pogacar, maar gelukkig ben ik al wereldkampioen geweest”, berustte de Nederlander.
Op de vraag of hij komende winter in het veldrijden te zien zal zijn, bleef Van der Poel vaag. “Ik weet niet of er een rentree gaat zijn in het veld. We zullen zien.” Sloot hij af met een knipoog.
***
© BELGABrandon McNulty met Matteo Jorgenson (links).
“McNulty kreeg de wereldtitel niet cadeau, in tegenstelling tot de GP een jaar geleden”
ANALYSE
Probeer van het schouwspel op Canadese wegen maar eens een zinnige beschouwing te schrijven. Onmogelijk. Dan was het de voorbije twee edities veel (sneller) duidelijk. Maar de winnaar van toen zal met een kamerbrede glimlach naar de ontknoping hebben gekeken.
Wat kan je een landgenoot als Jorgenson cadeau doen?
Een espressomachine?
Een Zwitsers uurwerk?
Groenland?
ROB RODIERS
28 Sep 2026
Het Belang van Limburg
Tadej Pogacar zal namelijk het overgrote deel van het seizoen 2027 uit de wind gehouden worden door de eigenaar van de regenboogtrui, die hij zelf twee jaar droeg. De twee voorbije edities was menig analyse al geschreven, nog voor Pogacar over de streep was gebold. Dan kregen we ditmaal een heel ander verhaal. Het is te zeggen, 1001 scenario’s passeerden de revue vanaf het moment dat de Siamese tweeling Van der Poel-Van Aert - op 90 km van de finish! - de knuppel in het hoenderhok gooide. Pas bij het passeren van de rode vod, en nadat alle stof en pluimen waren gaan liggen, werd duidelijk dat Brandon McNulty gewonnen spel had.
De 183 cm lange man uit Phoenix, Arizona, kroop lange tijd in de rol van modelploegmaat omdat landgenoot Quinn Simmons vooraan op pad was met Van der Poel, Roglic en Onley. Maar op het moment dat de wedstrijd als een harmonica in elkaar vouwde, achtte de UAE-luxeknecht zijn moment gekomen. Ook al moest hij nog 33 kilometer solo overbruggen. De raid had veel weg van die van Demi Vollering, daags voordien. Haar soloavontuur mislukte, maar aan het eind zette de Nederlandse alles toch nog recht. Nog een dag eerder, bij de beloften, had landgenoot Ashlin Barry eveneens getoond dat het kon.
Modelploegmaat
In 2025 kreeg McNulty de GP Montréal cadeau van wereldkampioen Pogacar. De trui met de vijf horizontale strepen allerminst. McNulty had het geluk dat landgenoot Matteo Jorgenson zijn rol van modelploegmaat tot in de perfectie uitvoerde. Iedereen die de Stars & Stripes iets in de weg durfde te leggen, werd vleugellam gemaakt. Achter de man uit Phoenix reden namelijk nog tal van feniksen rond. Het aantal renners dat zondag op en rond de Mont Royal uit de as herrees, was namelijk niet te tellen. En dus mocht McNulty na afloop tegen de waterlanders vechten. Met grote dank aan Jorgenson. We vroegen ons af: wat kan je zo’n landgenoot cadeau doen? Een espressomachine? Een Zwitsers uurwerk? Groenland?
En wat te denken van de Belgen? Simpel: de benen spraken. En noch Evenepoel, noch Van Aert waren bij machte om bergop een woordje mee te spreken. Dan mag je vooraf nog zoveel tactieken bedenken als je wil. Wat wel voor Remco pleit: hij is tot het bittere eind blijven vechten, in de hoop dat er een gouden, zilveren of bronzen appel uit de kast rolde.
Nooit hebben we zo vaak de backspace en delete knop moeten hanteren als zondagavond 27 september. Een koers die je deed vloeken als analist, maar je in iedere vezel deed genieten als wielerliefhebber.
***
“Semplicemente una brutta giornata””
Il grande favorito dei Mondiali di Montréal ha avuto una giornata no. Remco Evenepoel (26) ha dovuto affrontare la finale, è arrivato dodicesimo e, al termine, non ha cercato scuse. L’altro leader della squadra belga, Wout Van Aert (32), è riuscito per un po’ a stare al passo con Mathieu van der Poel, ma ben presto ha dovuto fare i conti con la realtà.
«È stata davvero dura, ho dovuto stringere i denti e tentare qualcosa di tanto in tanto.
