WK VOETBAL - Het WK laat zien dat Afrikaanse landen steeds beter worden. Maar voor structureel succes is meer nodig


Negen van de tien deelnemende Afrikaanse landen bereikten de knock-outfase. Hoewel alleen Marokko – dat donderdag de kwartfinale tegen Frankrijk speelt – nog in het toernooi zit, maakt het Afrikaanse voetbal een snelle ontwikkeling door.

Ook topspelers als Saibari (Marokko), Wan-Bissaka (DR Congo) en Semenyo (Ghana) kozen voor het land van hun roots

9 Jul 2026 - NRC
Roland van Erven 

AMSTERDAM - Er is geen vuiltje aan de lucht voor Senegal, tijdens de eerste knock-outronde van het WK voetbal. Het staat 2-0, het elftal domineert. Tot België in het Lumen Field-stadion in Seattle in de 86ste minuut uit het niets terugkomt tot 2-1. Stress schiet in de Senegalese ploeg. Drie minuten later zit de Senegal-keeper Mory Diaw mis na een Belgische voorzet: 2-2. Het drama is compleet als Senegal in de verlenging een strafschop tegen krijgt. België gaat door, verslagen liggen Senegalese spelers op het veld.FOTO ARSENE MPIANA / REUTERSSupporters van DR Congo tijdens het WK-duel tegen Oezbekistan dat met 3-1 werd gewonnen.

Na de groepsfase van het WK zaten negen van de tien deelnemende Afrikaanse landen nog in het toernooi. Kaapverdië stuntte met een gelijkspel tegen Spanje, DR Congo speelde knap gelijk tegen Portugal en de grotere Afrikaanse voetballanden Egypte, Marokko, Senegal en Ivoorkust deden wat van hen werd verwacht. Ook Zuid-Afrika, Ghana en Algerije gingen door; alleen voor Tunesië was het toernooi na drie duels klaar.

Reden voor Patrice Motsepe, voorzitter van de Afrikaanse voetbalbond CAF, om de loftrompet te steken. „Het topniveau van het Afrikaanse voetbal wordt hier duidelijk onderstreept”, zei hij na de kwalificatie van de negen Afrikaanse landen. Volgens Algerijesterspeler Riyad Mahrez toonden de resultaten „de kwaliteiten van het Afrikaanse voetbal aan”, die nog te vaak zouden worden onderschat.

Na de eerste knock-outfase hing de vlag er wel wat anders bij. Naast Senegal lukte het nog zeven andere Afrikaanse landen niet om door te stoten naar de achtste finales. Sommige ploegen verloren kansloos (Algerije, Ghana), andere waren grote delen van de wedstrijd beter (Ivoorkust), sommige boden als underdog serieuze weerstand (DR Congo, Kaapverdië). Alleen Marokko (inmiddels kwartfinalist na winst op Canada) en Egypte wonnen hun eerste knock-outwedstrijd, beide na strafschoppen. Dinsdag werd Egypte uitgeschakeld na een thriller – 3-2 nederlaag na een 2-0 voorsprong – tegen Argentinië.

Wel presteerde Afrika dit WK aanmerkelijk beter dan Azië: slechts één van de acht Aziatische ploegen bereikte de knock-outfase – geen enkele de achtste finales. Bovendien, zeggen kenners in gesprek met NRC, komt het Afrikaanse voetbal van ver, en zijn er genoeg redenen om aan te nemen dat het niveau de komende jaren blijft stijgen – met Marokko als lichtend voorbeeld.

Boycot Afrikaanse landen

Vergeleken met Europa en ZuidAmerika kwam de ontwikkeling van het voetbal in Afrika laat op gang, met name door de kolonisatie van het continent. Egypte was in 1934 de eerste Afrikaanse WKdeelnemer, maar het duurde tot 1970 voordat de FIFA Afrika een vaste WK-plek gaf – het toernooi had dat jaar zestien deelnemers.

Die verdeling veranderde enigszins onder de Braziliaanse FIFAvoorzitter Joao Havelange. Onder zijn leiding werd het WK mondialer en nadat het Kameroen van aanvaller Roger Milla in 1990 de kwartfinale bereikte, kreeg Afrika drie WK-tickets. Toen het toernooi in 1998 werd uitgebreid naar 32 landen, steeg het aantal Afrikaanse deelnemers naar vijf.

