Wielrenner en weldoener die zich het lot van de underdog aantrok
FOTO ANP - Rini Wagtmans (rechts) was jarenlang
de meesterknecht van Eddy Merckx (tweede van links).
Zijn wielerloopbaan moest Wagtmans vroegtijdig afbreken. Het werd de start van een even avontuurlijk als gul bestaan.
Ik hoef geen stoefverhaal in de krant over wat ik allemaal betekend heb
28 Sep 2026 - NRC
Jaap Bloembergen
De afgelopen vrijdag op 79-jarige leeftijd aan kanker overleden Rini Wagtmans was meer dan een succesvolle wielrenner met de kenmerkende witte haarlok – bijnaam ‘De Bles’ – die vijfde en zesde werd in de Tour de France. Hij was pas 26 toen hij vanwege een hartkwaal de racefiets aan de kant moest zetten. Hij werd onder meer organisator van wielerwedstrijden, bondscoach, zakenman en honorair consul van Kazachstan.
Selfmade miljonair Wagtmans werd weldoener. Hij haalde tientallen berooide topsporters en dorpsgenoten uit de goot. Oud-bokser Rudi Lubbers en oud-wielrenner Johan van der Velde zijn de bekendsten die morele en financiële steun kregen. Vanwege zijn vele verdiensten binnen en buiten de sport werd de platzak geboren Sint Willebrorder in 2005 geridderd. En geroemd tot na zijn dood, getuige de reacties in de pers afgelopen weekend.
Een verslaggever van regiokrant BN/De Stem sprak Wagtmans nog geen twee weken geleden. Nee, hij had geen behoefte aan een afscheidsinterview, alles was wel zo’n beetje gezegd en geschreven. „Ik hoef geen stoefverhaal in de krant over wat ik allemaal betekend heb. Dat weten de mensen wel”, liet hij aan de telefoon optekenen. Over zijn rol als weldoener zei hij: „ Ze konden bij mij allemaal aankloppen als ze in moeilijkheden zaten. Zonder dat ik daar ooit een cent voor vroeg. Alles pro deo.”
Voor Rudi Lubbers, die in 1973 in de ring stond (en overeind bleef) tegen Muhammad Ali maar na zijn boksloopbaan diep in de problemen raakte, begon Wagtmans een crowdfunding-actie. Ook was hij nauw betrokken bij Exodus, een stichting die oud-gedetineerden op het rechte pad probeerde te krijgen en houden. Vanwege zijn eigen, onveilige jeugd kon hij zich verplaatsen in de have-nots.
Smokkelen en vreemdgaan
Marinus Cornelis Wagtmans groeide op in Sint Willebrord ofwel ’t Heike, een dorp in West-Brabant dichtbij de Belgische grens waar zuipen, smokkelen en wielrennen hand in hand gingen. Zijn beide ouders waren alcoholist en gingen vreemd bij de vleet, lezen we in zijn biografie uit 2006: Ongekend: van straatjongen tot ridder, opgetekend door oud-wielerjournalist Peter Ouwerkerk. Zijn vader was een manusje van alles: caféhouder, smokkelaar, fabrieksarbeider en masseur. Hij kneedde de beenspieren van Rini’s sporthelden uit de regio. Twee dorpsgenoten, verre oom Wout Wagtmans en buurman Wim van Est, waren nationale wielerhelden. Van Est werd in 1953 de eerste Nederlandse geletruidrager, tot hij in een ravijn stortte van de Aubisque. Als eerbetoon mocht Van Est decennia later een plaquette onthullen op dezelfde Pyreneeëncol.
Initiatiefnemer was zijn oude buurjongen Rini Wagtmans, die zich het lot van een underdog zijn hele leven heeft aangetrokken. Zelf had hij zich op zijn veertiende onttrokken aan het kansloze milieu waarin hij opgegroeide. Hij fietste naar een tante in Zundert en bereidde zich voor op een succesvolle maar kortstondige wielercarrière.
Wagtmans werd als tweedejaars beroepsrenner derde in de Ronde van Spanje. In 1971 schikte hij zich bij topploeg Molteni in een (lucratieve) reserverol. Hij werd meesterknecht van vijfvoudig Tourwinnaar Eddy Merckx, die bergaf blind zijn wiel koos. Niemand kon zo hard en onverschrokken dalen. „Ik wist precies wat ik deed. Ik was één met mijn fiets. Ik hoefde nooit bang te zijn”, zegt hij in zijn biografie. Als kind had hij al ‘buitenom’ de torenspits van Sint Willebrord beklommen.
Nadat Merckx in de Tour van 1971 vanwege een off-day op acht minuten achterstand was gereden door de Spanjaard Luis Ocana, hielp Wagtmans zijn kopman een dag later aan een inhaalrace die ook de Tourregistratie op televisie verraste. „Morgen vallen we meteen bij de start aan”, hoorde zijn tegensputterende kopman. Een halfuur voor het snelste tijdschema bereikten Merckx en Wagtmans de finishplaats Marseille. „De kop van Ocana zag nog geler dan zijn gele trui toen hij over de finish kwam”, aldus Wagtmans jaren later.
In 1973 eindigde zijn wielercarrière vanwege de hartkwaal abrupt. Hij begon een handelsonderneming in sportkleren die hij later overdeed aan een zoon. Hij ging in de lokale politiek, strijdend tegen vermeend onrecht. Hij werd honorair consul voor Kazachstan in Nederland. Samen met wereldtopper Alexandr Vinokourov richtte hij de Kazachstaanse profploeg Astana op. Dat deze olympisch kampioen van 2012 veelvuldig in verband is gebracht met doping, zal bij Wagtmans niet op principiële bezwaren zijn gestuit. Hij was zelf wielerprof in een tijd dat gebruik van stimulerende middelen eerder regel dan uitzondering was.
Eenmaal kankerpatiënt was hij begin dit jaar vanuit Florida, waar hij in 2023 na de dood van zijn vrouw met een Amerikaans-Litouwse liefde een nieuw leven hoopte op te bouwen, terug naar Brabant verhuisd. Hij regelde zijn uitvaart zelf. „Sterven in Sint Willebrord, gecremeerd worden in Roosendaal en uitgestrooid worden in Sint Willebrord”, vertelde hij tegen BN/De Stem. Over het naderende einde zei hij vlak voor zijn dood: „Ik wil geen morfine meer. Ik wil niet suf worden. Ik voel me niet ziek, alleen zwakker. Maar ik heb geestelijk gelukkig nog het vermogen me alles te kunnen herinneren. Dat wil ik zo houden. Tot het einde.”
Rini Wagtmans laat behalve levenspartner Vera twee zoons, vijf kleinkinderen en een achterkleinkind na.

Commenti
Posta un commento