Era chiaro che non era la giornata giusta per vincere»
- Remco Evenepoel
«Se mi sono sentito per un attimo come se fossi a un mondiale di ciclocross
quando ero in testa insieme a Mathieu?
Magari fosse stato così. Allora ce l’avremmo fatta già dopo un’ora»
- Wout Van Aert
28 settembre 2026 - Het Belang van Limburg
Michaël Van Damme
«Ho l’impressione che Remco non si sentisse al meglio. L’ho incoraggiato il più possibile. È stata una battaglia all’ultimo sangue». Le parole di Thibau Nys a Sporza non promettevano nulla di buono quando si è ritirato dalla gara. Poco dopo, Remco Evenepoel ha avuto un primo crollo. È riuscito a recuperare un paio di volte, ma non è mai stato in grado di puntare a un nuovo titolo mondiale.
Pur essendo il grande favorito, quando il mondiale è iniziato sul circuito locale, lo stesso Evenepoel si era già reso conto che non sarebbe riuscito a essere all’altezza di tale ruolo. Bruno Armirail ha svolto un impressionante lavoro in testa per i francesi ed Evenepoel ha iniziato a sentire la pressione. «Semplicemente non era la mia giornata. Non era la giornata giusta per vincere qui ed è un peccato», ha commentato Evenepoel nella mixed zone al termine della gara. «È stata una gara difficile e già dal primo giro ho sentito di non avere molte riserve. È un peccato che una giornata del genere sia capitata proprio oggi».
Evenepoel ha comunque continuato a lottare. “Speravo ancora di riuscire a farcela nelle ultime due ore, ma questo non è un percorso in cui è facile recuperare, perché si arriva subito di nuovo al traguardo. È stata davvero una sofferenza, ho dovuto stringere i denti e tentare qualcosa di tanto in tanto. Era chiaro però che questa non era la giornata in cui avrei potuto vincere.”
Eppure, nell’ultimo giro, Evenepoel si è ritrovato nuovamente nel gruppo all’inseguimento del futuro campione del mondo McNulty. Ma nemmeno allora si è fatto illusioni. «È vero, sono tornato in gruppo un paio di volte e ci ho riprovato, ma più che altro nella speranza che loro non reagissero. Avevo la sensazione che la mia mossa nel penultimo giro fosse piuttosto buona, ma poi del Toro ha colmato il divario. È un peccato, ma semplicemente non era la mia giornata migliore. Se potessimo scegliere le giornate giuste, sarebbe facile. Questo è un percorso in cui non ci si può nascondere, quindi ha vinto il più forte. È chiaro. C’è ancora molto da fare, quindi spero di avere gambe migliori la prossima settimana (ai Campionati Europei, ndr).”
Van Aert, modesto
Wout Van Aert è riuscito comunque a lasciare il segno, anche se in modo modesto. A circa -90 chilometri dal traguardo si è inserito in un forte gruppetto di testa di cui faceva parte anche Mathieu van der Poel. Proprio quando il gruppo sembrava sul punto di raggiungere quel gruppo, Van Aert ha impresso una nuova accelerazione. MvdP ha reagito e si è formato nuovamente un gruppetto forte, ma quando il neerlandese ha sferrato un attacco devastante sulla Côte de Polytechnique, Van Aert ha ceduto. Il nostro connazionale ha cambiato strategia e ha preso momentaneamente la guida per il compagno di squadra Evenepoel. «È stato un Mondiale estremamente duro e per me semplicemente troppo difficile», ha ammesso Van Aert, che ha tagliato il traguardo al 28° posto con un ritardo di 5’11”. “Ho corso bene, ma quattro o cinque giri prima della fine avevo già perso le forze. Mi dispiace, ma non potevo fare di più.”
«I francesi hanno reso la corsa incredibilmente dura. Mi aspettavo che in una gara del genere sarebbe stato difficile per me giocare un ruolo significativo se mi fossi limitato a seguire il gruppo. Per questo penso sia stata una buona scelta stare al passo con Mathieu. Già in quell’attacco aveva dimostrato di essere particolarmente forte. È andata bene, ma quando ho dovuto cedere il passo in testa, l’unica cosa che potevo fare era cercare di riportare Remco in gara.”