In dezelfde periode maakte het Afrikaanse voetbal voor het eerst grote sprongen. Dat was deels te danken aan Sepp Blatter, de Zwitser die Havelange had opgevolgd. De FIFA gaf onder zijn leiding Afrikaanse landen miljoenen om te investeren in velden, jeugdacademies en trainersopleidingen. Ook bouwde de FIFA hoofdkantoren voor tientallen Afrikaanse voetbalbonden. Blatter kreeg met dit Goal project de onvoorwaardelijke steun van Afrikaanse landen, en kon mede hierdoor jarenlang aan de macht blijven.

Particuliere voetbalscholen

Nog meer invloed had de komst van particuliere voetbalscholen, in vooral West-Afrikaanse landen als Ghana, Ivoorkust, Senegal en Nigeria – traditioneel de sterkere voetballanden. Op die scholen, de meeste opgericht door Europese investeerders, worden sindsdien jongens – tegenwoordig ook meisjes – opgeleid met één doel: een transfer maken naar Europa.

Door de jaren heen vertrokken honderden jonge jongens zodoende naar Europa. Zo ging Samuel Eto’o, viervoudig Afrikaans voetballer van het jaar, in 1996 via Kadji Sports Academy naar Real Madrid, en maakte Senegal-sterspeler Sadio Mané in 2011 de overstap van AS Génération Foot naar het Franse FC Metz.

Europese clubs konden de relatief goedkope Afrikaanse spelers vanaf de jaren negentig makkelijker kopen dankzij een liberale transfermarkt en verbeterde scouting. Dat deden ze volop: in 2000 speelden volgens website Transfermarkt 166 Afrikanen in de beste vijf Europese voetbalcompetities – inmiddels zijn dat er 390. De WKprestaties van Senegal (2002, kwartfinale) en Ghana (2010, kwartfinale) zijn voor een belangrijk deel aan deze meer ‘Europese’ inbreng in de nationale teams te danken.

Ook in het tijdperk onder de huidige voorzitter Gianni Infantino is de FIFA blijven investeren in Afrikaanse landen (zo’n één miljard euro sinds 2016). Wat het Afrikaanse voetbal ook hielp: in 2022 bepaalde de CAF dat landen minimaal één grasmat op topniveau moeten hebben.

Die eis heeft volgens Sven Vandenbroeck geleid tot technischer voetbal. De Belgische trainer werkte zo’n tien jaar als trainer in Afrika, onder andere in Kameroen, Zambia en Tanzania. „Op de oude velden was het vooral vechtvoetbal. Nu is er een evolutie gaande naar opbouwen en een man meer creëren. Teams koppelen hun fysieke kracht aan technisch vermogen.”

Volgens Vandenbroeck profiteren Afrikaanse landen ook van de voetbalkennis van Afrikaanse oudvoetballers. Hij wijst op Pape Thiaw en Emerse Faé, die allebei in Europa voetbalden en nu bondscoach zijn van respectievelijk Senegal en Ivoorkust. „Het is de eerste generatie oud-spelers die in Afrika coach is geworden en het nu heel behoorlijk doet.”

Sceptisch over diaspora

De belangrijkste recente ontwikkeling is de scouting van spelers in de diasporagemeenschappen in Europa. Met Marokko als pionier: als onderdeel van miljoeneninvesteringen met dank aan koning Mohammed VI zette de Marokkaanse voetbalbond de afgelopen jaren een fijnmazig netwerk op van scouts in Europa. Die brengen daar geboren spelers van Marokkaanse afkomst in kaart. Vervolgens benaderen zij hen op jonge leeftijd – de in Spanje geboren Achraf Hakimi kreeg op zijn zestiende een belletje en is nu sterspeler en aanvoerder van het Marokkaanse elftal.

Volgens Mustapha Esadik waren andere Afrikaanse landen aanvankelijk sceptisch over scouten in de diaspora. Hij is schrijver van het boek De voetbalkampioenen van Afrika (2025), over de successen, uitdagingen en kansen van het Afrikaanse voetbal. „Marokko doet het al heel lang, maar kwam op de Afrika Cup lange tijd niet ver.”