“Non avevo concordato nulla in anticipo con Mathieu, ma tutti ne conoscono le qualità. Ho visto che non si limitava a stare al passo, ma stava davvero facendo esplodere la gara. Sembrava fortissimo e mi è sembrato l’uomo giusto con cui andare in fuga. Se mi sono sentito per un attimo come se fossi a un mondiale di ciclocross quando ero in testa insieme a Mathieu? Magari fosse stato così. Allora ce l’avremmo fatta già dopo un’ora”, ha commentato Van Aert con una risata.
***
Titolo mondiale con un tocco belga
Non Tadej Pogacar, non Isaac del Toro, ma Brandon McNulty (28) ha regalato alla UAE Team Emirates il terzo titolo mondiale consecutivo. Chi è questo campione del mondo americano?
«Stamattina scherzando con mia moglie
dicevo che sarei diventato campione del mondo.
Pensavo ci volesse un miracolo,
ma il miracolo si è avverato»
- Brandon McNulty
28 settembre 2026 - Het Belang van Limburg
Maxime Caeyman
Quante volte si sarà parlato di Brandon McNulty in tutti i pronostici sul Mondiale? Quasi mai, oseremmo dire. O almeno non solo del suo nome. Perché, come è stato spesso sottolineato negli ultimi giorni: il forte gruppo degli statunitensi. Simmons, McNulty, Jorgenson: una squadra pericolosa. Ma diventare campioni del mondo? Difficile. Soprattutto perché nessuno dei tre è un vincitore seriale. Nemmeno McNulty.
Anche se va detto: 23 vittorie da professionista, pur dovendo correre il 99 per cento del tempo al servizio di un leader alla UAE, la dicono lunga. Nel suo palmarès figurano tappe al Giro, alla Vuelta e il Mondiale a cronometro juniores del 2016. Una buona cronometro: era ciò di cui aveva bisogno domenica per diventare campione del mondo in linea. Tra i professionisti si era già classificato quarto ai Mondiali a cronometro nel 2023.
Una vittoria nel suo palmarès salta subito all’occhio: il GP di Montréal dello scorso anno. Allora la vittoria gli fu «donata» dal capitano Pogacar, ma anche McNulty fu comunque abbastanza forte da staccare il resto del gruppo. Si rivelò un presagio del suo titolo mondiale. Anche se, al termine di quest'ultima gara, a prevalere nel neo-campione del mondo era soprattutto l’incredulità. «Stamattina scherzavo con mia moglie sul fatto che sarei diventato campione del mondo. Pensavo ci volesse un miracolo per diventare campione del mondo, ma il miracolo si è avverato».
Giornata miracolosa
È piuttosto tipico di McNulty superare se stesso in certe giornate – chiamiamole “giornate miracolose”. Ricordiamo ancora la diciassettesima tappa del Tour del 2022 verso il Peyragudes.
L’americano ha fatto a pezzi l’intero gruppo in salita, finché solo Pogacar e Vingegaard sono riusciti a stargli dietro e lo sloveno ha portato a casa la vittoria. Per dirla in altre parole: in una giornata di grazia, McNulty, che non è certo uno scalatore nato, può riservare sorprese.
La nazionale belga ha deluso a Montréal, anche se il titolo mondiale di McNulty ha comunque un piccolo – seppur belga – tocco: lo statunitense si era già recato in Belgio da novellino per gareggiare e imparare i trucchi del mestiere. Passando per squadre come LUX Cycling e Rally Cycling, nel 2020 è approdato alla UAE, dove si è rivelato un fedele gregario di Pogacar. E anche con la maglia iridata continuerà a fare ciò che sa fare meglio: spingere in testa al gruppo per il suo capitano sloveno.
***
“Ho corso la gara che volevo correre”
Un agguerrito Mathieu van der Poel è stato costantemente in testa, ma alla fine ha dovuto accontentarsi di una medaglia di bronzo.
28 settembre 2026 - Het Belang van Limburg
«Ovviamente sono venuto qui per diventare campione del mondo, o almeno per provarci», ha raccontato. «Ho corso la gara che volevo correre: sempre anticipando le mosse e sempre in testa. Avevo in mente di rendere lungo il finale. Si notava che anche alla fine i migliori scalatori erano a corto di energie. Era proprio quello che volevo ottenere».
Anche se il titolo mondiale era ormai fuori portata: «Non credo che fosse compito mio stare alle spalle di McNulty. Ovviamente anch’io ero al limite, dopo tutto quello che avevo già fatto. In quel momento ho dovuto anche rischiare un po’».
«McNulty ha già fatto storia qui. L’anno scorso, nel GP di Montréal, ha tagliato il traguardo insieme con Pogacar. Penso che oggi abbia vinto il più meritevole. È stata un’occasione unica che è andata in fumo senza Pogacar, ma per fortuna sono già stato campione del mondo», ha ammesso rassegnato l’olandese.
Alla domanda se lo vedremo nel ciclocross il prossimo inverno, van der Poel è rimasto vago. «Non so se ci sarà un mio ritorno nel ciclocross. Vedremo», ha concluso con un occhiolino.
***
«McNulty non ha ricevuto il titolo mondiale in regalo,
a differenza del GP di un anno fa»
ANALISI
Provate a scrivere una riflessione sensata sullo spettacolo offerto sulle strade canadesi. Impossibile. Nelle ultime due edizioni, invece, tutto era stato chiaro (molto più rapidamente). Ma il vincitore di allora avrà guardato il finale con un sorriso a trentadue denti.
Che cosa si può regalare a un connazionale come Jorgenson?
Una macchina per l’espresso?
Un orologio svizzero?
La Groenlandia?
ROB RODIERS
28 settembre 2026 - Het Belang van Limburg
Tadej Pogacar, infatti, sarà protetto dal vento per gran parte della stagione 2027 dal detentore della maglia iridata, che lui stesso ha indossato per due anni. Nelle ultime due edizioni erano già state scritte numerose analisi, ancora prima che Pogacar tagliasse il traguardo. Questa volta, invece, abbiamo assistito a una storia completamente diversa. In altre parole, sono stati ipotizzati 1001 scenari dal momento in cui i gemelli siamesi van der Poel-Van Aert – a -90 km dal traguardo! – hanno messo zizzania nel gruppo. Solo al passaggio del drappo rosso, e dopo che tutta la polvere e le polemiche si erano placate, è diventato chiaro che Brandon McNulty aveva la vittoria in pugno.
L’atleta alto 183 cm proveniente da Phoenix, in Arizona, ha ricoperto a lungo il ruolo di compagno di squadra modello, poiché il connazionale Quinn Simmons era in testa al gruppo insieme con van der Poel, Roglič e Onley. Ma nel momento in cui la gara si è ripiegata su se stessa come un’armonica, il gregario di punta degli UAE ha ritenuto che fosse giunto il suo momento. Anche se doveva ancora percorrere 33 chilometri in solitaria. La fuga ricordava molto quella di Demi Vollering, il giorno prima. La sua avventura in solitaria era fallita, ma alla fine l’olandese era comunque riuscita a rimettere tutto a posto. Ancora un giorno prima, nella categoria delle promesse, anche la connazionale Ashlin Barry aveva dimostrato che era possibile.
Compagno di squadra modello
Nel 2025 McNulty ricevette in regalo il GP di Montréal dal campione del mondo Pogacar. La maglia con le cinque strisce orizzontali, invece, non fu affatto un regalo. McNulty ebbe la fortuna che il connazionale Matteo Jorgenson svolgesse alla perfezione il suo ruolo di compagno di squadra modello. Chiunque osasse intralciare in qualche modo gli Stars & Stripes veniva messo fuori gioco. Dietro all’uomo di Phoenix, infatti, c’erano ancora numerose fenici in circolo. Il numero di corridori che domenica sono risorti dalle ceneri sul Mont Royal e nei dintorni era infatti incalcolabile. E così, al termine della gara, McNulty ha dovuto lottare contro le lacrime. Con grande gratitudine a Jorgenson.
Ci siamo chiesti: cosa si può regalare a un connazionale del genere? Una macchina per l’espresso? Un orologio svizzero? La Groenlandia?
E che dire dei belgi? Semplice: sono state le gambe a parlare. E né Evenepoel né Van Aert sono stati in grado di dire la loro in salita. A quel punto, puoi escogitare tutte le tattiche che vuoi prima della gara. A favore di Remco c’è però questo: ha continuato a lottare fino all’ultimo, nella speranza che dalla cassetta rotolasse fuori una mela d’oro, d’argento o di bronzo.
Mai come domenica sera, 27 settembre, abbiamo dovuto usare così spesso i tasti backspace e delete. Una gara che ti faceva imprecare come analista, ma che ti faceva godere con ogni fibra del corpo come appassionato di ciclismo.

.webp)
Commenti
Posta un commento