Pas toen Marokko in 2022 als eerste Afrikaanse land de halve finale van het WK bereikte, zetten landen als Egypte, Ghana en DR Congo volgens hem een netwerk op in Europa. Het resultaat: dit WK komen alleen al 62 in Frankrijk geboren spelers voor Afrikaanse landen uit, liet NRC eerder zien.

Niet alleen de kwalitatief mindere voetballers kiezen voor Afrikaanse landen, ziet Esadik. Ook topspelers als Ismael Saibari (Marokko), Aaron Wan-Bissaka (DR Congo) en Antoine Semenyo (Ghana) kozen voor het land van hun roots op het moment dat ze ook voor Europese toplanden als België of Engeland in aanmerking kwamen. Esadik: „Zelfs in Frankrijk zien we het gebeuren. Ayyoub

Bouaddi, die [vlak voor het WK] voor Marokko koos, zou over twee jaar goed genoeg zijn voor het Frans elftal.”

Esadik voorziet dat steeds meer spelers voor Afrikaanse landen kiezen, mede door de verdubbeling van het aantal Afrikaanse ploegen op het WK. „Sommige spelers hebben geen zin om alleen in de Afrika Cup te spelen. Als je naar een WK kunt, kan dat ze overhalen.”

Hij verwacht ook dat kleinere Afrikaanse voetballanden, zoals Mali of Guinee, actiever gaan scouten in Europa. „Zij zullen denken: als Kaapverdië dit kan [met Europese spelers], dan wij ook.”

Vandenbroeck: „Andere Afrikaanse landen beginnen nu te merken: oei, als wij niet meegaan, dan gaan Marokko en een paar andere landen voor jaren het voetbal op het continent bepalen.”

Stabieler bestuur

FIFA-geld, voetbalscholen, de diaspora: allemaal droegen ze bij aan de ontwikkeling van het Afrikaanse voetbal. Maar voor structurelere topprestaties op WK’s moeten een hoop nationale voetbalbonden stabieler beleid voeren, zegt Esadik. En de CAF moet harder ingrijpen bij wanbeleid of incidenten. „Het moet minder over randzaken gaan.”

Recente incidenten te over. In 2024 kreeg Nigeria een reglementaire 3-0 overwinning op Libië toegekend nadat de ploeg zestien uur werd vastgehouden op een vliegveld zonder eten, drinken en een slaapplek – een wraakactie van Libië. Nadat Gabon vorig jaar in de groepsfase van de Afrika Cup was uitgeschakeld, werd het nationale team twaalf dagen geschorst door de eigen regering.

En zeer dubieus was het besluit van de CAF om twee maanden na die Afrika Cup Marokko alsnog tot winnaar uit te roepen. Dit omdat Senegal in de finale van het veld was gestapt nadat Marokko een betwistbare strafschop had gekregen. De CAF veranderde de uitslag van 1-0 voor Senegal naar 3-0 voor Marokko vanwege „het onacceptabele gedrag van enkele spelers en officials” van Senegal. Dat stapte naar het internationale sporttribunaal CAS.

Langetermijnbeleid, zoals de Marokkaanse bond voert, is cruciaal volgens Vandenbroeck. Trainers worden volgens hem nog „te vaak resultaatgericht opgeleid” en komen bij tegenvallende prestaties zomaar op straat te staan.

Ook moeten de bonden, zegt hij, meer investeren in eigen jeugdopleidingen. Het niveau van commerciële academies is weliswaar hoog, maar te veel mensen bemoeien zich volgens Vandenbroeck met de jonge spelers. „Makelaars en familie mengen zich in het ‘debat Europa’. Sommige jongens blokkeren dan.” Bij de clubs is volgens Vandenbroeck minder inmenging. „Dat zorgt voor minder drop-outs.”

Voeren de bonden en de CAF beleidsveranderingen door, dan voorziet Vandenbroeck nog betere WK-prestaties. Die zouden de perceptie op het Afrikaans voetbal goed doen, zegt hij. „Er wordt nog te veel neergekeken op het continent. Het kan allemaal nog beter, absoluut waar. Maar het niveauverschil met Europa is al een stuk kleiner. Dat zie je dit WK.”

Commenti

Post popolari in questo blog

I 100 cattivi del calcio

Elite 24: Rucker Park legends

Echoes' Cycling Biography #4: Jean-Pierre Monseré